Zonder mangroven gaat de delta ten onder

De Sundarbans, in de delta van de Ganges, fungeert als biologisch schild voor mens en dier. Maar het einde nadert. Wie stopt de opwarming van de aarde? En de toeristen?

De Sundarbans bij zonsopkomst, het uitgestrekste mangrovewoud dat de aarde rijk is.Sundar ban betekent ‘mooi bos’. Foto iStock

Als de duisternis valt over het uitgestrekte moerasgebied bij de grens van India met Bangladesh, geeft Dibya Chatterjee opdracht onze boot naar het midden van de rivier te varen. Dat is een hele toer. Bijgelicht met zaklantaarns stuurt de schipper de boot voorzichtig weg van de oever, naar open water. Overal in het modderige water steken scherpe palen omhoog waaraan visnetten zijn vastgeknoopt. En er zitten hier krokodillen. Eén bemanningslid zit voorovergebogen op de plecht om de netten in de gaten te houden. Een ander staat achter hem met een puntige stok om in te grijpen, mocht er een hongerige krokodil opduiken.

De Sundarbans – sundar ban betekent ‘mooi bos’ in het Hindi en het Bengali – is het uitgestrektste mangrovewoud dat de aarde nog rijk is: het beslaat haast een kwart van de oppervlakte van Nederland. Het ligt in ’s werelds grootste rivierdelta, die zich uitstrekt langs de noordkust van de Golf van Bengalen. Het wordt ernstig bedreigd door klimaatverandering en de stijging van de zeespiegel.

De tijgers worden hongerig

Onze boot ligt in het Indiase deel, dat zo’n 40 procent van de Sundarbans vormt. De rest ligt in buurland Bangladesh. We overnachten op de boot, maar dat kan niet als we aan de wal liggen. Er is gevaar van tijgers en rovers. Beide zijn tekenen van de neergang van dit gebied, meent Dibya. „Vroeger kwamen tijgers nauwelijks in dit bewoonde deel, maar het woud krimpt door de stijging van het water, dus worden ze hongerig.” En de rovers? „Armoede. Mensen kunnen hier nog maar met moeite in hun levensonderhoud voorzien, omdat hun eilanddorpjes overspoeld raken.”

Dibya Chatterjee is projectmanager bij de Nature Environment and Wildlife Society (NEWS), een ngo die zich inzet voor het behoud van het gebied. Dat betekent: de mensen ervan doordringen dat hun levensstandaard afhankelijk is van de gezondheid van de mangroven. Dat zijn bomen die grotendeels onder water groeien. Alleen hun kruinen steken boven het water uit. Ze groeien in tropische rivierdelta’s. „De mangroven vormen een biologisch schild”, zegt Dibya. „Ze absorberen de kracht van stormen en tsunami’s. Hun wortels houden de grond vast en beschermen de oevers, hun kruinen breken de wind. Zonder mangroven zou hier geen leven mogelijk zijn.”

De volgende ochtend varen we naar een eilandje waarop het dorp Ramakrishnapura ligt. We meren af aan een steiger die verbonden is met een dijk van uitgeharde modder. In het dorp lopen kippen en geiten vrij rond en er zijn rijstvelden en kleine groenteakkertjes. Rond een gammel winkeltje voor levensmiddelen drommen jongetjes samen: ze kijken naar een programma op de enige televisie die het dorpje rijk is. „De bewoners zijn zelfvoorzienend”, vertelt Diya. „Wat ze verbouwen is voor eigen gebruik. Soms houden ze wat rijst over die ze kunnen verkopen.”

In een huisje niet ver van de dijk woont Mita. Een jonge weduwe. „We zien het water stijgen, dag na dag”, vertelt ze. „Als er stortregens zijn of stormen, overstromen onze dorpen. Dan moeten we naar hogergelegen grond vluchten. Voedsel is dan een probleem. We kunnen niet koken omdat alles nat is.”

We kappen niet meer

Toch vindt ze dat het nu beter is dan vijftien jaar geleden, toen ze in Ramakrishnapura kwam wonen. „We moesten toen vaker vluchten naar hogergelegen gronden. Nu komt het water minder vaak het dorp in, ook al stijgt het om ons heen.”

De reden daarvoor, zegt ze, zijn de mangroven. „We kappen ze niet meer. Er staan hoge boetes op. De mangroven beschermen onze dijken.”

Rond het dorp zijn het afgelopen decennium honderden mangroven aangeplant. Mita was een van de eersten die het belang van de bomen begrepen, vertelt Diya. „Ze ontwikkelde de chula, een kleioventje dat maar heel weinig hout nodig heeft zodat er minder gekapt hoefde te worden.”

Mita laat zien hoe iedereen zelf zo’n oventje kan maken, zonder kosten, uit de klei die in de moerassige Sundarbans ruim voorradig is. „We hebben op een akker in het dorp snelgroeiende struiken geplant die we gebruiken voor brandstof. We hebben maar weinig nodig. En niemand hoeft het nu nog in zijn hoofd te halen om de mangroven te kappen.”

„Mita is een zegen voor dit dorp”, zegt Diya. „Op andere plekken moeten we soms ruim tien jaar investeren met allerlei projecten om het vertrouwen te winnen van de mensen, zodat ze zich er uiteindelijk bij neerleggen om te stoppen met wat ze altijd deden: het hout van mangroven gebruiken om te stoken en te bouwen.”

De Sundarbans worden wel de frontlinie van de klimaatverandering genoemd. Maar er is meer aan de hand. Het gebied heeft niet alléén te lijden onder de opwarming van de aarde. Volgens een rapport van de Wereldbank uit 2014 heeft vooralsnog het dalen van de bodem, veroorzaakt door de activiteit van de tektonische platen rond de Himalaya, een groter effect. Dat leidde vorig jaar tot aardbevingen in Nepal en Afghanistan, waarbij in totaal ruim tienduizend doden vielen. De tektonische bodemdaling leidt op zichzelf al tot het onderlopen van akkers en dorpen.

Daar komt nog eens bij dat door de klimaatverandering de waterspiegel stijgt. De Himalayagletsjers die de rivieren die in de delta uitmonden van water voorzien, smelten sneller dan voorheen, en wereldwijd stijgt de zeespiegel, ook in de Golf van Bengalen. Drie factoren die bij elkaar opgeteld leiden tot het langzaam onderlopen van het mangrovewoud.

Het dorp Jharkali ligt aan de rand van de Sundarbans. Boer Sujay Mandal is bezig met de rijstoogst. Hij heeft zijn lange haar bijeengebonden in een doek, waar inmiddels, na urenlang kromgebogen werken tussen de plantjes, rijstkorrels in hangen. „We hebben hier een kwekerij voor jonge mangroven. We zetten er zo veel mogelijk uit rond het dorp, zodat we veilig blijven.” De mangrovekwekerijen zijn een relatief nieuw fenomeen, begonnen door ngo’s en inmiddels beschermd en medegefinancierd door de overheid. Het is dé manier om het biologische schild in stand te houden, zeggen ngo’s en de overheid.

„Maar we hebben hier ook een ander probleem”, zegt rijstboer Mandal. En daarvoor is geen oplossing: de verzilting van het water. De zee krijgt gaandeweg de overhand op het zoete rivierwater uit de delta. „De opbrengst van mijn akkers neemt af. Ik kan bijna niets verbouwen op verzilte grond.”

De laatste jaren doemt nóg een gevaar op. Een gevaar waarmee niemand rekening hield: de explosieve groei van het toerisme in India. Die is van overwegend binnenlandse makelij. Door de toenemende economische welvaart stijgt het levensniveau van met name stedelingen snel. Kolkata, met zo’n 14 miljoen inwoners de derde stad van India, ligt op zo’n vier uur rijden van de Sundarbans. Voor die afstand draait India’s nieuwe middenklasse de hand niet om.

Overal ligt het plastic

Net buiten het dorp ligt het Sundarban Wildlife Animal Park. ’s Ochtends om half tien verzamelt zich een groep van zo’n dertig toeristen bij de ingang. Ze komen uit Kolkata, vertellen ze. Het is zaterdag, dit is hun maandelijkse uitstapje. Ze hebben picknickmanden en flessen frisdrank bij zich.

„De toeristen gooien overal plastic afval neer”, vertelt opzichter Alok Pal. „Aan ons park grenst een kwekerij. Veel plastic komt daar terecht door de stroming. Het remt de groei van jonge mangroven. Het duurt daardoor in plaats van één jaar wel drie jaar voordat we een volwassen boom hebben gekweekt.”

Rijstboer Sujay Mandal troont ons verontwaardigd mee naar de mangrovekwekerij van het dorp die volgens opzichter Pal gevaar loopt door het toerisme. „Nou en of”, zegt Mandal. De kwekerij is drooggevallen nu het eb is. We kijken uit over rijen zorgvuldig aangeplante en opgekweekte mangrovestekjes. Midden in de kwekerij ligt iets wat er niet hoort. „Dat ding heeft onze plantjes verpletterd”, briest de rijstboer. Het is een fikse speedboot. „Achtergelaten door iemand uit Kolkata.”

Blijkbaar dacht de eigenaar dat zijn boot veilig zou zijn als hij afmeerde binnen de hekken van de kwekerij. Zou hij geweten hebben dat hij daarmee schade zou toebrengen aan het enige wat de inwoners en het biosysteem in de Sundarbans beschermt?

„Je kunt toch zelf bedenken dat rondscheuren in een speedboot slecht is voor de mangroven en voor alles wat hier leeft?”, zegt Mandal. „Voor die stadstoeristen is dit een pretpark vol wilde dieren. Dat hier mensen wonen, interesseert hen niets.”