Achmea legt toe op zorgverzekeringen

Volgens de baas van Achmea kan zijn bedrijf zorgpolissen niet met verlies blíjven verkopen.

Bijstorting drukt winst
Bijstorting drukt winst

Dit zou wel eens het laatste jaar kunnen zijn dat de maandelijkse premies voor zorgverzekeringen slechts gematigd stijgen. Bij Zilveren Kruis, het grootste merk van Achmea, stegen die in 2016 met gemiddeld 3,6 procent.

Maar dat tarief ligt onder de kostprijs, zegt bestuursvoorzitter Willem van Duin van Achmea, de grootste schade- en zorgverzekeraar van Nederland die verder bekend is van onder meer FBTO, Interpolis en Centraal Beheer. De baas van Achmea (20 miljard jaarlijks premie-inkomsten) zegt dat de situatie niet houdbaar is. „Op korte termijn is het fijn voor onze klanten, maar op lange termijn gaat het ten koste van ons weerstandsvermogen”, zei hij in een toelichting op de jaarcijfers.

De trend onder verzekeraars is een zo scherp mogelijk maandtarief voor de verplichte ziektekostenverzekering te stellen, zo scherp dat ze op hun reserves interen. Dat noemt Van Duin „niet duurzaam en uiteindelijk niet in het belang van onze klanten”.

Nederlandse verzekeraars claimden in november voor het tweede jaar op rij dat ze hun vermogen aanspreken om de premies niet te veel te laten stijgen. Ondanks dat miljarden aan zorguitgaven verhuisden van de oude AWBZ naar de reguliere zorgverzekering – bijvoorbeeld de kosten van wijkverpleegkundigen – stegen de maandpremies de laatste jaren hooguit met een paar procent.

Achmea past dit jaar bijna een half miljard bij zodat de premie van de ziektekostenpolissen slechts 7 euro per maand stijgt. Dat was 18 euro geweest zonder die actie: het concern stort eigenlijk iedere maand 11 euro bij, aldus het concern. Het staat haaks op het beeld dat zorgverzekeraars rijk zijn en dik verdienen aan de marktwerking. En inderdaad maakte Achmea 287 miljoen winst in de zorg. Dat zou echter bijna 200 miljoen negatief geweest zijn zonder eenmalige bijstorting van 481 miljoen. Die noodhulp werd echter betaald uit weer een andere meevaller.

Vaak zijn de werkelijke zorguitgaven pas na een aantal jaar duidelijk. Zo moet een ziekenhuis een behandelingstraject administratief maandenlang open laten staan voordat er gedeclareerd mag worden. Nu blijkt dat Achmea in 2012, toen verzekeraars in één klap meer e risico’s gingen lopen voor zorguitgaven, te pessimistisch was. Daardoor valt 703 miljoen vrij.

Verzekeraars werken sinds 2012 met budgetplafonds en aanneemsommen bij de inkoop van zorg. Die blijken door de ziekenhuizen minder goed ‘gevuld’ te worden dan verwacht. Ook het feit dat mensen met geestelijke problemen minder naar ziekenhuizen gaan – kabinetsbeleid – blijkt een opsteker voor Achmea.

De scepticus kan dus zeggen dat verzekeraars genoeg verdienen. Maar, zegt Van Duin, incidentele meevallers zullen verdwijnen doordat Achmea steeds beter gevoel voor en zicht krijgt op te verwachte uitgaven.