Doe alsof ze nooit meer weggaan

Het kabinet wil asielzoekers sober opvangen. In Amstelveen willen ze zélf bepalen hoe ze dat aanpakken, zeggen de burgemeester en de wethouder.

In Amstelveen mogen asielzoekers straks zelf koken. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) werkt standaard met catering in de noodopvang maar Amstelveen wil de nieuwkomers „kleine beetjes regie over hun eigen leven geven”, zegt burgemeester Mirjam van ’t Veld. En in het gebouw dat nu wordt ingericht als opvang zat toch al een „geweldige nieuwe keuken”.

In haar werkkamer spreken Van ’t Veld en wethouder Jeroen Brandes (welzijn, PvdA) over het overleg dat ze met het COA hebben over de inrichting van de noodopvang en over de invulling van het verblijf van de 400 asielzoekers die hier eind maart worden verwacht.

In Amstelveen zullen ook taallessen voor nieuwkomers worden georganiseerd, cursussen en gesprekken met inwoners. Ze kunnen er vrijwilligerswerk doen. En als het aan wethouder Brandes had gelegen, kregen de asielzoekers zelfs wat leefgeld. Amstelveen is ter voorbereiding gaan kijken bij de enorme opvang op het voormalig vliegveld Tempelhof in Berlijn en daar gebeurt dat, zegt Brandes: „Zestig euro per maand.” In Nederland mag het niet – „Helaas.”

Hun boodschap: „Ontvang mensen waardig. Menselijk, humaan. Maar ook: zoals een waard zijn gasten in de herberg verwelkomt.” Wat Van ’t Veld en Brandes voor ogen staat, steekt scherp af tegen het rijksbeleid van sobere opvang met bed, bad en brood. Dat dient – vermoeden zij – vooral ter afschrikking van potentiële migranten. In Amstelveen is het uitgangspunt: „Wij gaan deze mensen vanaf dag 1 opvangen alsof ze nooit meer weggaan. Dat is in het belang van hun integratie op langere termijn.”

Alleenstaande mannen

Het rijksbeleid, zegt van ’t Veld, duwt asielzoekers vanaf dag 1 juist naar de marge. Ze worden anoniem opgevangen in locaties die worden afgeschermd van de rest van de samenleving. „En intussen schrijft de staatssecretaris dat de wachttijd kan oplopen naar maximaal 18 maanden. Stel je voor dat hier straks 400 mensen anderhalf jaar zitten te wachten op bericht over hun verblijfsstatus en soms nog jaren daarna op hun gezin. Hoe denk je dat die eraan toe zijn? En hoe denk je dat die zich gaan gedragen in de buurt?”

Want dat onderstrepen Van ’t Veld en Brandes: goede opvang is niet alleen in het belang van vluchtelingen, ook in dat van de inwoners van Amstelveen. Zij verwachten minder incidenten naarmate asielzoekers een zinniger dagbesteding krijgen en direct, ook zonder dat duidelijk is of ze mogen blijven, beginnen met integreren. „En als ze dan toch weg moeten, dan hebben we in elk geval hier in Amstelveen het zaadje geplant van hoe onze samenleving werkt.”

De huidige locatiemanager van het COA, zeggen ze, staat niet afwijzend tegenover deze wensen. Zo blijven er vier jonge ondernemers in het gebouw werken als de 400 asielzoekers eind deze maand komen. „Dat vond het COA lastig; ze hanteren altijd strikte toegangsregels. Maar deze ondernemers hadden zichzelf al bij ons gemeld. Ze willen de nieuwkomers onder meer helpen met cursussen.”

Van ’t Veld en Brandes hebben van begin af aan met het COA gesproken over aantallen en samenstelling; ze wilden niet enkel alleenstaande mannen. Ook vonden ze het „heel belangrijk” dat de asielzoekers, ook die zonder verblijfsvergunning, kunnen integreren, door bijvoorbeeld goede dagbesteding.

Incidenten

„Wat betreft het aantal was het take it or leave it”, zegt van ’t Veld. „Voor het overige gaat het in goed overleg.” Dat geldt ook voor het verzoek van Amstelveen om mensen uit de regio in te zetten als personeel in de noodopvang. „Het COA doet in het hele land zaken met een uitzendbureau dat nou net het enige uitzendbureau is dat geen vestiging in Amstelveen heeft”, zegt Brandes.

Personeel uit de eigen regio, intensieve contacten met asielzoekers – „we zullen vaak binnenkomen” – het moet allemaal helpen het draagvlak voor de opvang onder de bevolking te vergroten, zeggen Van ’t Veld en Brandes. „Straks zijn er in Amstelveen meer vrijwilligers dan asielzoekers.” Ook de instructies die zij aan politie en justitie meegaf, helpen daarbij: incidenten rond de noodopvang worden met voorrang onderzocht. „Om te voorkomen dat geruchten de toon gaan zetten.”

Als het kabinet gemeenten vraagt verantwoordelijkheid te nemen voor de opvang van asielzoekers, geef hun dan ook de verantwoordelijkheid voor de invulling ervan, zeggen Van ’t Veld en Brandes. Is Van ’t Veld niet bang dat staatssecretaris Dijkhoff straks belt en vraagt: wat zijn jullie in hemelsnaam aan het doen met die asielzoekers in Amstelveen?

Nee, zegt ze. Het is voor de bevolking van Amstelveen van belang dat de komst van de vluchtelingen slaagt. En zelfs als het kabinet er problemen mee heeft: „Ik sta voor de gemeenschap.” Ze heeft er met andere burgemeesters over gesproken, in de regio, in de provincie, in heel Nederland. Allemaal worstelen ze met dit probleem en allemaal houden ze afstand tot de politiek. „Wij zijn bestuurders”, zegt Van ’t Veld. „Een burgemeester heeft een rol boven de partijen. We zijn steeds met het college en de raad goed in gesprek gebleven. In Den Haag zou wel eens wat meer mogen worden uitgedragen dat we in Nederland een verantwoordelijkheid hebben om mensen op te vangen.”

Sybrand Buma, leider van het CDA, de partij van Van ’t Veld, zei op het CDA-congres in november: „De opvang moet sober en tijdelijk zijn. Dat is geen wens, maar een onvermijdelijkheid.” Van ’t Veld haalt de schouders op. „Politiek gezien kan ik dat begrijpen. Maar ik ben een bestuurder en ik vraag het kabinet dit probleem lokaal niet politiek te maken.”