Voorzitter van MKB-Nederland: ‘Mislukte ontslagwet moet anders’

De flex- en ontslagwet die sinds 1 juli vorig jaar geldt, heeft het tegenovergestelde effect van wat de bedoeling was: er komen méér flexibele contracten bij en vast werk wordt ‘vaster’. Dat zegt Michaël van Straalen, voorzitter van de werkgeversorganisatie MKB-Nederland, in een vraaggesprek in NRC.

Volgens hem is de Wet werk en zekerheid mislukt. De bedoeling was dat ontslag eenvoudiger en sneller zou worden en mensen met flexibele contracten eerder een vaste baan zouden krijgen.

Werkgevers, vakbonden en het kabinet Rutte II hadden het zo afgesproken in het sociaal akkoord in 2013 – en zo kwam het ook in het wetsvoorstel te staan. Voor de Tweede Kamer was er daarna weinig ruimte over om nog veel aan de wet te veranderen. Nu Van Straalen zijn steun ervoor intrekt, is één van de pijlers onder de wet verdwenen.

Volgens hem is het gevolg van de wet dat werkgevers met nóg meer moeite van hun personeel afkomen en liever geen vaste contracten geven. „Deze wet legt een grauwsluier over de arbeidsmarkt.”

Tot nu toe vonden de bedenkers van de wet dat het te vroeg is om over de gevolgen te oordelen. Van Straalen zegt nu: „Na acht maanden kun je niet meer zeggen: het moet wennen.” Hij wil met de vakbonden en minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) bespreken wat er kan worden verbeterd. Over Asscher zegt Van Straalen: „Ik hoop dat hij nu souplesse laat zien en niet ijzerenheinig achter de wet blijft staan.” Pas in 2020 zou de hele wet worden geëvalueerd.

De Tweede Kamer houdt woensdag een hoorzitting over de wet.

    • Petra de Koning