Oom agent, waar vink ik moslimhaat aan?

Terwijl Europese overheden met wetgeving de voordeur proberen te blokkeren voor islamitisch terrorisme, neemt achter hen het rechts-extremisme het huishouden over. Dat is vrij vertaald de conclusie uit het meest uitgebreide internationaal onderzoek tot nu toe over de motieven van zogenoemde lone wolfs; uit zichzelf opererende individuen of groepen tot drie personen.

Het onderzoek, onder andere uitgevoerd door Universiteit Leiden, richt zich op aanvallen die de afgelopen vijftien jaar plaatsvonden in eenendertig Europese landen. Wat blijkt, van de 98 onderzochte zaken betreft achtendertig procent een aanval van religieuze aard. Drieëndertig procent kwam uit rechts-extremistische hoek. Een verschil van een kleine vijf procent. De aanvallen richten zich op burgerdoelen, voornamelijk uit etnische en religieuze minderheden, waarvan het grootste deel moslim.

Verschil van vijf procent, en toch richt alle aandacht en wetgeving zich voor het overgrote deel op het islamitisch terrorisme. In zijn brief over het Jaarplan voor de AIVD voor 2016 is minister Plasterk kort over het rechts-extremisme: het beleid uit 2015 wordt voortgezet.

In de brief over het rapport over dat jaar staat niet veel meer dan dat er naast de enkele overgebleven ‘klassiek’ rechts-extremistische groeperingen een nieuwe vorm ontstaat, van weinig georganiseerd en ongestructureerd rechts-extremisme. „Bij dit laatste gaat het om ‘anti-islamistische’ personen en groepen die zich vaak op ad hoc basis richten op (vermeende) uitwassen in de islam. Naast de werkelijke dreiging die hiervan uitgaat, dient ook rekening gehouden te worden met de gepercipieerde dreiging en de maatschappelijke onrust die daaruit voortkomt ten gevolge van het aandikken van de dreiging van het rechts-extremisme door links-activisten en -extremisten vanuit hun anti-fascistische oogpunt.”

Het onderzoek van de Universiteit Leiden roept de vraag op of deze omschrijving geen update verdient. Overigens is er een grote kans dat u nu voor het eerst over dat onderzoek leest. Berichtgeving over moslims als dader overschaduwt die over moslims als slachtoffer behoorlijk.

Hoe groot de moslimhaat hier is, valt moeilijk in cijfers te vatten. De politie registreerde 150 gevallen van moslimdiscriminatie in 2013 en 206 zaken in 2014. Hoe punctueel is dat? Op een aangifteformulier staat moslimhaat nog altijd niet als standaardmogelijkheid, bij antisemitisme of homohaat is dat wel het geval.

Het toenemend verbaal en fysieke geweld tegen moslims in de VS is voor The Huffington Post aanleiding geweest om een kleine maand geleden te beginnen met een Islamophobia Tracker. De beroemde nieuws- en blogsite houdt niet alleen het aantal hate crimes tegen moslims bij, maar ook de anti-islam-retoriek van bijvoorbeeld politici. Het idee ontstond toen een redacteur incidenten begon te turven, eind 2015. Na de aanslagen van november in Parijs verdubbelde het aantal haatmisdrijven tegen moslims, de berichtgeving daarover was summier. Reden om de tracker te starten, mailt een van de initiatiefneemsters Rowaida Abdelaziz. „We willen benadrukken hoe het huidige politieke klimaat moslims beïnvloedt, en we willen laten zien dat discriminatie fout is, maakt niet uit aan wie het gericht is.” Het aantal meldingen stijgt hard. Niet alles wordt klakkeloos overgenomen. Verhalen worden eerst onderzocht, en als blijkt dat ze kloppen, worden ze toegevoegd. Tot nu toe zijn er 28 gepubliceerd.

Welk Nederlands medium durft ook zo’n Islamophobia Tracker te beginnen? Wie dat doet zal wat dat betreft in ieder geval niet om werk verlegen zitten.