Akkoord Europees Octrooibureau met vakbond die 1 procent personeel vertegenwoordigt

Foto Reuters

Na een jaar onderhandelen sluit het bekritiseerde Europees Octrooibureau woensdag in Brussel een akkoord over officiële erkenning van een vakbond. Maar het gaat niet om de grootste vakbond SUEPO – die tekent uit protest niet. De ondertekenaar is FFPE-EPO, die met ongeveer 75 leden 1 procent van de 7.000 werknemers vertegenwoordigt. 

Werknemers van het octrooibureau, dat Europese patenten keurt en in vier landen is gevestigd, klagen al langer over de werkdruk, intimidatie door de directie en beperking van hun stakingsrecht. Tot nu toe erkende het bureau ook geen vakbonden, omdat het als internationale organisatie niet onder nationaal arbeidsrecht zou vallen.

Het bureau nodigde de vakbonden vorig jaar wel uit voor een „sociale dialoog” die tot erkenning zou moeten leiden. Maar SUEPO trok zich in juni terug toen het octrooibureau strafmaatregelen nam tegen drie vakbondsleiders. Twee van hen zijn ontslagen.

Vorige week lekte uit dat de president van het bureau, de Franse Benoît Battistelli, hierdoor in conflict is gekomen met de beheersraad, het hoogste orgaan. De raad maakt zich „ernstige zorgen” over de strafmaatregelen. Diezelfde week nodige Battistelli de bonden uit voor een akkoord over erkenning.

SUEPO, dat bijna de helft van de 7.000 werknemers vertegenwoordigt, tekent niet zolang zijn bestuurders „bedreigd en onrechtmatig vervolgd” worden. SUEPO vindt het een „tandeloos akkoord” zonder heldere „rechten en plichten”.

Samuel van der Bijl, voorzitter van FFPE-EPO, erkent dat zijn vakbond klein is, maar hoopt door het akkoord meer leden te krijgen. Het akkoord zegt niets over het stakingsrecht, maar dat staat bovenaan de agenda, volgens Van der Bijl.

Het octrooibureau zegt dat het een van de eerste internationale organisaties is die vakbonden erkent. Battistelli heeft verklaard voor „alle thema’s” over werk open te staan.