Dit zijn de grootste clichés op de mail en we stoppen ermee

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

De eerste keer dat iemand ‘dank voor je mail’ naar me mailde, liet ik al het werk uit mijn handen vallen en ben ik meteen gaan kijken. De mail kwam vanuit Waddinxveen, dus nog best een eind, maar ik reed als op vleugels gedragen op weg, om de dankbaarheid niet alleen schriftelijk, maar ook persoonlijk te ondergaan – als zonlicht op mijn gezicht. Want jongens kom op: hoe leuk is het, als iemand je bedankt voor je mail?!1?!1?!

Sindsdien reis ik natuurlijk nooit meer naar mailers. Ja, om ze aan hun oren door een grote bak zeepsop te trekken voor hun vreugdeloze, ongemeende proza. Want net zoals ‘Waddinxveen’ lukraak maar wat platitudes achter elkaar had zitten tikken – hij was beleidsmedewerker en dan krijg je dat, zei hij – tikt 90 procent van de mensheid natuurlijk maar wat aan, in zijn mails op kantoor. ‘Ziet er interessant uit’, ‘fijn dat je het even laat weten’, ‘dank voor je reactie’, of ‘ik kom erop terug’ – ik ben er helemaal klaar mee. Want dooddoeners verstikken, ze woekeren en stinken, als koude koffie tussen rottende vullingen. Het is helpdesk-empathie, alsof je geestelijk in de wacht wordt gezet, schreef één van mijn dierbare Twitteraars. Bij elk cliché op de mail sterft ergens een kitten.

Ik had laatst iemand die mailde ‘ik vind het vervelend dat je hier niet meteen heel blij van wordt’, met vlak erachter het nekschot ‘maar ik hoor wat je zegt’. Daarna heb ik online vier honkbalknuppels besteld. Ik geef toe, het is iemand die ook vaak mailt ‘pak jij het op?’, ‘ik neem het mee’. Maar dat is geen excuus.

Nog zo’n topper: ‘Hoe gaat het met je?’ Of ‘lang niet gesproken’. Met daarna een verzoek dat je minstens vier uur gaat kosten. Outlook heeft sinds kort een bak voor ‘onbelangrijke e-mail’ – echt – maar een teiltje lijkt me fijner. Want een gesproken dooddoener is al erg, maar een geschreven cliché is voor eeuwig geboekstaafd, niet onopgemerkt gebleven en gaat nooit meer weg. Iemand die tegen je zégt ‘ik snap je boosheid’ – daar kan je nog een emmer rode verf overheen gooien. Iemand die het schrijft, tart de wetten van de schrift.

Ik zeg dan ook: we stoppen met alle kansloze mails en we beginnen opnieuw – we schrijven vanaf vandaag alleen nog maar wat we bedoelen. We mailen dus ‘ik zie het niet zitten’, in plaats van ‘ik kom erop terug’; ‘ik hou van je’ in plaats van ‘dat is een goed punt’; ‘ik kom niet’ in plaats van ‘ziet er interessant uit’; en ‘vraag het maar aan een ander’ in plaats van ‘ik ga ernaar kijken’. We sluiten af met ‘duh’ of ‘liefde’, óf we zetten een r achter ‘gr’.

En dan stoppen we ook meteen met die enorme disclaimers die onder sommige mails hangen, sjezus man, ik ben soms uren aan het lezen waar ik allemaal op antwoord. Hetzelfde geldt voor de wijze spreuken onderaan en de ellenlange functietitels waarmee jullie jezelf opblazen – doe eens normaal lieve mensen. We vegen alle mails schoon als een schone lei – élke mail wordt een nieuw begin.

Er is maar één dooddoener die mag blijven en dat is ‘ik wilde je net mailen’. Want die klopt dan eindelijk weer. Als je mag schrijven wat je bedoelt, kan het nooit genoeg zijn.