Ik denk dat je vanuit ellende moet beginnen

(52) In zijn nieuwe roman beschrijft de Canadese schrijver Yann Martel hoe mensen reageren op de dood in verschillende tijden. „Ik geloof niet in gelukkig schrijven.”

‘Een aap aan het kruis, is dat beledigend? Nu niet meer’, verklaart Yann Martel wanneer we het over zijn nieuwste roman De hoge bergen van Portugal hebben.

Zijn laatste boek is een vertrouwde Martel: het is een en al dieren, magisch realisme en godsdienst wat de klok slaat. In drie delen vertelt hij hoe mensen reageren op de dood in verschillende tijden. In het eerste deel verliest een man in het Lissabon van 1905 binnen een week zijn minnares, kind en vader. Uit protest besluit hij achteruitlopend op zoek te gaan naar een crucifix uit de 16de eeuw waarop Jezus is afgebeeld als een chimpansee. In het daaropvolgende deel, dat zich in 1939 afspeelt, wordt het geloof van een patholoog getest die net weduwnaar is geworden. Hij pleegt autopsie op een man van wie een kind is doodgereden. Wat hij aantreft in de maag is een aap, die een kleine beer omstrengelt. De aap is hier God, die het kind heeft beschermd. In het slotstuk, dat in het heden plaatsvindt, gaat een weduwnaar samenwonen met een chimpansee in Portugal. „Hier is God levend, aan het begin is hij een idee, in het middenstuk de verbeelding.”

Waarom een chimpansee?

„Ik wilde een Darwinaans dier erin, omdat ik denk dat hij het belang van dieren in ons bestaan heeft teruggebracht. In het Oude Testament vind je veel dieren, maar in het Nieuwe Testament niet meer. Het christendom betekende eigenlijk het einde van het dier in verhalen. En toen kwam Darwin in de 19de eeuw, die ze weer dichtbij ons bracht.”

Maar met die dieren ondertussen het christendom de nek omdraaide.

„Je kan ook zeggen dat dieren de herwaardering kregen die ze verdienen, of wellicht zelfs een hogere status kregen binnen het christendom, dankzij Darwin. Daarom plaats ik in mijn roman een chimpansee op een kruis; de genen van de chimpansee zaten ook in Jezus. Of dat godslastering is of een herwaardering? Dat laat ik aan de lezer. Waar het mij om gaat is de verbinding tussen religie en dieren. Dieren zijn niet bezig met het verleden of met de toekomst, maar zijn gericht op het nu. Alles los kunnen laten, dat is iets religieus.”

Gold dat ook voor de aap en de ezel in uw Holocaustroman ‘Beatrice en Vergilius’?

„Wat ik daar wilde was op een andere manier de Holocaust weergeven. Als er over de Holocaust wordt geschreven dan is dat vaak op een bijna historische manier. Het zijn romans die als geschiedenis aanvoelen, maar waarom zetten we niet alle middelen in die bij fictie horen? Ik wilde de Holocaust brengen als een dierenallegorie.”

Is elke gebeurtenis geschikt voor een allegorie?

„Ja, dat is het mooie aan fictie. Daarmee creëer je empathie, je krijgt sympathie door verbeelding. Want je kan situaties bedenken die geen enkele historicus kan neerzetten. Neem Zie: liefde (1986) van David Grossman. Daarin belandt een onsterfelijke Jood in een gaskamer. Hij ziet iedereen om zich heen sterven. Toen het boek uitkwam werd Grossman bekritiseerd: dat was een gebied waar je weg moest blijven, vond men. Niemand kon vertellen wat er precies in die gaskamers was gebeurd. Grossman verdedigde zich door te stellen: dat is juist wat een fictieschrijver wél kan doen. Ik ben dat met hem eens. Met je empathie en verbeelding kan je de gaskamer in en je voorstellen hoe dat geweest moet zijn. Ging de vergassing ook echt zo? Nee, maar het is beter dan niets. Het is beter die momenten op te schrijven aan de hand van de verbeelding dan er helemaal niets over te schrijven. Het is belangrijk om je voor te stellen hoe het geweest is. Je begint met de feiten en gaat dan verder.”

Gaat het bij fictie alleen om empathie te creëren of ook om te shockeren?

„Dat hangt ervan af. Iemand als Houellebecq wil shockeren, Grossman wil begrip kweken.”

En hoe zit het in het geval van de Holocaust, de ezel en de aap?

„Dat was niet om te shockeren. Ik wilde alleen de vraag stellen: waarom is het taboe om zo te schrijven over de Holocaust, terwijl bij andere oorlogen elk literair middel is toegestaan? Bij andere oorlogen wordt er nooit gezegd dat de oorlog in het verhaal is getrivialiseerd of gebanaliseerd, alleen bij de Holocaust hoor je dat. Als je met de Holocaust op een niet gangbare manier omgaat, word je er altijd weer van beschuldigd dat je trivialiseert, dat je de slachtoffers onrecht doet. Ik ben het daar niet mee eens. De slachtoffers worden altijd op dezelfde manier geportretteerd, terwijl het er zo veel waren. Dan creëer je verveling. Ik wilde niet shockeren, maar vragen stellen.”

In ‘De hoge bergen van Portugal’ spreekt Maria de hoop uit dat er meer allegorieën op het geloof komen.

„De allegorie is waardevol. Religie wordt geplaagd door mensen die alles letterlijk nemen. IS, Talibaan, Amerikaanse evangelisten, Joodse en moslimfundamentalisten, enzovoort. Alles letterlijk nemen is een slecht idee. Religie is orale overleving. Over Jezus werd pas op z’n vroegst 30 jaar na zijn dood geschreven. Dat is alsof je over de moord op Kennedy pas iets op papier zet in 1993. Als de overdracht mondeling is, dan vat je dingen samen en stop je er symbolen in die later gedecodeerd moeten worden.”

In ‘Life of Pi’ onderzoekt Pi meerdere godsdiensten. In uw nieuwe roman wordt alleen het christendom onder de loep genomen. Waarom?

„Omdat deze godsdienst een menselijke God heeft. In andere godsdiensten wordt de God gemixt met mensen, maar hij blijft een machtige God. Het christendom is de enige godsdienst waarin God een mens wordt om het lijden te begrijpen en te verzachten. Hij sterft. In andere godsdiensten lijden de goden, maar ze gaan nooit dood. Allah komt niet eens in de buurt van doodgaan. De menselijkheid interesseerde me. Jezus twijfelt aan zijn geloof als hij sterft en vraagt waarom God hem heeft verlaten.”

Had u ook over de islam kunnen schrijven?

„Ja, ik ga dat ook nog doen. Wat me boeit is dat de islam een socialere godsdienst is dan het christendom. Het christendom is veel individueler. Ik heb het nu even niet over de gekken onder de moslims, maar over de islam in het algemeen: er is veel broederschap. Daarom bekommeren moslims in Holland zich om wat er met moslims gebeurt in Palestina of Pakistan. Voor een christen in China interesseert niemand zich hier. Christenen richten zich meer op het hiernamaals. Binnen de islam en het judaïsme houden zich meer bezig met het hier en nu: hoe je nu moet leven. Daarom hebben ze ook zoveel regels. Als ik over de islam zou schrijven dan zou ik me vooral richten op broederschap en zusterschap. Ook de gelijkheid is daar groter. In de kerk zitten de rijken voorin, de armen achterin. In een moskee is dat onderscheid er niet. Je hebt alleen wel het probleem van de uitwassen.”

Zou u bang zijn om over de islam te schrijven?

„Ik zou niet de bedoeling hebben om te shockeren. Het gaat om de intentie, dus als ze het boek lezen dan is er geen probleem. Hoewel… ze lazen Rushdies Duivelsverzen ook niet en veroordeelden hem desondanks. Maar nee, ik denk niet dat ik bang zou zijn, dat is ook niet wat een schrijver moet zijn. Oké, Rushdie... Ik weet het niet, dat is iets waar ik me zorgen om ga maken als het boek er eenmaal is.”

Terug naar ‘De hoge bergen’: alle delen beginnen met de dood. Waarom?

„Al mijn werk begint met de dood omdat ik denk dat je vanuit ellende moet beginnen. Ik geloof niet in gelukkig schrijven. Je bent op zoek naar begrip, en je bent zoekende omdat er iets mist. Dat zie je ook weer terug in religie. Door het mysterie van dood is religie ontstaan. Hetzelfde geldt voor kunst: die is ontstaan omdat we de wereld willen begrijpen.”

In uw boek wordt een autopsie tot in detail beschreven, net als de ontbinding van een lijk. Bent u niet bang dat het mysterie rondom de dood zo plat wordt gemaakt?

„Nee, we leren daardoor juist beter de dood begrijpen. We ontkennen de dood veel te veel. Neem Agatha Christie: ze maakt van de dood entertainment en ze gaat op zoek naar een verklaring voor de dood. Ze geeft de dood een reden, net als de dood van Jezus die kreeg.”

De dood begrijpen, kan de nekslag van verbeelding zijn.

„Integendeel! Medici hebben geen verhaal bij het waarom en kunnen de dood vaak niet verklaren – je kan jaren hersendood zijn. De definitie van dood verandert ook telkens. Verbeelding is de sleutel van begrip voor de dood.”