Recht & Onrecht

De Togacolumn: Advocaat bij politieverhoor wordt wassen neus

Kijkt u ook zo graag naar Amerikaanse politieseries als The Closer, Castle of The Mentalist? In vrijwel elke aflevering van deze series is er scene waarin de verdachte, de mooie jonge echtgenote van de vermoorde miljonair bijvoorbeeld, wordt verhoord door de politie (uiteraard is de mooie jonge echtgenote onschuldig, blijkt later). En misschien is u opgevallen dat in die scenes altijd een advocaat naast de verdachte zit.

In het Amerikaanse rechtssysteem is het namelijk vanzelfsprekend dat een verdachte het recht heeft zich tijdens het politieverhoor bij te laten staan door een advocaat. Logisch, denkt u, dat hoort zo in een rechtstaat. Maar in Nederland is dat helemaal niet vanzelfsprekend.

En dat hoewel het Europese Hof voor de Rechten van de Mens al jaren geleden heeft bepaald dat het ontbreken van rechtsbijstand bij het politieverhoor kan worden aangemerkt als een schending van het recht op een eerlijk proces. Op basis van deze jurisprudentie heeft de Europese Unie in 2013 ook een richtlijn uitgevaardigd waarin het recht op ‘access to a lawyer’ tijdens het politieverhoor werd vastgelegd.

Maar de Nederlandse regering had geen haast de richtlijn om te zetten en ook inhoudelijk is de regering klaarblijkelijk niet geneigd de richtlijn te volgen. Zoals de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) terecht heeft geconstateerd blijft het betreffende wetsvoorstel - dat nu pas bij de Tweede Kamer ligt - op een aantal belangrijke punten in gebreke.

Eind vorig jaar had de Hoge Raad genoeg van het getreuzel en heeft bepaald dat hij “voortaan ervan uit (gaat) dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie”.

De regering zal de uitspraak van de Hoge Raad niet naast zich neer leggen en dus mag iedere verdachte zich vanaf 1 maart tijdens het politieverhoor laten bijstaan door een raadsman, maar dat betekent niet dat nu alles in kannen en kruiken is. Want de regering heeft altijd één troefkaart als er iets zou moeten gebeuren wat haar niet zint: geld.

Al direct na de uitspraak van de Hoge Raad heeft de NOvA bij de minister van veiligheid en justitie erop aangedrongen dat de advocaat voor zijn bijstand tijdens het politieverhoor een vergoeding moet ontvangen indien de verdachte zelf geen middelen heeft de advocaat te betalen. In januari antwoordde de minister dat hij dat heel anders ziet. “Het recht op bijstand tijdens het politeverhoor,” aldus de minister in zijn brief, “verplicht niet tot vergoeding van verhoorbijstand van overheidswege”.

De minister heeft vervolgens weliswaar enkele druppels water bij de wijn gedaan want de vergoeding is er gekomen: de advocaat krijgt pakweg € 150, - als het een reguliere zaak betreft en iets meer dan € 300,- voor zwaardere delicten (moord, doodslag, zedenzaken etc.). Maar dit is niet meer dan een wassen neus want het is de totaalvergoeding die de advocaat ontvangt, dus onafhankelijk van de lengte van het verhoor (en een politieverhoor kan makkelijk vijf tot zes uur duren) en onafhankelijk van het aantal verhoren (een meestal wordt een verdachte meer dan één keer verhoord).

Voor de bijstand door een advocaat tijdens een politieverhoor geldt in Nederland dus wat er inmiddels helaas voor veel rechtsstatelijke beginselen geldt: als u geen poen heeft, vindt de rechtsstaat zonder u plaats.

De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, rechter of officier van justitie. Britta Böhler is advocaat en hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.

Blogger

Britta Böhler

Britta Böhler studeerde rechten in Freiburg, waar ze ook promoveerde. Ze werkte aanvankelijk als advocaat in Duitsland en sinds begin jaren 90 in Nederland. Eerst bij Loeff Claeys Verbeke en daarna zelfstandig bij Böhler Advocaten. Ze was tot 2011 senator voor Groen Links. Ze schreef diverse boeken, waaronder 'Crisis in de rechtsstaat' en 'De Beslissing'. Britta Böhler is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.