NS wil terug in de gunst, maar mag zijn nieuwe strategie wel wat beter uitleggen

Terug naar de kerntaken. Wie de nieuwe strategie van spoorbedrijf NS tot zich neemt, waant zich even in de jaren negentig. Destijds was de terugkeer naar de ‘core business’ de nieuwe mantra van het bedrijfsleven. De logische vraag, toen en nu, is: als dit thans zo’n goed idee is, waarom is dat dan niet eerder gedaan? En waarom is er eerst zo’n conglomeraat van verschillende activiteiten gebouwd, terwijl het nu kennelijk een briljant idee is om ze af te stoten?

NS gaat zich ontdoen van de winkels op de stations – ofschoon het vastgoed in eigen handen blijft en wordt verhuurd. Het publiek mag raden naar de ratio daarachter. Want het bedrijf geeft wel een uitsplitsing van de omzet over de verschillende activiteiten, maar geen uitsplitsing van winst, cash flow en vermogensbeslag. Zodat de buitenwereld nooit kan vaststellen of het wel een goed plan is. 

Dat is vreemd, voor een onderneming die voor honderd procent in handen is van de staat, en dus van het publiek. Dat publiek zou nu zomaar kunnen gaan vermoeden dat het spoor een verliesgevende activiteit is, enkel bedoeld om reizigers in de stations te krijgen.

Nu is gezonde concurrentie van winkels binnen de stations altijd een goed idee. En het afstoten van het regionale treinvervoer en het busvervoer (Qbuzz) ontdoet de bedrijfstak van een, misschien wel te, dominante deelnemer. Maar de nieuwe strategie van NS heeft het meest weg van een knieval. De onregelmatigheden bij de aanbesteding in Limburg, de deconfiture van de Fyra en de aanhoudende problemen met opvolger Intercity Direct hebben het imago van NS bij politiek en publiek grote schade berokkend. De huidige klachten over overvolle en vieze treinen in de spits komen daar nog bovenop.

Voor de toekomst van NS is het behoud van de HSL-licentie op de spoorlijn naar Brussel en verder van groot belang. Hoewel een aanbesteding van dat traject formeel een open strijd zou moeten zijn, lijkt het in de praktijk ook een kwestie van gunning. In de gunst raken is dan een voor de hand liggende tactiek. De nieuwe topman van NS, Roger van Boxtel, is bedreven genoeg om dat in te schatten.

Meer investeren in treinstellen, in punctualiteit en betrouwbaarheid is dan een logisch antwoord. Voor de reiziger is het te hopen dat deze nieuwe strategie snel vruchten draagt. Voor de rest van de samenleving ook: een goed lopend en efficiënt openbaar vervoer ontlast het wegennet én het milieu. Elke ontmoedigde treinreiziger is er één te veel. Wie weet levert transport- en vastgoedconcern NS straks bij het reguliere vervoer de uitstekende prestaties die het bedrijf ironisch genoeg wél wist neer te zetten bij het ontwikkelen van zijn stations. De nieuwe topman Van Boxtel heeft veel te winnen. Maar hij heeft ook nog wat uit te leggen.