Minister Van der Steur wil ‘sexchatting’ met kinderen strafbaar maken

Foto istock

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie; VVD) wil dat seksualiserende communicatie (“sexchatting”) met kinderen strafbaar wordt. Dat schrijft de minister in een brief die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Ook wil hij dat seksuele afpersing („sextortion”) strafbaar wordt.

Het voorstel is onderdeel van een breder programma om de zedenwetgeving aan te passen aan de actualiteit. Van der Steur verwacht dat het moderniseringsprogramma komend najaar klaar is voor consultatie. Het doel is om het beter mogelijk te maken om via het strafrecht mensen te beschermen tegen nieuwe digitale vormen van seksuele wanpraktijken en misbruik

De minister werd in zijn herziening van het strafrecht geïnspireerd door een onderzoek dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) uitvoerde in opdracht van het Wetenschappelijke Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). De opstellers van dat rapport zeiden dat de wetgeving grondig toe was aan vernieuwing. Seksuele communicatie met kinderen en seksuele afpersing zijn nu niet strafbaar als zedendelict.

Volgens de minister is het niet zo dat minderjarigen in de praktijk te weinig beschermd worden tegen strafbaar gedrag. Maar volgens Van der Steur zijn er wel andere lacunes in de huidige zedenwetgeving:

„Wel signaleren de onderzoekers dat strafbepalingen in een aantal gevallen niet meer van elkaar kunnen worden onderscheiden. Volgens de onderzoekers is de huidige zedentitel niet voldoende uitgerust om de verschillende vormen van digitale ontucht gepleegd tegen kinderen een duidelijke plaats te geven. Uit het onderzoek komt verder naar voren dat het voor praktijkjuristen door het weinig toegankelijke karakter van de zedenwetgeving lastiger is geworden om de strafbepalingen te beoordelen en toe te passen.”

Bepaalde vormen van seksuele afpersing worden op dit moment al door de wet beschermd. Het ministerie wil die protectie versterken door het “kopiëren en helen van vertrouwelijke informatie” strafbaar te stellen. Dit moet de aanpak van de verspreiding van zogeheten „wraakporno” verbeteren.