Wim Pijbes vertrekt op hoogtepunt

De overstap van de directeur van het Rijksmuseum naar Museum Voorlinden had niemand zien aankomen

Foto Bas Czerwinski / ANP

Het is een verrassende transfer: Wim Pijbes (Veendam, 1961) verruilt het Rijksmuseum in Amsterdam voor Museum Voorlinden in Wassenaar. Dat lijkt een flinke stap terug op de museale ladder. Het Rijksmuseum is het grootste en belangrijkste museum van Nederland, met een collectie van miljoenen objecten en schilderijen uit de voorbije eeuwen, honderden medewerkers en jaarlijks meer dan twee miljoen bezoekers. Voorlinden, het nieuwe museum van kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh dat in september opent, heeft een collectie van enkele duizenden werken, veelal op het gebied van moderne en hedendaagse kunst.

Het lag eerder in de lijn der verwachtingen dat Pijbes, die vanaf 2000 de Kunsthal in Rotterdam leidde en in 2008 hoofddirecteur werd van het Rijksmuseum, zijn carrière voort zou zetten in een groot internationaal museum. Na de succesvolle heropening van het Rijksmuseum, die internationaal veel media-aandacht trok, lagen de prestigieuze banen voor hem voor het oprapen. Volgens eigen zeggen kreeg hij aanbiedingen van musea uit Amerika, Azië en Europa. Toch koos hij voor Voorlinden, het museum waar hij al bestuurslid was. „Ik houd van afwisseling”, aldus Pijbes. „Vooral de combinatie van hedendaagse kunst en natuur vond ik aantrekkelijk.” Pijbes is altijd een man van verrassingen geweest. Ook zijn overstap van de Kunsthal naar het Rijks had niemand verwacht.

Weer op de kaart gezet

In de acht jaar dat Pijbes het Rijksmuseum leidde, heeft hij de instelling zowel binnen Nederland als internationaal weer op de kaart gezet als hét Nationale Museum. Van een enigszins gesloten bastion werd het Rijks na de heropening in 2013 een must-see attractie voor het grote publiek. Als geen ander wist Pijbes de wereldpers keer op keer naar zijn museum te lokken: openingen gingen gepaard met vuurwerk, grote namen als Alain de Botton werden uitgenodigd om met de collectie te spelen, en zelfs de Amerikaanse president Barack Obama poseerde gewillig voor De Nachtwacht. Een bezoek aan het Rijksmuseum was onder zijn leiding meer dan ooit een happening. „Het Rijksmuseum is van iedereen”, zei Pijbes drie jaar geleden in deze krant. „Geen prerogatief voor de elite.”

In Amsterdam bleef de kunsthistoricus altijd een beetje een outsider – en zo zag hij het zelf ook het liefst. In interviews liet hij regelmatig blijken dat hij een hekel had aan de Grachtengordel. Hij bleef gewoon in Rotterdam wonen, en pendelde dagelijks met trein en fiets naar zijn kantoor. „Ik kan ook wel elke donderdagavond in wat wel de huiskamer van Amsterdam-Zuid wordt genoemd gaan zitten, precies zoals het hoort...”, zei hij, doelend op het Concertgebouw. „Maar ik doe het niet. Ik heb er veel vrienden en ook veel sponsors, maar ze mogen mij niet claimen en ze mogen het Rijksmuseum ook niet claimen. Het Rijksmuseum is ook van de mensen in Stadskanaal.”

Tegelijkertijd wist hij die elite wel aan zich te binden, meer nog dan voorganger Ronald de Leeuw. Pijbes bleek een sterk fondsenwerver en bouwde veel goodwill op bij gefortuneerde Nederlanders. Bij iedere aankoop, van de sculptuur van Adriaen de Vries tot het schilderij van Jan Mostaert, trokken rijke particulieren en fondsen gewillig hun beurs. De overheidsopdracht aan musea, om als cultuursector meer ondernemend te zijn, heeft Pijbes als geen ander vervuld.

Eén teleurstelling

Pijbes gaat na acht jaar weg op een hoogtepunt. Het museum is verbouwd en uitgebreid, het trekt recordaantallen bezoekers, werkt samen met de grootste musea ter wereld en maakt blockbusters, zoals Late Rembrandt, die door de internationale pers worden bejubeld. Er was onder Pijbes’ directoraat eigenlijk maar één teleurstelling: doordat hij iets te voortvarend aan de slag was gegaan om fondsen te werven voor het dubbelportret van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, ontstond er een diplomatieke rel tussen Frankrijk en Nederland. Met als uitkomst dat het Rijks maar één Rembrandt kreeg.

Na acht jaar op topniveau kiest Pijbes nu voor een baan in de luwte. Opnieuw mag hij een museum op de kaart zetten, in een gebouw dat al nagenoeg af is. Hij zal in dit veel kleinschaligere museum meer vrijheid hebben en kunnen werken met zijn grote passie: de hedendaagse kunst. Maar ook vanuit Wassenaar zal Pijbes ongetwijfeld blijven verrassen. Dat Van Caldenborghs nieuwe museum met veel tromgeroffel gelanceerd zal gaan worden, leidt geen twijfel.