Toch nog steeds wachtlijsten bij zorg voor kinderen

Ruim driekwart van de vestigingen van Veilig Thuis, het meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk geweld, kampt met een wachtlijst. Dat blijkt uit een rondgang door NRC. Veilig Thuis neemt meldingen die zij ernstig genoeg achten voor grondig onderzoek daardoor pas na vertraging onder de loep. Wachttijden lopen uiteen van twee weken in Brabant-Noordoost tot enkele maanden in Leiden en omstreken.

Op de meest urgente meldingen – categorie acuut en zeer gewelddadig – onderneemt Veilig Thuis meteen actie. De opstopping zit bij de zorgwekkende, minder acute zaken.

Twintig van de 26 vestigingen van Veilig Thuis hebben een wachtlijst, blijkt uit de rondgang. Gemiddeld staan er 56 zaken in de wacht. De aantallen per regio lopen echter sterk uiteen: 37 zaken in Zeeland, 49 in Zuid-Limburg, honderd in Flevoland. Directeuren van Veilig Thuis noemen de wachtlijsten „onacceptabel”, een „ongewenst afbreukrisico” en een „taboe”.

De wijdverspreide, lange wachtlijsten zijn een nieuw fenomeen. Veilig Thuis is ontstaan uit een fusie op 1 januari vorig jaar van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt Huiselijk Geweld. Wachtlijsten kwamen vóór 2015 alleen voor bij het AMK, op incidentele basis.

Het aantal meldingen aan het adres van Veilig Thuis is onder meer toegenomen door een overheidscampagne die burgers met succes aanspoort vermoedens van geweld te melden. Tegenover die gestegen vraag staat een wankel aanbod. Veilig Thuis kampt met een krappe formatie. Geld krijgen zij van gemeenten die de begroting voor jeugdzorg dit jaar met 5 procent hebben zien slinken. Volgend jaar krimpt dat budget verder.

Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) noemt het in een reactie „onaanvaardbaar als mensen te lang moeten wachten terwijl er ondertussen onvoldoende zicht is op hun veiligheid. Dat moet zo snel mogelijk verholpen worden.” Van Rijn verwijst naar een „verbeterprogramma” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

    • Ingmar Vriesema