‘1 op de 3 kinderen van zware criminelen heeft geliquideerde vader’

Dat stond donderdag in de Volkskrant.

Foto iStock

De aanleiding

Kinderen van Amsterdamse ‘beroepscriminelen’ volgen vaak hun vader op het criminele pad. Uit de masterscriptie van Meintje van Dijk, inmiddels onderzoeker bij het Verwey-Jonkerinstituut, blijkt dat negen op de tien zonen van zware criminelen zelf ook met justitie in aanraking zijn gekomen. Traumatische ervaringen kunnen de carrièrekeuze deels verklaren, volgens Van Dijk. Zoals dit feit, dat in de Volkskrant werd geciteerd: „Meer dan een op de drie heeft een vader die is geliquideerd.”

Waar is het op gebaseerd?

Criminologe Van Dijk deed haar onderzoek vorig jaar tijdens een stage bij en in opdracht van de Amsterdamse politie. In de categorie ‘beroepscriminelen’, de georganiseerde misdaad, zocht ze naar degenen die kinderen hadden tussen de 19 en 33 jaar oud. Dat leverde 25 gezinnen op, waarvan ze politie-, justitie- en jeugdzorgdossiers bekeek. Ze vergeleek dossiers van criminele ouders (meestal vaders) met die van hun 76 kinderen, op zoek naar aanwijzingen voor „intergenerationele overdracht” – de mate waarin het gedrag van de ouders ook door de kinderen wordt vertoond.

Ze rapporteerde dat de zonen van deze zware criminelen vaker hun vaders lijken na te volgen dan zonen van ‘standaardcriminelen’: 91 procent van de onderzochte zonen had zelf ook al ten minste één antecedent in het politiesysteem.

Geweld speelt volgens Van Dijk een sleutelrol bij de ‘erfelijkheid’ van crimineel gedrag. Het „zo vader zo zoon”-effect treedt vooral op bij geweldsdelicten. Vechtsporten zijn een favoriete vrijetijdsbesteding. Huiselijk geweld komt vaak voor. En het is geen verrassing dat zware criminelen bovengemiddeld vaak geweld gebruiken en ook bovengemiddeld vaak slachtoffer zijn van geweld. Van de onderzochte 25 vaders waren er zes geliquideerd. Zij hadden in totaal zestien kinderen: acht jongens, acht meisjes: 36 procent van de 76 onderzochte kinderen – de één op de drie van de bewering.

En, klopt het?

Wat betreft de ‘erfelijkheid’ van criminaliteit door sociale factoren (opvoeding, scheiding van ouders, trauma’s) krijgt Van Dijk gelijk van andere criminologen. Paul Nieuwbeerta, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, vindt dat Van Dijk een „mooie vooruitgang” heeft geboekt ten opzichte van bestaande literatuur. Voor soortgelijk onderzoek uit 2006 legde Nieuwbeerta de strafbladen van veroordeelde criminelen naast de gegevens van hun kinderen uit de basisadministratie. „Dat Van Dijk toegang kreeg tot dossiers van jeugdzorg is nieuw en een toevoeging.”

Het valt hem wel op dat Van Dijk geen controlegroep hanteert, „bijvoorbeeld van kinderen wier vader is omgekomen bij een verkeersongeval”. Dan zou ze, zegt Nieuwbeerta, wel algemene uitspraken kunnen doen over de invloed van een vroegtijdige dood op kinderen.

Dit onderzoek is een „populatiebeschrijving”, zegt Edward Kleemans, „vandaar dat een controlegroep ontbreekt”. De hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de VU begeleidde Van Dijks masterscriptie. Hij hoopt dat met dezelfde aanpak onderzoek wordt gedaan naar criminelen en hun kinderen in heel Nederland. Vooral de cruciale rol van geweld is volgens hem verder onderzoek waard.

Conclusie

Meintje van Dijk had toegang tot de dossiers van de Amsterdamse politie en jeugdzorg. De uitspraak dat een op de drie kinderen van zware criminelen een vader had die geliquideerd werd, stoelt op die dossiers, en is geen algemene bewering over kinderen van criminelen. Wij beoordelen de uitspraak als waar.