Hollywood is dol op deze klassieker

Ook zo genoten van Super Tuesday? Lekker met een bak popcorn achter de computer CNN gekeken voor de exit polls, al dan niet met ‘Make Donald Drumpf again’-petje op? Je bent niet de enige. Nederlanders houden van de VS, en dichten het land op zijn minst het grootst mogelijke belang toe, anders zouden we de voorverkiezingen van de Republikeinse en Democratische partijen niet zo minutieus verslaan. Laat ik deze periode aangrijpen om dieper in de Amerikaanse klassieke muziek te duiken. We mogen dan denken alles af te weten van de Amerikaanse politiek, de Amerikaanse klassieke muziek is zelfs voor de meeste klassiekemuziekliefhebbers terra incognita.

Er zijn natuurlijk wel wat uitzonderingen. George Gershwin (de componist van Rhapsody in Blue) hoor je regelmatig, Leonard Bernsteins West Side Story (eigenlijk een musical, maar salonfähig genoeg, want vol briljante muziek) is een evergreen, Charles Ives wordt aanbeden door aanhangers van het modernisme. Maar er is één Amerikaans stuk dat je op elke klassieke-muziek-voor-beginners-verzamel-cd vindt: Samuel Barbers Adagio for strings (1936) – het stuk dat je hoort als er ergens een ramp is gebeurd en er even niets meer te zeggen valt. Het klonk op de Amerikaanse radio toen de dood van president Franklin D. Roosevelt werd aangekondigd, hetzelfde gebeurde na de moord op John F. Kennedy, ook klonk het veelvuldig in de nasleep van 9/11. Iedereen herkent het inmiddels als een instrumentaal requiem – Hollywood maakt er dankbaar gebruik van.

Ongeveer acht minuten duurt dit stuk van Barber (1910-1981), een telg uit een bemiddelde en muzikale familie uit Pennsylvania. Op zijn tiende had hij al een operette gecomponeerd. Het Adagio for strings was zijn doorbraakstuk, toen de grote dirigent Arturo Toscanini het in 1938 uitvoerde. Eigenlijk is het Adagio een bewerking (voor strijkorkest, dus): het is het langzame middendeel uit een driedelig strijkkwartet, dat met een roerig openingsdeel ambitieus begint, maar met een kort slotdeel voorbij is voor je er erg in hebt. Wat zo sterk is aan het Adagio is dat het een gevoel van tijdloosheid suggereert: Barber speelt met maatsoorten, waardoor je als luisteraar moeite moet doen om vast te stellen waar de eerste tel zit. De zuchtende lijn van de eerste violen lijkt eindeloos te duren, als in de muziek van de renaissance. Het Adagio for strings is een klinkend vraagteken waarop geen antwoord volgt.

Barber mocht dan klagen dat dit zijn enige stuk was dat altijd werd gespeeld (wat niet waar was – ook zijn frisse Vioolconcert hield repertoire), hij was slim genoeg het succes uit te buiten. In 1967 bewerkte hij het voor koor en plakte er de tekst van het Agnus Dei op, uit de rooms-katholieke mis. Maar de strijkkwartetversie blijft wat mij betreft de beste.