De kinderen tekenen allemaal een bootje op zee

De kinderen van de opvang in Crailo zitten allemaal in één klas. Meester Hans en assistent Sharon bieden structuur.

Hans Koster te midden van zijn leerlingen. Elke stoel en tafel in de klas heeft een etiket met de naam van een kind. Foto Olivier Middendorp

Hans Koster (60) staat al bijna veertig jaar voor de klas. Hij heeft zo’n beetje alles wel gezien. Verschillende scholen. En heel veel verschillende kinderen. Juist daarom werd hij drie maanden geleden gevraagd als meester voor een klas met vluchtelingenkinderen in Bussum.

Vroeg in de ochtend heerst stilte. Aan de ene kant van de klas zitten de jongste kinderen achter de computer. Koptelefoon op. Ze doen een reken- of taalprogramma met veel plaatjes in hun eigen tempo. Aan de andere kant van de klas zitten de grotere kinderen, zij werken in hun schrift. Op de gang lezen twee vrijwilligers van de Hilversumse bibliotheek ieder met een kind.

De school, nu dus nog maar één klas, heet De Globe. De klas zit in een gebouw met een andere basisschool, de bibliotheek en de GGD. Handig, want zo zijn de lijnen kort. Globe-kinderen kunnen gebruik maken van de speeltoestellen van de basisschool.

Zo rustig als het nu is, zo’n chaos was het de eerste weken. Vijftien kinderen van vier tot dertien, in één klas. Syriërs en Eritreeërs. Allemaal uit de plaatselijke opvang in Crailo, waar sinds enkele maanden 104 asielzoekers wonen. Allemaal kort in Nederland na een zware reis. Sommigen zaten maanden in een kamp in Turkije. Vraag je hun een tekening te maken, dan is het van een klein bootje op een eindeloze zee.

En toen kwamen er begin dit jaar nog zes kinderen uit een Oegandees gezin bij dat een verblijfsvergunning had gekregen en in Bussum kwam wonen. En nog drie Eritrese kinderen, ook uit Bussum. De Syrische kinderen vonden de Oegandese kinderen heel bijzonder. Zó diepzwart, dat hadden ze nog nooit gezien. Zelfs als meester Koster een Disneyfilm aanzette op het digibord bleven ze maar staren naar de nieuwe leerlingen.

Dat was toen. Het vierjarige Eritrese jochie dat de eerste dagen naar niemand wilde luisteren, is nu als was in de handen van Hans Koster. Als de meester hem complimenteert omdat hij de puzzel netjes in de kast zet, lacht hij. De anderen heeft hij ook aardig in het gareel. Hoe hij dat fixte? Regels stellen, structuur bieden en Sharon. Sharon? Sharon Trommel is de onderwijsassistente. Maar inzetbaar als een leerkracht, zegt Koster tevreden. Met haar samen kan hij de klas aan.

Het zit ’m in kleine dingen. Elke stoel en tafel kreeg een etiket met de naam van een kind. „Ze zien het nu als hun tafel en hun stoel”, zegt Koster. „Ze passen erop, zorgen dat hun laatje netjes is en boenen het blad schoon.”

Sharon belt naar de locatiemanager van Crailo. Een Syrisch jongetje van acht heeft kiespijn. Sharon heeft even in zijn mond getuurd en zag een enorm gat in de kies. De rottende gebitten van vooral de Syrische kinderen zijn een groot probleem. Onderweg werden tanden niet gepoetst en misschien daarvoor ook niet, zegt Hans Koster. „We missen nog een tandarts in dit gebouw”, zegt Trommel. Kijk maar. Ze maakt Remas van vier even aan het lachen. Remas lacht een rij zwarte, afgebrokkelde tandjes bloot.

Asif (13) heeft littekens in zijn gezicht. Hij zat op school toen er bommen vielen en het gebouw deels instortte. Hij vluchtte met een oom naar Nederland, zijn ouders en drie broertjes zijn nog in Syrië. Laatst zoomde Hans Koster op het digibord in op Syrïe, via google maps. Hala (12) vond het geweldig. „Daar woont mijn opa!”, gilde ze. Maar Asif wilde niet dat de meester zou inzoomen op zijn straat. En hij wilde zeker niet aanwijzen waar hij woonde.

Koster en Sharon Trommel deden allebei een internetcursus: hoe ga je om met kinderen met traumatische ervaringen. Maar hij is blij dat er sinds kort een psychologe is om hen bij staan.

Het is pauze. De kinderen halen hun broodtrommels die ze allemaal van Sinterklaas kregen uit hun tassen. Het is te zien dat de ouders inmiddels zelf kunnen koken in Crailo. De Syrische kinderen hebben opgerolde pannenkoekjes. Daarna spelen ze even op het plein. Dat vinden ze geweldig vanwege het klimrek, de steppen en de driewielers.

Na de pauze gaat Sharon Trommel met de oudste kinderen lichaamsdelen leren. Ze hebben een plaatje van een kind voor zich. De juf zegt ‘neus’, ‘nek’, ‘bil’, en zij moeten het op het papier inkleuren. Ze wijst Montaser (10) terecht als hij niet goed oplet. Aan de andere kant van de klas gaan de kleintjes kleien. Ze mogen alleen fluisteren om de anderen niet te storen. Koster hoopt op een tweede klas als er meer kinderen komen: de leeftijden lopen nu wel erg ver uit elkaar.

En de verschillende culturen zijn al lastig genoeg. Laatst wilde een Oegandese jongen (12) iets aardigs tegen zijn Syrische klasgenote zeggen: „Ik vind je mooi”, zei hij. Het meisje vertelde het aan haar vader, die verhaal ging halen bij de jongen. Die wist niet wat hem overkwam. Uiteindelijk zijn we gaan praten met de Syrische ouders op Crailo, zegt Hans Koster. Met de locatiemanager erbij en een tolk. Ik was behoorlijk zenuwachtig, had geen idee hoe het zou aflopen. Maar het probleem was binnen een paar minuten uit de wereld. Tijdens het gesprek zei een ándere Syrische vader op barse toon iets in het Arabisch tegen de vader van het meisje. Later bleek dat hij had gezegd: „Stel je toch niet zo aan. Het zijn kínderen!”