Vredesmissie door de stroop

Documentairemaker filmde een stuurloze VN-operatie in Mali

Militairen moeten frustrerend veel overleggen en vergaderen in ‘De missie’.

Films en documentaires waarin militairen centraal staan gaan meestal over broederschap en heldendaden, victorie en verslagenheid, strijd of de zinloosheid daarvan. Zo niet de nieuwste film van documentairemaker Robert Oey: De Missie. De film volgt kolonel Joost de Wolf door de bureaucratie van de VN-missie in Mali. We zien De Wolf niet gewapend in een jeep door de West-Afrikaanse woestijn crossen, maar zijn weg zoekend op het VN-hoofdkwartier in New York, in het hotel dat dienst doet als operatiecentrum in de Malinese hoofdstad Bamako, en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. „De Wolf vertelt over die missie als een jongensboek, zonder militair jargon en voor iedereen begrijpelijk”, zegt Oey. „Hij zwemt zonder cynisme door de stroop van die missie en al haar beperkingen. Al is zijn frustratie soms pijnlijk zichtbaar.”

Door de strijd tegen Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak is de politieke, diplomatieke, militaire en maatschappelijke aandacht voor de missie in Mali minimaal. Maar dit zou na Afghanistan dé grote missie van de Nederlandse krijgsmacht worden. Waarschijnlijk komt er eind dit jaar alweer stilzwijgend een einde aan de Nederlandse bijdrage aan de gevaarlijke VN-missie waarbij al meer dan vijftig doden zijn gevallen.

Robert Oey is „gefascineerd door de gesloten subcultuur van defensie” en maakte eerder films over de nabestaanden van omgekomen militairen in Afghanistan en de aanschaf van de JSF-straaljager. In 2014 en 2015 bracht hij zeven keer een bezoek aan Mali. „Daarbij ging het niet over ‘waarom zijn we in Mali’ en ‘hoe zorgen we dat het hier morgen ietsje beter gaat dan gisteren’ of de strategische planning, maar over of de militairen wel genoeg wc-rollen en yoghurtjes hadden. Dat is wat de vakbonden belangrijk vinden, daar kan de Tweede Kamer zich over opwinden”, zegt Oey. „Politici maken zich alleen druk over welke helikopter er mee moet. Maar het grote verhaal, dat we een decennialange band hebben met Mali, dat door de instabiliteit daar vluchtelingenstromen ontstaan, daar hoor je niemand over.”

Door veel militairen is Mali na Afghanistan als een stap terug ervaren. Deed het Nederlandse leger met de vechtmissie in Uruzgan mee ‘in de Champions League’; met de vredesoperatie Mali spelen ze weer bij de amateurs van FC Knudde. Zo groot is volgens sommigen het verschil tussen een missie onder de leiding van de militaire NAVO-alliantie, of de geitenwollensokken van de VN.

Maar Oey legt de ‘schuld’ voor de gebrekkigheid en onzichtbaarheid van wat Nederland doet níét bij de VN, maar in Den Haag. Vredesmissies zijn per definitie meer civiel dan militair, maar in Nederland is het beeld andersom. Mede omdat de regie van Buitenlandse Zaken ontbreekt. „Dat is toch bizar.”

Door zijn goede contacten bij Defensie kreeg Oey toegang tot alle betrokkenen en ook Buitenlandse Zaken was in eerste instantie enthousiast over het project, zegt Oey. De missie viel tot vorig jaar bovendien onder Nederlandse leiding. Tot Bert Koenders eind 2014 minister van Buitenlandse Zaken werd, leidde hij de VN-missie. Koenders is echter de grote afwezige in de film. Eén keer komt hij in beeld. „Ik wilde hem graag filmen tijdens een symposium”, zegt Oey. „Maar daar wilde hij niet aan meewerken.”

Dat kolonel De Wolf zich aandiende als hoofdpersoon was „een geschenk”, zegt Oey. Hij slaagde er niet een diplomaat te vinden die op vergelijkbare wijze kon vertellen over de Nederlandse bijdrage en belangen aan de ‘softe’ kant van de missie. Die kon laten zien hoe dat werkt, zodat militair optreden niet altijd nodig is. Oey: „Waarschijnlijk is dat diplomatie: niets hardop durven zeggen wat mogelijk schade kan berokkenen. Het probleem is niet narcisme en arrogantie, maar juist het gebrek daaraan.” Het was een deceptie voor Oey (49), die ooit zelf heeft overwogen diplomaat te worden.

De film gaat dus meer over de strijd tussen militairen en diplomaten dan hun gezamenlijke optreden. Van de 3D-benadering (Defense, Diplomacy en Development) waar Nederland altijd hoog over opgeeft, blijft weinig heel.

De vraag is of de film ook de carrière van de sympathieke hoofdpersoon gebroken heeft. Het is niet de eerste keer dat Oey het gevoel heeft dat hij „roofbouw” pleegt op zijn onderwerpen. Joost de Wolf dacht na een jaar in Mali militair attaché te worden in Parijs. In plaats daarvan filmt Oey hem aan het slot van De Missie in Engeland, waar hij nu gedetacheerd is. „Zijn carrièremogelijkheden lijken gefnuikt. Ik weet niet of dat aan de film ligt. Het is een jongensachtig avontuur met een zuur einde.”