Premier Netanyahu wil familie van aanslagplegers op de Westelijke Jordaanoever deporteren naar de Gazastrook

Familieleden van aanslagplegers op de Westelijke Jordaanoever moeten worden gedeporteerd naar de Gazastrook. Dat plan heeft de Israëlische premier Netanyahu gisteren voorgelegd aan de hoofdaanklager, die moet oordelen of het binnen de wet valt. Volgens de premier zou het plan „het aantal terreuraanslagen op Israëliërs drastisch verminderen”.

Bij Palestijnse aanslagen, vooral op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, zijn sinds oktober vorig jaar dertig Israëliërs gedood. Aan Palestijnse zijde vielen 175 doden, van wie meer dan de helft volgens Israël een aanslag had gepleegd of wilde plegen.

Twee maanden geleden berichtte deze krant al dat het deportatieplan was „voorgesteld in defensiekringen”. Nu heeft dus ook de premier zich erachter geschaard. Het is in Israël niet ongewoon om familieleden van Palestijnse aanslagplegers te straffen; zo worden ook de woonhuizen van deze families gesloopt. Volgens de Geneefse Conventies van 1949 is collectieve straf een oorlogsmisdaad.

Het is onzeker of hoofdaanklager Avichai Mandelblit akkoord gaat. Mandelblit, tot voor kort Netanyahu’s kabinetssecretaris, is volgens de Legerradio van mening dat het plan indruist tegen de Israëlische wet én het internationaal recht.

De Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever vormen samen het Palestijnse gebied. In Gaza zijn de leefomstandigheden veel slechter dan op de Westelijke Jordaanoever. Zo lijdt de kleine kuststrook onder een gezamenlijke Israëlische en Egyptische blokkade die de bewoners verhindert om uit te reizen. Ook heeft de Gazastrook de hoogste werkloosheid ter wereld.

Het plan van Netanyahu weerspiegelt de opvatting in Israëlische overheidskringen dat Palestijnen vooral aanslagen plegen omdat ze daartoe zijn opgehitst. De deportatie die hun familie boven het hoofd hangt, zou hen moeten ontmoedigen. Volgens critici handelen de aanslagplegers veeleer uit frustratie over de Israëlische bezetting en het hiermee samenhangende gebrek aan toekomstperspectief.