Apocalyps is reëler dan ooit

Amerikaans president Aaron Eckhart moet duiken in London Has Fallen

Twee jaar geleden verschenen er kort na elkaar twee films waarin het Witte Huis werd bestormd door terroristen. Ronald Emmerichs White House Down bleek een zeperd. Dus hij heeft zijn aandacht weer verlegd naar voor hem bekender terrein en voor deze zomer een reboot aangekondigd van Independence Day, waarin de schurken tenminste weer gewone aliens zijn. Olympus Has Fallen daarentegen had twee jaar geleden genoeg succes voor een vervolgfilm en dus gaat London Has Fallen deze week wereldwijd in première. De premisse is grotendeels hetzelfde: beveiligingsman Gerard Butler moet president van de Verenigde Staten Aaron Eckhart uit de handen van terroristen houden. Alleen de schaal is vergroot. Het Witte Huis (codenaam Olympus) heeft plaatsgemaakt voor metropool Londen. Chelsea Bridge, de Big Ben, Westminster Abbey, er blijft geen historisch gebouw overeind. De nogal abstracte Noord-Koreanen uit de vorige film zijn vervangen door crimineel mastermind Aamir Barkawi, een internationale wapenhandelaar met contacten in Pakistan en Jemen.

Ik heb de film met zweet in mijn handen en verhoogde hartslag zitten bekijken en na afloop even extra om me heen gekeken op het station. Tot zover: missie geslaagd. Een ritje in de achtbaan en de adrenaline is weer op peil. Is dat zoveel anders dan bij willekeurig welke andere spektakelfilm uit de geschiedenis van Hollywood? Aardbevingen, overstromingen, buitenaardse invasies – we kijken nu eenmaal graag naar het einde van de wereld om onze sterfelijkheid te voelen en gelouterd weer over te gaan tot de orde van de dag. Een vorm van ‘extreme sports’ in de bioscoopstoel.

Dan lijkt het wel alsof je vervolgens ook al je verstandelijke vermogens uit moet schakelen en vooral geen ethische vragen mag stellen. We hoeven ons geweten toch niet mee te nemen naar de kermis? Maar dat is eigenlijk belachelijk. In het dagelijkse leven zien we hoe de openbare ruimte steeds minder openbaar wordt door iets wat ‘reële dreiging’ heet, en voor het filmscherm zitten we ons te vermaken met superterroristen die de Londense binnenstad in Fallujah veranderen. Natuurlijk, aan het einde is er altijd een of andere eenling die dankzij vechttraining en vaderlandsliefde de schurken uitschakelt. Tegenover het realistischer worden van de apocalyps in film, staat het steeds irreëler worden van de helden.

Vernietiging als vermaak. Sinds de digitalisering van de filmproductie, met z’n exponentieel gegroeide mogelijkheden voor special effects, zijn de grote blockbusters steeds virtueler geworden. Om een gebouw op te blazen heb je alleen nog een stofwolk rondvliegende nullen en enen nodig. London Has Fallen neemt ons mee in een game. Gerard Butler is onze avatar, de slachtoffers zijn talrijk, maar anoniem. Maar door het prangende realisme van de filmbeelden, is het een soort virtuele realiteit die niet meer van de werkelijkheid is te onderscheiden.

Het is niet zo makkelijk te bepalen of London Has Fallen vooral het uiterst effectief uitdrijven van angst is, hersenloos entertainment, of een cynische poging om geld te verdienen met onze diepste vrees voor de onberekenbare ander. Maar we moeten die vragen wel stellen. Je kunt je ook afvragen of deze films bewust of onbewust niet nog iets anders doen. Misschien laten ze ons als het ware wennen aan het idee dat de wereld onder permanente hoogspanning staat. En luidt de impliciete boodschap dat de manier waarop de wereld daarop reageert met beveiliging en bewaking en heroïsche individuen die onze problemen oplossen, ook de enige juiste is. Op een bepaalde manier sussen films als London Has Fallen ons in slaap.

Het doet denken aan de manier waarop de naar de Verenigde Staten uitgeweken Duitse socioloog en filmcriticus Siegfried Kracauer na de Tweede Wereldoorlog in Van Caligari tot Hitler: een psychologische geschiedenis over de Duitse film de escapistische en apolitieke films uit de jaren twintig in Duitsland analyseerde als een instinctieve vooruitwijzing naar het Derde Rijk. Hoewel zijn these vandaag de dag niet meer zo simpel is samen te vatten, kunnen we ons wel door hem laten inspireren om na te denken over de vraag wat films eigenlijk zeggen over de tijd waarin ze worden gemaakt. Kan een film slimmer zijn dan zijn makers? Alleen al om dat te onderzoeken zouden films als London Has Fallen vertoond moeten worden en bediscussieerd op filmfestivals als dat van Rotterdam of Movies That Matter. Naast de films die moreel misschien nog troebeler zijn en ambigue en daarom de bioscopen helemaal niet halen, zoals May Allah Bless France die het proces van radicalisering laat zien, of Made in France, dat over een Parijse terroristencel gaat, maar na de aanslagen in Parijs alleen via video-on-demand uitkwam.

    • Dana Linssen