‘Aan Serviërs laat ik me niet levend uitleveren’

Bosnië en Servië rekenen af met de oorlog uit de jaren 90. Wordt de Nederlander Fikret Hegic de dupe? Donderdag is een kort geding.

‘Ik ga daar niet levend naartoe, zo veel is zeker.” De Bosniër Fikret Hegic (54) staart naar de wandklok. Hij zit aan een tafeltje in het Penitentiair Centrum in Scheveningen. Sinds 2014 zit hij hier vast wegens een moord die hij in de jaren negentig, tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië, gepleegd zou hebben. De Servische Republiek eist zijn uitlevering; Hegic wil niet.

Begin dit jaar besloot het ministerie van Veiligheid en Justitie dat Hegic uitgeleverd mag worden. Daartegen heeft zijn advocaat, Bas Martens, een kort geding aangespannen. Dat dient donderdag.

Tijdens de oorlog vluchtte Hegic, net als tienduizenden andere Bosniërs, Serviërs en Kroaten, naar Nederland. Hij vestigde zich in het Gelderse Malden. „Mensen waren aardig, gastvrij. Ik voelde me op mijn plek hier.” Hegic vond een huis, en werk in een sociale werkplaats.

Moord

De laatste jaren zijn Bosnië en Servië, gedreven door hun wens bij de EU te komen, druk bezig misdaden uit de oorlog te vervolgen. Dat leidt ertoe dat Nederland geregeld moet overgaan tot uitlevering van voormalig Joegoslaven, vaak inmiddels Nederlander. Eind november werd nog een Bosnische man uit Spijkenisse uitgeleverd, op de beschuldiging tijdens de oorlog als kampcommandant Serviërs gevangen te hebben gehouden. Kort daarna werden ook twee Bosnische mannen uit Heumen en Den Haag uitgeleverd, verdacht van moord op burgers tijdens de oorlog.

Hegic stond ’s ochtends zijn tanden te poetsen toen de politie twee jaar geleden aanbelde. Het Openbaar Ministerie liet hem op verzoek van Bosnië oppakken wegens moord op een Serviër, in 1992. In Bosnië had de Servische Republiek om Hegic’ uitlevering gevraagd. „Hardhandig pakten ze me vast, die agenten”, vertelt hij. „Ik mocht niet eens mijn mond spoelen.”

De Servische Republiek is een deelrepubliek van Bosnië, die nauwe banden onderhoudt met Servië. „En mijn cliënt wordt beschuldigd van moord op een Serviër”, zegt Martens. „De kans dat hij van de Bosnisch-Servische rechters in de Servische Republiek een eerlijk proces zal krijgen, lijkt me nihil.”

Volgens Stephanie van den Berg, hoofdredacteur van International Justice Tribune, een online magazine over internationaal recht, is het niet per se zo dat Hegic in de Servische Republiek een oneerlijk proces zal krijgen. „De rechtbank van Banja Luka, de hoofdstad van de Servische Republiek, behandelt veel oorlogszaken als die van Hegic. Een Bosnisch-Servische rechter staat niet per definitie partijdig tegenover zo’n zaak.”

Na zijn aankomst in Nederland werd bij Hegic posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) vastgesteld, veroorzaakt door gebeurtenissen tijdens de oorlog. Die aandoening vormt volgens zijn advocaat ook een probleem in het proces. In de Servische Republiek zijn de voorzieningen in de gevangenis voor mensen met een problematische geestelijke gesteldheid volgens hem niet toereikend.

Oneerlijke mensen

Volgens Van den Berg is het met detentie in de Servische Republiek minder ernstig gesteld dan Martens doet voorkomen. „De situatie in de gevangenis is daar inderdaad niet zo goed als in Nederland. Maar de Bosnische gevangenis is door het Joegoslaviëtribunaal wel geschikt bevonden.” Wat de PTSS betreft, zullen ze in de Republiek wel raad weten met Hegic, zegt Van den Berg. „Als er één gebied is dat veel ervaring heeft met PTSS, is het voormalig Joegoslavië wel.”

Hegic verdeelt mensen in de categorieën „goud, zilver, brons en karton”. Intelligente, eerlijke mensen zijn goud. Karton zijn oneerlijke mensen, „arenden, hyena’s”. Rechters in de Servische Republiek zijn karton, zegt hij. „Nooit dat ik daar een eerlijk proces krijg.”

Of Hegic donderdag zelf op de zitting is, weet hij nog niet. Hij herhaalt dat hij zichzelf hoe dan ook niet levend laat uitleveren. En als hij gelijk krijgt? Dan weet hij nog niet wat hij gaat doen. Terug naar Malden, misschien. Of niet. Nederland is hem de afgelopen jaren tegengevallen. „De politie, het OM. Er zit hier ook een hoop karton, meer dan ik dacht.”

    • Doortje Smithuijsen