Ontslagwet heeft steeds minder fans

Wie komt er nog op voor het nieuwe ontslagrecht? In een hoorzitting in de Tweede Kamer bleek: maar een enkeling. 
Foto ANP / Roos Koole

Ze zijn er nog wel: mensen die denken dat de nieuwe ontslag- en flexwet zo’n slecht idee niet was. Het zijn er wel steeds minder, bleek woensdag in een hoorzitting in de Tweede Kamer over de Wet werk en zekerheid. Die is bedoeld om flexwerk minder ‘los’ te maken en vast werk minder ‘vast’.     

De ene na de andere arbeidsrechtexpert zei tegen de Tweede Kamerleden dat de arbeidsmarkt er juist door verstart: kantonrechters wijzen ontslagaanvragen veel vaker af, waardoor ondernemers minder zin hebben om medewerkers in vaste dienst te nemen.  

Dat vooral kleinere ondernemers de wet daardoor als een fors probleem zien, wist de Kamer al. Begin deze week nog trok werkgeversvoorzitter Michaël van Straalen, van het MKB, zijn steun onder de wet vandaan. De kleinere werkgevers hoorden bij de bedenkers van de wet, maar vinden nu dat die een tegenovergesteld effect heeft. In de hoorzitting bleek dat ook grotere werkgevers niet veel van de nieuwe wet moeten hebben.

'Alle nieuwe wetgeving roept heftige reactie op'

Marco Veenstra, juridisch adviseur van het werkgeversnetwerk AWVN, kwam met resultaten uit een enquête onder vooral grote bedrijven. Die zijn nu niet eerder bereid om mensen in vaste dienst te nemen, ze vinden dat ontslag niet makkelijker en goedkoper is geworden. En ze vinden de periode van zes maanden te lang die er moet zitten tussen tijdelijke contracten, als je niet verplicht wilt worden om iemand in dienst te nemen.

„Maar alle wetgeving”, zei Veenstra ook, „roept in het begin de meest heftige reacties op en na een tijdje valt het vaak mee.” 

Daarmee viel hij op tussen de felle critici. Net als de Amsterdamse hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp. „Het oude ontslagrecht deugde óók niet”, zei Verhulp. Wie ontslagen werd via uitkeringsinstantie UWV kreeg geen ontslagvergoeding. Als het via de kantonrechter liep, was zo’n vergoeding er wel. Nu beoordeelt het UWV alleen ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen en krijgen alle werknemers geld mee. 

Kantonrechter: weinig reden blijdschap

Maar of die werknemers dus blij moeten zijn? De Rotterdamse kantonrechter Wim Wetzels vond van niet. Hij vertelde over een man die al vijf jaar in een afvalverwerkingsbedrijf werkte, betrokken raakte bij een motorongeluk en daarna vaak ziek was. Hij had daar gesprekken over met de afdeling personeelszaken en vond dat er slecht naar hem werd geluisterd. „Ben je doof of zo?” riep hij een keer naar het hoofd P&O.

Het bedrijf wilde de man ontslaan, maar de kantonrechter wees dat verzoek af. Er was niet één duidelijke ontslaggrond met een stevig dossier, zoals nu nodig is.

De man wil weer aan het werk, maar de werkgever is in beroep gegaan tegen de uitspraak en wil met een procedure voorkomen dat hij moet betalen voor elke dag waarop de man niet aan het werk kan. Wetzels: „Dat betekent een opeenstapeling van procedures en deze man verdient net iets te veel, waardoor hij zijn eigen advocaat moet betalen.” 

Onder de oude regels zou de kantonrechter waarschijnlijk hebben beslist om het ontslag goed te keuren, omdat het toch niet meer goed komt op de werkvloer, en de man met flink wat geld naar huis te laten gaan.

Ook voorstanders wet nu kritisch

Uit vragen van vooral de Tweede Kamerleden van D66, CDA en ChristenUnie bleek dat ook bij hen de twijfels groeien over de nieuwe wet. „Wat vindt u”, vroeg Steven van Weyenberg (D66) aan de arbeidsrechtexperts. „Wachten we het af of zegt u: ‘Het gaat zo evident niet goed dat we dingen moeten repareren in de wet?” 

Van tevoren had Van Weyenberg verteld over de reacties die er van burgers waren gekomen bij de aankondiging van de hoorzitting: „Honderden pagina’s ellende over de uitwerking in de praktijk. De vaste baan is juist verder weg voor de twee miljoen mensen die nu flexibele contracten hebben.”

In de zitting zelf maakte vooral het verhaal van Martine Mul indruk op de Tweede Kamerleden. Ze doet personeelszaken bij Tuincentrum Osdorp in Amsterdam, met 94 vaste medewerkers en 15 met een los contract. Het tuincentrum, zei ze, wil vaste mensen die antwoorden weten op vragen van klanten. „Maar als werkgever word je angstig voor vaste dienstverbanden. Zo lang als één zieke caissière je al tot 90.000 euro kan kosten, denk je wel drie keer na.”

En tegelijk: „Ik zie hoe belangrijk het voor mensen is om zekerheid te hebben. Dan hoor ik soms: ‘Vast is niet meer van deze tijd’. Maar er zijn toch niet opeens andere mensen ontstaan?”