Een familie vol liefde en wreedheid

Op het oog ontbreekt het aan niets in dit gelukkige, welgestelde gezin. Kinderen met aanhang verzamelen zich, welwillend, in de zomerse achtertuin van de fijne villa van de langzamerhand op leeftijd rakende ouders, mede om te vieren dat dochter zwanger is. Goed – het is misschien wel wat opmerkelijk dat de jongste zoon, Cédric, als enige nog thuis woont. Maar ook hij zet z’n beste beentje voor, en verheugt zich op de hem beloofde reis naar Oostenrijk.

Dan gaat het mis. Het gezin blijkt, en niet sinds vandaag, een ongeluksmachine. De avond eindigt in psychisch leed voor allen – met een geloofwaardigheid en onafwendbaarheid die herinnert aan Mike Nichols’ Who’s Afraid of Virginia Woolf?

De film komt vooral hard aan, omdat alles ambivalent blijft. Regisseur en scenarioschrijver Antoine Cuypers stelt geen diagnose – niet van het gezin, noch van de psychische structuur van Cédric, die aan het eind van de avond op zijn bed wordt vastgebonden. In de hel van dit gezin zijn liefde en wreedheid beide in overvloed aanwezig – en moeilijk uit elkaar te houden. Préjudice is een klein meesterwerk.