Slachtoffers én winst maken

In de oorlog tegen het terrorisme wordt gebruik gemaakt van Private Military Contractors. Een bedrijfstak waarin miljarden omgaan en waarin veel mis gaat. Een van hen klapt uit de school.

‘Huurlingen’ in het Afghaanse Nazareh, zo’n 140 kilometer vanaf Kabul, in 2002 Foto Wally Santana/Getty Images

De Duitse socioloog Max Weber beschouwde het geweldsmonopolie als een van de kenmerken van een stabiele, soevereine staat, een opvatting die sindsdien breed gedragen wordt. De onmogelijkheid of onwil van een overheid dit monopolie in stand te houden is een van de factoren om een land als failed state te classificeren.

Maar toen Weber zijn opinie formuleerde bestond de explosieve chaos in het Midden-Oosten nog niet.

Nu staan de VS niet te boek als een failed state (al zullen Bernie Sanders en Noam Chomsky daar anders over denken), maar vooral sinds de tweede invasie van Irak in 2003 is er van dat ‘monopolie’ in de praktijk niet veel over. Amerikaanse soldaten mogen dan in belangrijke mate in de conflictgebieden van de grond verdwenen zijn, ze hebben plaatsgemaakt voor honderdduizenden PMC’s, Private Military Contractors, die het vuile werk opknappen dat te gevaarlijk of te controversieel is om door het reguliere leger te worden gedaan. Zo houdt Washington voor de buitenwereld schone handen, de PMC’s zijn geen verantwoording schuldig aan parlement of rechtelijke macht. En vooral: ze worden geacht geen sporen na te laten, zero footprint, om de connectie met de opdrachtgevers te kunnen ontkennen. Zoals het Centre for European Studies concludeerde: ‘de PSC, Private Security Contractor, is zo belangrijk geworden dat in verschillende landen, waaronder de VS, hun aantal veel groter is dan het aantal ambtenaren in de respectievelijke staatsdiensten.’

Sinds 9/11, zo betoogt Simon Chase, die onder pseudoniem zijn verhaal doet aan ghostwriter Ralph Pezzullo, in Zero Footprint. The True Story of a Private Military Contractor’s Covert Assignments in Syria, Libya, and the World’s Most Dangerous Places, zijn de PMC’s en de PSC’s (het onderscheid is diffuus) een mondiale industrie geworden waarin 100 miljard dollar jaarlijks omgaat. En het is allang niet meer zo dat hun diensten zich beperken tot beveiliging en bewaking: ze zijn zwaar bewapend en hebben, met name in Irak, vele slachtoffers gemaakt onder wie ook burgers.

Vooral het bedrijf Blackwater werd berucht door hun verantwoordelijkheid voor buitenrechtelijke executies, wellicht een van de redenen waarom ze tegenwoordig opereren onder de klantvriendelijke naam Academi. Topverdiener onder deze oorlogswinstmakers was Halliburton, waarvan oud-vicepresident Dick Cheney de CEO was en die zijn banksaldo stevig wist te spekken met contracten voor dit bedrijf. Veel van de miljarden die omgingen (en omgaan) in deze mistige oorlogsvoering werden uitgegeven om twijfelachtige solidariteit te kopen van deze en gene partij.

Pallets vol geld

Simon Chase vertelt over de eerste beveiligingsoperatie in Irak waar hij bij betrokken was: het vergezellen van een Amerikaanse generaal die zeventien miljard dollar in contanten onder zijn hoede had. ‘Bewapend en wel reden we naar een triest bouwsel van metaalplaten waarvoor twee Irakezen lagen te slapen. Terwijl wij de wacht hielden, opende de generaal het roestige hangslot en zagen we een snikheet hok dat van de grond tot het plafond volgestouwd was met pallets met daarop pakken gesealde honderddollar-biljetten. Het geld kon meegenomen worden door iedereen die een sleutel en een voertuig had. Klaarblijkelijk had al menigeen daar gebruik van gemaakt.’

Simon Chase beschrijft de wereld van de PMC’s en hun activiteiten vanaf de grond. Als Brits jochie dat niet wilde deugen kwam hij al snel in dienst van de British Royal Marines en vervolgens bij de special forces. Hij ontdekte rond de eeuwwisseling dat er in de particuliere sector veel meer geld te verdienen was. ‘Ik zag de verandering aankomen, maar had geen idee hoe enorm die was,’ schrijft hij. Na enkele relatief onschuldige opdrachten als het beveiligen van de premier van Qatar werd zijn werk al snel gevaarlijker. Het leveren van wapens aan de Noordelijke Alliantie in Afghanistan werd gevolgd door een eerste (desastreus verlopen) poging tot het opsporen en uitschakelen van Osama bin Laden.

Intrigerend is het relaas van Chase’s activiteiten in Syrië (waar hij anti-Assad rebellen hielp bewapenen die later als IS-vechters de vijand werden) en vooral Benghazi, Libië, in 2012. De aanslag op de Amerikaanse ambassade daar, waarbij de ambassadeur en drie andere Amerikanen het leven lieten, en die toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton nog steeds politieke problemen bezorgt, was volgens Chase een gevolg van het feit dat er zoveel PMC’s aan het werk waren die allemaal niets van elkaars opdrachten mochten weten en elkaar daardoor soms tegenwerkten. De aanslag, zo betoogt Chase, was het werk van de plaatselijke aan Al-Qaeda gelieerde leider Ayid al-Ghali, van wie hij op reguliere basis wapens kocht, maar die de zakelijke betrekkingen verbrak toen een andere PMC-eenheid zijn neef arresteerde en – naar Al-Ghali én Chase aannamen – martelden.

Sterke verhalen

Zero Footprint is goed in de dicht-bij-het-vuur-verslagen, maar helaas erg schaars aan analyse en reflectie. Erg veel ruimte wordt ingenomen door de onvermijdelijke sterke verhalen, zware jongens/caféhumor en zelfs de pijnlijke teloorgang van Chase’s huwelijk. Toch valt er hier en daar een glimp van diens persoonlijke mening te lezen, zoals in zijn observatie na de voltooiing van zijn klus in Irak.. ‘Ik zou graag vertellen dat de miljarden die de VS en zijn bondgenoten in dat land hebben gestoken en alle levens die verloren zijn gegaan tot een mooiere toekomst zullen leiden. Maar als die bestaat, is hij nog heel ver weg.’

Ook constateert hij met lede ogen dat er voor PMC’s als hij geen medailles, geen welkomsparades en geen financiële tegemoetkomingen voor nabestaanden zijn. Immers: zero footprint. ‘Toen we nog een uniform droegen waren we bewierookte helden in de oorlog tegen het terrorisme. Nu worden we bespot als huurlingen en profiteurs.’ Dat mag zo zijn, na lezing van zijn boek blijft toch de misschien wat wrange conclusie hangen: it comes with the job, Chase.

    • Jan Donkers