Hij moet Van der Steur behoeden voor meer fouten

De nieuwe secretaris-generaal van Veiligheid en Justitie hoopt zijn ministerie weer op de rails te krijgen.

Foto NRC / David van Dam.

Foto NRC / David van Dam

Op het intranet van het ministerie van Veiligheid en Justitie stond vorige week een bijna angstaanjagende boodschap. „Gesloten, niet transparant en angstig. Net iets meer dan de helft van de 167 invullers herkent deze termen als het over VenJ gaat.” 

Andere uitkomsten van deze kleine poll naar de bedrijfscultuur: slechts een kwart van de ambtenaren trekt zich weinig aan van alle kritiek, terwijl „10 procent het echt vervelend vindt dat ze er op feestjes door familie en vrienden op aangesproken worden”.

Na de ‘Teevendeal’ vertrokken minister Opstelten en staatssecretaris Teeven (beiden VVD). En onder de nieuwe minister Ard van der Steur (VVD) kreeg het departement het opnieuw zwaar te verduren: er was een geregisseerde foto van Volkert van der G., en MH17-anatoom George Maat werd ten onrechte geschorst.

De man die de problemen moet overwinnen, is de nieuwe secretaris-generaal Siebe Riedstra (1955), Fries, ooit hbo-docent en inmiddels een Haagse veteraan. Hij is in alles een tegenpool van zijn voorganger Pieter Cloo. Die kwam uit de consultancy en maakte op het ministerie snel vijanden door onhandig en bruusk optreden. Hij vertrok vorig jaar tegelijk met Opstelten en Teeven.

Riedstra kwam in juni over van Infrastructuur en Milieu (IenM). Op ‘Justitie’ werken zo’n honderdduizend mensen (direct en indirect) onder hem. De rol van Riedstra is vooral belangrijk omdat Van der Steur geen bestuurlijke ervaring heeft. De topambtenaar praat in de regel niet met de pers, maar wil nu uitleg geven bij het woensdag bekendgemaakte ‘VenJ verandert’.

U bent hier nu al meer dan een half jaar en ruim de helft van uw medewerkers vindt de sfeer op het departement angstig. Hoe erg is dat?

„Deze veranderingen zijn niet meteen geregeld. Ik word zelf ook aangesproken op het ministerie, bij elk feestje waar ik kom. Zaterdag zei een dorpsgenoot: ‘Siebe, ik denk veel aan je’. Dat vind ik helemaal niet erg. Hiervoor heb ik van VROM en V&W één departement gemaakt: IenM. Na vier of vijf jaar kun je pas zeggen of dat gelukt is.”

Hoe was uw eerste werkdag, vorig jaar juni?

„Ik heb een toespraak gehouden en gezegd dat ik van het personeel wilde horen waar het mis is gegaan. Ik wilde niet meteen een oordeel klaar hebben. Door tientallen gesprekken en 150 reacties van medewerkers kreeg ik een eerste beeld van de organisatie. Uit de reacties kwamen patronen naar voren die we willen veranderen.”

Zoals?

„Dat we bijvoorbeeld niet tijdig of volledig open zijn. Soms waren we te defensief met het openbaar maken van informatie. Dat is het oude V&J. Het leuke van het nieuwe V&J is dat het gaandeweg wordt gemaakt.”

Riedstra noemt nog een probleem: justitieorganisaties werken te veel langs elkaar. Dat gebeurde bijvoorbeeld nadat een foto van Volkert van der G. in De Telegraaf was verschenen. Van der Steur zei in september dat het Openbaar Ministerie (OM) een dag voor publicatie op de hoogte was. Later bleek dat justitie de foto zelf geregisseerd had, na maanden overleg. Riedstra: „Toen we deze gang van zaken wilden reconstrueren, duurde dat bijna drie weken. Dat is veelzeggend.”

Wat doet u ertegen?

„Sinds december vergadert de top van het ministerie regelmatig samen met de top van politie, OM, gevangeniswezen en Immigratie- en Naturalisatiedienst. Niemand kan dan meer zeggen: we waren er niet bij betrokken.”

Moest u nog mensen wegsturen?

„Ik zal heel stellig zijn: ik had geen opdracht om ‘de grote schoonmaak’ te organiseren. Er zijn wel wisselingen geweest. Je kijkt altijd welke kansen er zijn voor vernieuwing. Maar ik geloof niet in zo’n ‘schoonmaak’. Dat is niet verbindend. Het zet een organisatie in de stress.”

Er zijn veel hoge functionarissen weggegaan: politiebaas Gerard Bouman, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal rechtspleging en rechtshandhaving, de directeur communicatie. Allemaal toeval?

„Allemaal om wisselende redenen. Er zat geen samenzwering achter.” 

Foto NRC / David van Dam

Wat moet er nu nog veranderen?

„We willen bijvoorbeeld opener zijn. We maken nu eerder zelf rapporten, gegevens en onderzoeken openbaar.”

Komt er een einde aan het openbaar maken van vrijwel geheel zwartgelakte documenten?

„We gaan kijken of we opener kunnen zijn met de Wet openbaarheid van bestuur. En of binnen de kaders van die wet meer mogelijk is. Daar hebben we al interne debatten over gehad. Ik zit daar misschien iets makkelijker in dan sommige collega’s. Die gaan moeilijk kijken als ik erover begin.” 

Durven ambtenaren al makkelijker eigen fouten toe te geven?

„Ik kan het DNA van deze organisatie niet per decreet veranderen. Als je een organisatie wil veranderen, moet je daar permanent over blijven spreken met elkaar. En je moet vertrouwen uitspreken in je medewerkers.”

Kunt u wel zien of ambtenaren onderin de organisatie hun fouten al durven toegeven in plaats van toedekken? U spreekt vooral managers.

„Mijn waarneming is beperkt. Maar ik heb onze negentig medezeggenschapsorganen uitgenodigd in Den Haag voor een gesprek in het bedrijfsrestaurant. Ze vertelden dat het niet makkelijk is om fouten toe te geven als je manager dat ook niet doet.

„Toen het misging bij de foto van Volkert van der G., heb ik zelf een fout toegegeven: ik had niet gezien dat er onder het slurfje van informatie dat ik kreeg, een olifant van problemen zat. Hopelijk nodig ik mensen hiermee uit om te reflecteren op zichzelf.”

Hoe krijg je managers zover dat ze zelf ook fouten toegeven?

„Alle directeuren en afdelingshoofden gaan een leiderschapsprogramma volgen. Ze leren onder andere hoe je leiding kunt geven aan een organisatie die open wil zijn. Wat betekent dat voor je persoonlijke ontwikkeling? Wat betekent dat voor je leiderschapsstijl? Als je een autocratische top-downleiderschapsstijl hebt, weet ik zeker dat mensen niet snel open zullen spreken. In het programma zitten trainingen, maar ook gesprekken en zelfreflectie. Bij één directoraat-generaal zijn ze al begonnen. Dat willen we uitbreiden tot alle leidinggevenden: zo’n zestig mensen.”

De commissie-Oosting zoekt nu uit welke V&J-ambtenaar de ICT’ers opdracht gaf om hun zoektocht naar ‘het bonnetje’ van de Teevendeal te staken. Hierbij heeft de commissie medewerking nodig van uw ambtenaren. Is dit de ultieme test om te zien of zij open durven zijn?

„Je moet voorzichtig zijn om daar een test van te maken. Dan kan iemand gaan bewijzen dat het nog niet goed is. Het is wel belangrijk dat niemand zich belemmerd voelt om met de commissie te praten. Ik ben langsgegaan bij de afdelingen waar dit nieuwe onderzoek zich op focust. Ik zei: als je twijfelt of je informatie relevant is: vraag het gewoon, voel je vrij. Bij het vorige onderzoek van Oosting deed ik dat niet. Ik ging er – iets te optimistisch – al van uit dat iedereen zich vrij zou voelen. Maar ik zeg nu niet als een boeman: gij zult transparant zijn. Dat werkt ook niet.”