De familie als ongeluksmachine

De debuterende regisseur maakt veel indruk met het gezinsdrama ‘Préjudice’. „Juist normale mensen zijn vaak kwetsend.”

Cédric is het buitenbeentje van de famile in Préjudice.

‘Iedereen in het gezin draagt een masker van goede wil. Maar het lukt maar een beperkte tijd, die schijn op te houden”. Zo omschrijft de Belgische regisseur Antoine Cuypers (32) het uitgangspunt van zijn eerste lange speelfilm, Préjudice (‘Vooroordeel’). Het idee ontstond toen Cuypers enkele jaren geleden een scenario wilde inleveren voor een Belgisch concours voor low budgetfilm. Eenmaal schrijvend bleek Cuypers’ idee zo vruchtbaar dat er een voldragen speelfilm, met in een van de hoofdrollen de Franse ster Nathalie Baye, uit voortkwam. Niet gek als bioscoopdebuut voor een regisseur die niet via een filmschool, maar via een journalistiek-studie en een opleiding digitale media tot film is gekomen.

„Ik kom uit een groot gezin, waar kinderen uit verschillende huwelijken door elkaar lopen”, vertelt Cuypers. „Ik heb altijd een film willen maken over de manier waarop elk lid van het gezin door de anderen een etiket krijgt opgeplakt, waar je het de rest van je leven mee moet doen. Het gaat me vooral om de manier waarop sommigen in het gezin worden gemarginaliseerd, buiten de groep geplaatst.”

Dat laatste is in dit filmgezin Cédric overkomen – waarbij onduidelijk blijft wat eerst was: een psychische stoornis, of de afkeer en agressie van de anderen jegens dit nakomertje. Met huiveringwekkende vanzelfsprekendheid escaleert de gezinssituatie: Cédric etaleert steeds duidelijker kwaadaardige agressie en verongelijktheid, de moeder keiharde harteloosheid, en de oudere broers en zussen hun afkeer en de bereidheid hun jongste broertje met geweld te disciplineren. De ambivalentie is gewild, legt Cuypers uit.

„Er is geen reden om te twijfelen aan de welwillende oprechtheid van mijn personages. Maar hoe gaat het in het leven: soms zeg je meer dan je denkt, of je laat je meeslepen door de dynamiek van de situatie. Zoon en moeder zijn psychisch van elkaar afhankelijk, vandaar juist de wreedheid van beide kanten. Ze verwerpen elkaar, maar kunnen niet zonder elkaar functioneren.”

De film laat veel vragen open, voor wat betreft de wording van de onderlinge verhoudingen.

„Het scenario droeg aanvankelijk een meer gesloten, áf karakter, maar het leek me interessanter een film te maken die je op verschillende manieren kunt ‘lezen’ en meerdere keren kunt zien, waarbij steeds andere dingen opvallen”.

Soms zeer subtiele dingen: zoon Cédric, zag ik pas bij de tweede keer, wordt uit zijn geestelijk evenwicht gebracht als zijn zwangere zus hem een cadeautje geeft dat hij al heeft.

„Ja, hij heeft zich voorgenomen zich goed te gedragen, maar dat kleine detail blaast hem van de sokken, omdat hij denkt dat zijn zus dat niet gedaan zou hebben als ze van hem hield. Zo komt de helse machine van het gezin op gang. Een psychisch door het leven zwaar gewonde jongen kan door zoiets kleins volledig uit balans raken. Wij, ‘de normalen’, beseffen vaak te weinig hoe we met luchthartig optreden iemand kunnen kwetsen.”

In uw film stelt u geen diagnose: we krijgen niet te zien hoe de situatie in dit gezin is ontstaan, en evenmin begeeft u zich in een klinische typering van het gedrag van Cédric.

„ De overgevoelige Cédric wordt hoe langer hoe gekker, en de anderen steeds harder tegenover hem. Maar er is in de dynamiek van dit gezin geen verklaring, of vaststaande gedragslijn die iets kan oplossen. De toeschouwer kan er zijn verbeelding op loslaten”.

Het verre Oostenrijk fungeert in de film als onbereikbaar Paradijs, en zorgt ook voor de onverwacht geestige finale. Waarom juist Oostenrijk?

„Vanwege de folklore en het landschap, zou ik nu kunnen zeggen. Of als knipoog naar Thomas Bernhard of Michael Haneke. Maar in werkelijkheid was de keus eigenlijk vrij willekeurig: de fraaie vergezichten op de vakantieposters geven een beetje lucht aan dit drama achter gesloten deuren. En benadrukken tegelijkertijd hoezeer de gezinsleden in hun drama opgesloten zijn.”

    • Raymond van den Boogaard