Deze vluchtelingencrisis bestrijd je met Hollandse nuchterheid

58.000, of zelfs 93.000 vluchtelingen kunnen we dit jaar best aan. Maar dan moeten politici wel met serieuze plannen komen voor nieuwbouw en banen. Nu voeden ze vooral de onderbuik, meent de directeur van Stichting Vluchteling Tineke Ceelen.

Illustratie Michael Kountouris

Een home made humanitaire crisis is aanstaande, waarschuwde de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties deze week. Het ene na het andere Europese land sluit zijn grenzen uit angst voor de ongecontroleerde doortocht of binnenkomst van tienduizenden mensen, op de vlucht voor oorlog en geweld, op zoek naar een beter bestaan voor zichzelf, of hun kinderen.

Elk land dat zijn grens dichtgooit, besluit niet alleen tot bescherming van de eigen natie, maar ook tot ontwrichting van het buurland en tot erbarmelijke, mensonwaardige ellende voor de vele tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen onderweg.

Politici produceren een eindeloze stroom onuitvoerbare plannen en beloftes waarvan zij drommels goed weten dat het inhoudsloze rookgordijnen zijn. De instroom in 6 tot 8 weken naar nul, of minstens zeer drastisch ingeperkt. Aankomende vluchtelingen op de Griekse eilanden ‘per kerende veerboot’ terug naar een veilig Turkije. En cosmetische chirurgie niet meer vergoeden voor die door oorlog totaal berooide sloebers uit Syrië. Dat zal hén, verkrachtende testosteronbommen, leren, en óns uit de vluchtelingenpenarie helpen.

Nou mooi niet dus. Gefundeerde angst voor de eigen plaats op de wachtlijst voor een sociale huurwoning, of concurrentie op de markt voor laaggeschoolde banen, of binnenkomst van mensen met een andere cultuur en religie wordt niet met feiten bestreden of getackeld met nieuwbouw, banenplannen en voorlichtende campagnes. Wel worden zo onderbuikgevoelens gevoed en maatschappelijk draagvlak met geweld ondergraven.

Welke politicus legt beschaamd uit dat we vijf oorlogsjaren lang toegekeken hebben hoe de noden in Syrië en de buurlanden waar miljoenen vluchtelingen worden opgevangen, groter werden en de budgetten voor hulp steeds meer tekort schoten? Hoe meer dan de helft van de Syrische vluchtelingenkinderen niet naar school gaat, sinds jaren. Waar alleenstaande moeders wanhopig zichzelf, of nog erger, hun jonge dochters verkopen aan heren die hun huur en eten wél kunnen betalen? Of hoe toch al karige voedselrantsoenen door geldgebrek teruggebracht werden tot een derde van het oorspronkelijke pakket bonen, olie en rijst?

Hebt u ergens gehoord of gelezen dat de eerste opvang van vluchtelingen die naar Nederland komen gefinancierd wordt uit de pot van minister Ploumen van ontwikkelingssamenwerking? Geld dat ingezet zou moeten worden voor hulp aan Syrië en de buurlanden, waar 86 procent van de vluchtelingen wordt opgevangen en de nood met stip het hoogst is. Het geld dus waarmee je ervoor moet zorgen dat de omstandigheden dusdanig zijn dat vluchtelingen daar kunnen blijven waar ze het liefste zijn: thuis of vlakbij huis.

Tik tak, tik tak. De klokt tikt rustig verder, de chaos wordt met de dag erger. Klatergoud, rookgordijnen en schijnbewegingen gaan de langzaam angstaanjagend wordende crisis niet oplossen. Hollandse nuchterheid wel. 58.000, of zelfs 93.000 vluchtelingen in 2016 in Nederland erbij redden we natuurlijk. Het moet en het kan, voor elk praktisch probleem bestaat een praktische oplossing. Als we dan ondertussen werk maken van adequate opvang en toekomstperspectieven voor vluchtelingen én armen in hun eigen regio dan heb je kans, een realistische, dat de toestroom naar Europa op termijn minder wordt. Tot die tijd? Deal with it, is het enige, ook al willen we dat liever niet horen.

De tijd is gekomen om onze welvaart veel beter te delen, als we er tenminste aan hechten een deel ervan te behouden.

Tineke Ceelen is directeur Stichting Vluchteling