De vijf mislukte plannen van Dekker

Hij zou de publieke omroep eens goed onder handen nemen. Maar anderhalf jaar na zijn aangekondigde plannen is er weinig over van de Mediawet van staatssecretaris Sander Dekker.

Staatssecretaris Sander Dekker verdedigde gisteren in de Eerste Kamer zijn Mediawet. Foto ANP

Daar stond Sander Dekker op het Veronicaschip, 13 oktober 2014, klaar om de publieke omroep te enteren. „We breken het bestel open”, zei de staatssecretaris van Media. Het deugde niet in Hilversum en het moest helemaal anders. Anderhalf jaar later stond de VVD’er gisteren in de Eerste Kamer voor de tweede keer zijn vertraagde Mediawet te verdedigen. En volgende week dinsdag moet hij weer terugkomen. Zijn wilde plannen hebben inmiddels flinke averij opgelopen. Wederom is een poging om het verzuilde bestel op de schop te nemen, mislukt.

Wat waren Dekkers plannen en wat is er van over?

1 Organisaties die geen omroep zijn, mogen ook programma’s gaan maken

Dekkers belangrijkste plan was dat de publieke zenders zouden worden opengesteld voor programma’s van externe partijen, zonder bemoeienis van de omroepen. Denk aan een praatprogramma van NRC of een kunstprogramma van het Rijksmuseum. Een open competitie om de zendtijd zou meer creativiteit brengen en de zenders slagvaardiger maken. Dekker zei: „Hiermee doorbreken we het monopolie, de poortwachtersfunctie van de omroepen.”

Van dat plan is weinig over. Externe partijen die een programma willen maken kunnen zich straks weliswaar rechtstreeks wenden tot de NPO – het centraal bestuur van de publieke omroep – maar die koppelt ze vervolgens alsnog aan een omroep. Die neemt vervolgens de leiding over. En minstens vijftig procent van het totale budget blijft gereserveerd voor programma’s van de omroepen.

Er verandert dus weinig. Nu mogen externe partijen ook al programma’s maken samen met omroepen. Dertig procent wordt al gemaakt door productiebedrijven als Endemol. En de andere programma’s worden vaak gemaakt in samenwerking met maatschappelijke instellingen. Wat verandert, is dat zich daar ook bedrijven bij mogen voegen.

Dekker slikte het allemaal en wil het netjes in de nieuwe wet opnemen: amusement mag, als het nut heeft

2 Geen amusement meer

Voor het grote publiek is Dekker vooral bekend als de man die het amusement van de publieke

zenders wilde halen. Hij wil de ‘verstrooiing’ als publieke taak uit de Mediawet schrappen. Weg met Bananasplit en Ranking the Stars. Achterliggende gedachte: de publieke omroep zou alleen nuttige dingen moeten doen, zodat hij meteen ook wat kleiner wordt. Kijkcijferkanonnen kon je beter aan de commerciële omroepen overlaten. Was het ook meteen afgelopen met de oneerlijke concurrentie.

Maar daar had de NPO zich al langer geleden tegen ingedekt. Volgens diens maatstaven heet bijna niets meer amusement (Boer zoekt vrouw is geen amusement, maar ‘samenleving’). En overgebleven amusement heeft ook een ander nut dan vermaken, zoals educatie of cultuuroverdracht (Wie is de Mol-opdrachten in een inheems tempeltje). Bovendien heeft de omroep amusement nodig om bevolkingsgroepen te trekken die anders afhaken (jongeren, laaggeschoolden). Volgens de ‘sandwichformule’, zo meent de NPO, blijven kijkers na de jolijt hangen om daarna nog wat nuttige informatie mee te krijgen. Dekker slikte dit allemaal en wil het zo ook netjes in de nieuwe wet opnemen: amusement mag, als het nut heeft. Er verandert dus niets.

3 NPO krijgt meer macht, ten koste van de omroepen

Dekker wil dat de NPO, het centraal bestuur, meer macht krijgt.

„Zij bepaalt en bewaakt voortaan de koers van de gehele omroep.” Ook beheert de NPO voortaan de financiën en de programmarechten. De losse omroepen hebben in tien jaar tijd al veel zeggenschap verloren, en verliezen hiermee nog meer macht. Ook hun gegarandeerde zendtijd raken ze kwijt. Dus Dekkers verlangen om te centraliseren leek bevredigd.

Maar de omroepen lieten deze week, in een brief aan de Kamer, zwart op wit zetten dat ze de zeggenschap over hun programma’s houden. Die toezegging van de NPO was wisselgeld voor steun aan punt 1: dat externen ook programma’s mogen maken. Op last van de Eerste Kamer gaat Dekker dit alsnog in de wet garanderen. Dit plan is dus half gelukt.

4 De NPO moet zeggen wat een programma kost

Dekker wil dat de NPO transparanter wordt voor het publiek,

onder andere door inzage in financiën te geven. De NPO wil niet vertellen wat een programma kost: ze vreest bemoeienis van de politiek, en dat het openbaren van geldzaken slecht is voor de concurrentiepositie. Als compromis laat de NPO zien wat de omroep per genre uitgeeft. Daar neemt Dekker genoegen mee. Aangezien die verdeling in genres weinig extra duidelijkheid geeft, is ook dit plan mislukt. Eén restje blijft overeind: als het parlement iets wil weten over specifieke kosten, zal Dekker dat vertellen.

5 De NPO moet onafhankelijk blijven van de politiek

Trefwoord: ‘governance’. De minister benoemt de besturen van

NPO, NOS en NTR. Nu Dekker de macht van de NPO vergroot, komt hij te dicht op de uitzendingen te zitten. Dat is slecht voor de onafhankelijkheid, dus plakte hij er een benoemingscommissie tussen. Dat bleek niet genoeg. En het liep begin januari onverwachts uit de rails. Dekker benoemde twee partijgenoten, bij de NPO en de NTR, en hij had zich bemoeid met de voordrachten. Dat pikte het parlement niet. Dus moet hij dat veranderen in de wet: voortaan is de handtekening van de minister niet meer nodig voor de benoeming van de raad van bestuur, en mag hij zich niet meer bemoeien met de benoemingprocedures. Wordt vervolgd.