Column

Gezag nieuwe Rijdende Rechter intact, ondanks ironie

Mr. John Reid als ‘De Rijdende Rechter’ (KRO-NCRV)

Na twee afleveringen van De Rijdende Rechter (KRO-NCRV) met mr. John Reid als de nieuwe vertolker van de titelrol zou het voorbarig zijn om al een uitputtende vergelijking te maken met zijn voorganger. Zeker is de eerste indruk uitstekend.

Mr. Frank Visser, die na twintig jaar de overstap maakte van NCRV naar SBS6 voor een vergelijkbaar programma, was sterk vergroeid met de formule. Hij hoorde het gekibbel van buren over een schutting of een andere erfscheiding glimlachend aan, sprak af en toe een bemoedigend woord en formuleerde daarna een bindend oordeel.

Dat de boze kemphanen zijn gezag over het algemeen zonder blikken of blozen aanvaardden, kon mede worden verklaard door zijn verschijning als goedmoedige regent van de oude stempel. Zo iemand zal het wel weten!

In een aflevering van Verborgen Verleden (NTR) bevestigde Visser dat imago, door in zijn stamboom vooral op zoek te gaan naar militairen of politiemensen, want daarmee voelde hij zich het meest verwant.

Zijn opvolger verving het jagershoedje door een kleurig sjaaltje als herkenningsmelodie en komt aangereden in een fors uit de kluiten gewassen SUV. De toon is eerder ironisch dan paternalistisch, iets wat wij als liefhebbers van het mede door Reid bedachte pluimveeduo Fokke en Sukke natuurlijk hogelijk waarderen. Maar hoe zal die toon vallen bij het soort mensen voor wie het hele leven in het teken staat van het kankeren op die hoer van hiernaast?

Welnu, ze lijken er geen enkel probleem mee te hebben. In de eerste aflevering waren het nog betrekkelijk nette mensen uit het grensdorp Overdinkel, die het niet eens konden worden over een schuurtje en een overhangende pui. De verhoudingen waren verstoord, maar het was geen nucleair conflict van de omvang als deze week in Apeldoorn.

Buurvrouwen Anne en Heidi, die ooit goed bevriend waren, spreken al acht (nee hoor, elf) jaar niet meer met elkaar. Hoe het ooit begon valt nauwelijks meer te achterhalen. Anne had geklaagd over afvalgedrag van Heidi, die vervolgens woedend werd over het feit dat Anne haar zoon van 12 met Down in een buggy vervoerde. Het escaleerde volledig.

Nu wil Anne niet dat Heidi een nieuwe schutting bouwt, want dan zouden ze iets gemeenschappelijks hebben. Desalniettemin constateerde de bouwpatholoog dat het ding op instorten stond. „Mag ik dat samenvatten als foute boel?”, vroeg Reid retorisch.

Het vervolg van de schouw maakte Heidi's echtgenoot niet meer mee: „Er zijn zaken die nu aan de orde komen die dus niet ter zake dienen te zijn om de zaak.”

Maar de mooiste taalvondst kwam van Anne, die over een negatieve character witness zei: „Ik ben heel frappant van dit.”

Afijn, de schutting mocht er komen van de rechter. De tegeneis van Anne om met rust gelaten te worden, vond hij te vaag. „En zo zit het.” Dat klinkt toch net iets vriendelijker dan Vissers „en daar zult u het mee moeten doen.”