Gevangenen van de jungle

De dertienjarige Mario in Alias Maria

Volgens hulporganisatie War Child is een op de tien soldaten ter wereld minderjarig. Dat betekent dat er zo’n 250.000 kinderen per jaar in oorlogssituaties meevechten. De meeste van hun verhalen komen uit Afrika. Maar ook in Colombia, waar rebellenlegers als de FARC en de ELN, het regeringsleger en gewapende milities het land in het ene na het andere gewapende conflict gevangen houden, worden kinderen geronseld en gedwongen zich aan te sluiten bij paramilitaire bendes en guerrilla’s. En vaak is de grens tussen vrijwillige en onvrijwillige deelname niet zo duidelijk: de kinderen zien in de bendes vaak hun enige kans op een of andere vorm van bestaanszekerheid.

De dertienjarige María in Alias María is zo iemand. Geen kind, geen volwassene. Alsof een deel van haar persoonlijkheid is geamputeerd. Het levert een verdoofd gevoel op tijdens het kijken naar de Colombiaanse film die haar naam draagt. Of is het wel haar naam? Staat zij misschien voor alle meisjes die een pion zijn in de gewapende strijd? Of is de María die zij speelt en verbeeldt nog groter, en mythischer?

De film is eerder enigmatisch dan empathisch. Alias María focust in lange, stille scènes op de alledaagse routines van de kinderen. Hoewel de aanpak van regisseur José Luis Rugeles documentair was (de film is gebaseerd op tientallen interviews die hij heeft afgenomen met kindsoldaten), moet je de feiten na het kijken van de film elders bij elkaar verzamelen.

Alias María is geen film die in de eerste plaats aan het denken wil zetten, zoals onlangs Beasts of No Nation, dat hetzelfde thema behandelde, maar is vooral een film die je wil laten kijken. Naar de uitgestreken, schijnbaar onaangedane gezichten van de amateur-acteurs die door de jungle struinen. En naar hoe zij de jungle zien: grauwgroen en claustrofobisch.

    • Dana Linssen