In gemêleerd IS-leger botsen de culturen snel

Jihadisten uit hetzelfde land trekken vaak samen op. Handig, maar het ook kan tot ruzie met lokale IS-strijders leiden, zoals nu lijkt te zijn gebeurd bij een Nederlandse brigade in Syrië.

Het is hier in Syrië een soort mini-Europa geworden. We zoeken elkaar op en communiceren in het Nederlands. Dit zegt een Vlaamse jihadstrijder in 2014 tegen onderzoeker Montasser AlDe’emeh over de samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse jihadisten. Ze spreken dezelfde taal, delen veelal een Marokkaanse achtergrond en waren soms al voor hun vertrek met elkaar bevriend. De banden zijn zo hecht, dat in de omgeving van de strijders wordt gesproken van een ‘Kamp Holland’ in Syrië.

Door die nauwe band zijn de Nederlanders nu mogelijk in problemen gekomen. Een Nederlandse brigade van de terreurgroep Islamitische Staat (IS) zou zijn vastgezet omdat zij zich tegen het leiderschap zou hebben gekeerd. Dat meldde de actiegroep Raqqa is Being Slaughtered Silently maandag. Volgens de groep zijn acht Nederlanders zelfs geëxecuteerd. De autoriteiten kunnen het bericht niet bevestigen. Maar duidelijk is dat er al langer een conflict bestaat tussen Nederlandse en lokale IS-strijders.

Foto’s aan het zwembad

De Nederlanders en Belgen klitten samen sinds de eerste jihadisten eind 2012 voet zetten op Syrische bodem. Ouders krijgen van afgereisde zoons te horen dat zij met tientallen landgenoten bij elkaar wonen in een luxe villa bij Aleppo. Ze poseren op foto’s aan de rand van het zwembad, volgen islamlessen en gevechtstrainingen.

Ze vallen onder de paar honderd man sterke Maglis Shuraa. Halverwege 2013 sluit deze strijdgroep zich aan bij IS. Sommigen krijgen belangrijke posities, zoals een Amsterdamse ingenieur die leiding zou geven aan de gevangenis waar de onthoofde journalist James Foley werd vastgehouden. Dit verklaarde ex-Syriëganger Jejoen Bontinck in een politieverhoor.

In dienst van IS blijven de Nederlanders elkaar opzoeken. Dat blijkt uit een nog niet openbaar gemaakt rapport dat is opgesteld door terrorismedeskundigen Edwin Bakker, Daan Weggemans en Ruud Peters. Het onderzoek, in handen van deze krant, speelde onlangs een belangrijke rol in de rechtszaak tegen drie Arnhemmers die werden veroordeeld tot celstraffen tot 3,5 jaar. Op basis van gesprekken met Syriëgangers, familieleden en andere informanten reconstrueerden de onderzoekers de leefsituatie van de Nederlanders in het kalifaat.

In het rapport staat dat Syriëgangers bij aankomst bij elkaar worden gezet in safehouses. Mannen en vrouwen worden van elkaar gescheiden en verhoord over hun motieven om naar Syrië te reizen. Vervolgens moeten zij trouw zweren aan IS en krijgen ze gevechtstraining. Nederlanders en Vlamingen wonen vaak bij elkaar in de buurt. Ze krijgen huizen toegewezen van gevluchte of verdreven Syriërs.

IS betaalt haar strijders een salaris van 300 tot 800 dollar per maand. Ze krijgen een oude kalasjnikov en kunnen zich op eigen kosten verder bewapenen. Van hun salaris kopen ze boodschappen, waaronder chocolade of chips. Een auto kost 2.350 dollar, een televisie 72 dollar. De strijders bewaken grensgebieden, gevangenissen of strijden mee aan het front. Als ze niet op missie zijn, verblijven ze ‘thuis’ met vrouw, kind of huisdier – opvallend veel Syriëstrijders hebben een kat, aldus de onderzoekers.

Vrouwen vechten vaak niet, maar zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen. Sommigen verspreiden propaganda, anderen houden zich bezig met „koken voor de broeders” of fungeren als zedenpolitie. Een Nederlandse twitterde in 2015 dat ze zweepslagen moest uitdelen. „Een nieuwe leuke ervaring”.

Jihadisten uit hetzelfde land vechten vaak in hetzelfde bataljon. Dat is handig omdat iedereen dezelfde taal spreekt. Maar het zorgt ook voor spanningen met lokale IS-eenheden. De lokalen ontvangen een lager salaris en krijgen geen gratis woning zoals de buitenlanders. Dit leidt tot onenigheid, zegt onderzoeker Peters. „Er is al langer sprake van een conflict tussen de Nederlanders en lokale strijders. De Irakezen die voortkwamen uit het regime van Saddam hebben daar de macht en dat botst met de gerekruteerde buitenlanders.”

Volgens zijn onderzoek dreigt een „organisatorisch-culturele kloof” binnen het IS-leger. Er zouden problemen zijn met de integratie van buitenlandse strijders in lokale eenheden. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten weersprak het bericht over de executies, maar stelt wel dat er een conflict is tussen Iraakse en Nederlandse IS-strijders. Bronnen met kennis van het strijdtoneel stellen tegenover NRC dat er een maand terug een conflict was tussen een lokale IS-eenheid en een buitenlandse eenheid waar Nederlanders bij zaten.

Angst in de IS-gelederen

Dat juist nu conflicten plaatsvinden, is volgens hoogleraar Bakker geen toeval. De organisatie lijdt onder de aanhoudende bombardementen. Basisbehoeften zoals water, voedsel en elektriciteit zijn schaars geworden in Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat. Bakker acht het goed mogelijk dat Nederlandse strijders onder deze omstandigheden angstig zijn geworden en in verzet zijn gekomen.

Ouders van Nederlandse IS-strijders hadden de laatste maanden de indruk dat hun kinderen weg wilden, zegt Farid Azarkan. Hij is voorzitter van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders, dat ouders van Syriëgangers begeleidt. „Ouders geven aan dat hun kinderen niet meer vrijuit kunnen praten. Een aantal van hen is ronduit gedesillusioneerd.”

De laatste paar weken hadden ouders slechts sporadisch contact, dat was voorheen anders, zegt Azarkan. Anderhalve week geleden kwam het laatste teken van leven. Sindsdien is volgens de ouders geen van de IS-strijders meer online geweest.