Vervalser met een kunstenaarsziel

Regisseur Rudolf van den Berg maakt een speelfilm over de roemruchte kunstvervalser Han van Meegeren. „Hij worstelt met de vragen die elke kunstenaar heeft.”

Jeroen Spitzenberger (Han van Meegeren) naast regisseurRudolf van den Berg, met rode jas, op set.

‘Smoke ready? And… action!” Delft, jaren dertig. Han van Meegeren (Jeroen Spitzenberger, met vlasblonde haren) fietst in een rotvaart met zijn zoontje voorin zijn laadbak over de Oude Delft. Op de achtergrond: een dampende gracht, de Oude Kerk en vrouwen in knielange rokken met vleeskleurige panty’s. Dan klinkt er plots rumoer, niet vóór maar achter de draaiende camera’s. Twee winkelende oudere dames zijn het er niet mee eens dat de helft van de gracht naast Museum Prinsenhof is afgesloten. Filmopnames of niet, zij willen door. De verkleumde crew knarsetandt.

De scène van de „creatieve biopic” Een echte Vermeer die afgelopen week werd opgenomen in de binnenstad van Delft, speelt aan het begin van het leven van een van Nederlands bekendste kunstvervalsers: Han van Meegeren (1889-1947). Deze getalenteerde portretschilder maakte naast eigen werk, talloze vervalsingen van klassieke Nederlandse meesters zoals Hals en Vermeer. Zijn werk De Emmaüsgangers werd door kenners als een echte Vermeer bestempeld en in 1937 gekocht door Museum Boijmans van Beuningen. En hij verkocht tijdens de Tweede Wereldoorlog een valse Vermeer aan Rijksmaarschalk Hermann Göring.

Deze laatste deal zou Van Meegerens ondergang worden. In 1945 werd hij gearresteerd en moest hij bekennen dat hij de rechterhand van Hitler geen echt meesterwerk had bezorgd, anders zou hij worden veroordeeld voor collaboratie. In de film wordt via de rechtszaak die volgde teruggeblikt op verschillende periodes in Van Meegerens leven. Maar volgens regisseur Rudolf van den Berg is het „niet de bedoeling om een historisch volledig correcte reconstructie te maken”.

In het kerkgedeelte van Museum Prinsenhof, waar het net iets minder koud is dan buiten, vertelt Van den Berg dat hij „de schelmenverhalen” over het leven van de vervalser onvoldoende basis vond voor een film. „Ik wil een kunstenaarskarakter neerzetten en proberen te doorgronden welke prijs je betaalt als je je leven aan de kunst wil wijden.”

Maar het zijn toch de schelmenverhalen die Vermeervervalser Van Meegeren beroemd maakten bij het grote publiek. „Hij is eigenlijk de Nederlandse graaf van Monte-Cristo”, vertelt Arthur Brand. Hij is mede-eigenaar van een adviesbureau gespecialiseerd in het opsporen van gestolen kunst. „Mensen hebben vaak een zwak voor kunstcriminelen omdat ze de kunstwereld voor paal zetten.” En dan is er natuurlijk die vervalsing die Van Meegeren aan Göring heeft verkocht. Dat levert goodwill op. Brand: „Van Meegeren zei zelf achteraf dat hij een daad van verzet wilde plegen. Dat is overdreven, maar dat neemt niet weg dat je ballen moet hebben om in de Tweede Wereldoorlog de tweede man van het Duitse Rijk een valse Vermeer in de maag te splitsen.”

Brands grootvader zat met Van Meegeren op school en als kind is Brand opgegroeid met verhalen over hem. Brand: „Van Meegeren had overduidelijk talent, maar werd niet serieus genomen, omdat hij schilderde in een stijl die niet meer in de mode was. Toen heeft hij de mensen die zijn werk afkraakten teruggepakt, door vervalsingen te maken die zij voor echt aanzagen en goedkeurden.”

In publicaties als The Man Who Made Vermeers (2008) van schrijver Jonathan Lopez wordt echter gesteld dat Van Meegerens ‘wraakmotieven’ ondergeschikt waren aan pure geldlust. Hij maakte deel uit van een internationaal circuit van kunstvervalsers.

Voor een donkere kant van Van Meegeren, die ervan beticht is met het nationaal-socialistische gedachtegoed te hebben gesympathiseerd – in Hitlers bibliotheek werd onder meer een gesigneerd boek met Van Meegerens tekeningen gevonden – is volgens Brand nooit bewijs gevonden. Van Meegeren handelde vooral uit opportunisme.

Kort na het gesprekje neemt Van den Berg een shot op waarin kijkers door de ogen van Van Meegeren zien hoe de jonge Vlaamse actrice Lize Feryn voorzichtig een geneesmiddel in de ogen van de vervalser druppelt. Een chemisch mengsel om schilderijen te verouderen heeft zijn gezichtsvermogen aangetast. Van Meegeren droomt in de film dat zijn geliefde Jólanka Lakatos hem helpt. Van den Berg: „Van Meegeren ontmoet op een gegeven moment de vrouw van zijn leven en doet er alles aan om haar te krijgen. Daardoor gooit hij zijn eigen glazen in.”

Voelt de regisseur zelf sympathie voor de opportunistische vervalser? Van den Berg: „Wel voor het personage dat we in de film creëren. Hij worstelt met de hartstocht en pijn die elke kunstenaar kent, en met de vraag: wat maakt iets tot kunst, het feit dat ik mijn handtekening eronder zet of dat ik mijn hart en ziel erin leg?”

    • Sabeth Snijders