Schalkse Salvant zingt jazz met humor

Ze is hét jazztalent van nu: de Amerikaanse zangeres Cécile McLorin Salvant (26). Vanavond treedt ze op met het Metropole Orkest.

Jazzvocaliste Cécile McLorin Salvant Foto Andreas Terlaak

Te worden bekroond in de top van de vocale jazz is opwindend, vindt de 26-jarige Amerikaanse jazzvocaliste Cécile McLorin Salvant. De Grammy Award, de prijs die ze krap twee weken geleden ontving voor het beste jazzalbum (For One to Love) is „een verrassende erkenning”. Ze profiteert ervan ‘zolang het duurt’, stelt ze terughoudend vast. „Want niets is voor altijd.” Beroemd? Cécile McLorin Salvant, dochter van een Franse moeder en een vader uit Haïti, wil er niet van weten. „Weinigen weten wie ik ben hoor! De meeste mensen luisteren toch helemaal geen jazz”, lacht ze. Nee, buiten de vele felicitaties van vrienden staat haar telefoon niet roodgloeiend voor extra boekingen. Die volle agenda, met samenwerkingen met de trompettisten Wynton Marsalis en Ambrose Akinmusire, werd vorig jaar al gevuld.

Het was een buitengewoon jazztalent dat op het North Sea Jazz Festival 2014 stond te zingen. De jonge Cécile McLorin Salvant nam de zaal op onthutsend sterke wijze voor zich in. Ze toonde grote vocale lenigheid en timing, had een voordracht met souplesse, en verweefde humor en ironie makkelijk in haar theatrale jazz. Salvants naam ging toen al even rond. Ze won in 2010 de Amerikaanse Monk-jazzcompetitie. Haar debuutalbum WomanChild was net uit, en genomineerd voor een Grammy, en het Amerikaanse jazzmagazine DownBeat drukte haar aan het hart: ze was één in alle polls.

Salvant groeide op in Miami. Na de high school ging ze op haar achttiende studeren in Aix-en-Provence in Frankrijk: politiek en rechten. Op het conservatorium volgde ze klassieke barokzang en jazz. De jazzlessen van haar docent, saxofonist en klarinettist Jean-François Bonnel, leidden tot optredens. Ze is niet het type dat nadenkt over hoe ze haar stempel drukt op de hedendaagse jazz. Dat is „teveel voor een mens”. Haar focus is kleiner: wat is haar stem, wat kan ze ermee zeggen in de muziek, en hoe persoonlijk en oprecht kan ze haar jazz maken? Enerzijds put ze uit het vocale jazzfundament dat Sarah Vaughan, Bessie Smith en Billie Holiday legden, anderzijds heeft Salvant een eigen frisse, theatrale benadering. „Ik ben dol op theater en acteren”, vertelt ze. „En ik ben eerlijk gezegd een beetje gefrustreerd over het feit dat ik geen actrice ben geworden.”

Op haar albums toont ze grote diversiteit, van kleine, curieuze jazz-bluesliedjes tot musicalnummers die ze verjazzt. Haar versie van het musicalliedje Stepsisters Lament (uit Cinderella) is een geestige jazzsong. Dat ligt natuurlijk vooral aan het arrangement van haar pianist Aaron Diehl die op haar aanwijzingen – „ik weet onmiddellijk hoe ik het wil zingen” aanpast. Ze noemt het prettig als er verschillende emoties in liedjes voorbij komen, in dit geval ergernis en jaloezie. „De meeste liedje zijn clichéliedjes over al dan niet beantwoorde liefde of een groot verlangen. Dat vrouwen gewoon concreet ergernis voelen in een lied trekt me erg aan. Het is heel echt en herkenbaar .”

Bijzonder ook is hoe ze humor en ironie verweeft in haar jazz. Die stijl keek ze van Shirley Horn af. Neem Wives & Lovers. Dat is in de versie van Frank Sinatra met Count Basie een best seksistisch liedje. Als Salvant het zingt, rollend met haar ogen achter het opvallende, witte brilmontuur, is het een speels, schalkse boodschap van vrouw tot vrouw. Haar stem is helder en resoneert op een diep doordringende manier. Ze traint die nauwelijks – „dat moet beter”. Soms doet ze een dutje, om rustig twintig minuten later het podium op te klimmen. Expres. Want: „Dan is mijn stem zo heerlijk laag. Ik plan er wel eens opnames om, ’s morgens zeer vroeg, zodat ik weet dat ik die lage noten dan echt goed haal.”