Opinie

    • Ellen Deckwitz

Eerst lijden

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Een tijdje geleden nam ik plaats in de wachtruimte voor een niet nader te noemen tv-programma, tussen een plastisch chirurg en een aardige dame wier hoofd nogal verbouwd was. Ik weet niet hoe het met u zit, maar zodra ik me in de buurt van plastisch chirurgen bevind, voel ik me bekeken. Alsof ze meteen een verband zien tussen mijn onderkin en hun volgende vakantievilla. Misschien komt het doordat ik eens verkering had met een plastisch chirurg-in-wording. Als hij me aanstaarde, voelde ik al een stippellijn op mijn onderkaak branden.

Terwijl ik mijn kin zo goed als de omstandigheden toelieten inhield, vertelde de plastisch gecorrigeerde dame dat ze heel blij was met haar lippen. „Mijn mond is opgevuld door vet uit mijn dijen.” vertelde ze. „Bij mij is het precies andersom”, zei ik. De plastisch chirurg maakte een geluid dat het midden hield tussen ‘ha’ en ‘aha’. Afgaande op de manier waarop hij naar mijn dijen staarde, was het waarschijnlijk het laatste.

„Het is grappig hoeveel verschillende emoties plastische chirurgie losmaakt,” zei een van de andere gasten, een promovendus in mensenrechten. „Men kan er heel boos om worden.” De plastisch gewijzigde dame knikte. „Ze vinden het vals spelen.” De chirurg zei dat hij dat belachelijk vond. Dan zou je ook geen flatterende kleding meer mogen dragen. De promovendus vervolgde met: „In Nederland vindt men doorgaans dat je een beetje moet lijden voor iets wat je graag wilt. Iemand die slank is dankzij een maagverkleining mag dan ook op hoon rekenen.”

Ik moest denken aan mijn grootmoeder, die altijd zei dat er twee soorten mensen waren: knappe en lelijke. Dat er tussen hen altijd strijd zou zijn, en dat de lelijken uiteindelijk nooit wonnen. Je neus laten corrigeren was hetzelfde als wanneer je vroeger bij het spelen van het computerspelletje Doom de beruchte cheatingcode idspispopd intikte. Dan kon je opeens door monsters en muren heen lopen. Dan maakte het niet meer uit dat je een lichaam had.

Was het zo, dat je altijd moest lijden om iets écht te hebben verdiend? Zoals bij Justin Bieber, die pas universeel leuk werd gevonden nadat iedereen hem de grond in had geboord?

De opnameleider kwam de wachtruimte binnen om te zeggen dat de show zou gaan beginnen.

„Laten we eens even lekker inhoudelijk bezig gaan,” grijnsde de chirurg, en beende de studio in. De beeldschermen aan de wand waren groen, zoals de kleding in een operatiekamer.

    • Ellen Deckwitz