Ook ja-kamp kan nog winnen

De race is nog lang niet gelopen. De kiezer heeft zoals altijd het laatste woord. Joop van Holsteyn analyseert de campagnes in de komende volksstemming over een verdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

In de aanloop naar het Oekraïnereferendum (6 april) komen na een aarzelend begin van het debat over het associatieverdrag tussen EU en Oekraïne, de posities van voor- en tegenstanders steeds scherper in beeld. Uiteindelijk gaat het niet om de campagne, maar om het eindspel ervan – en dat wordt gespeeld door Nederlandse kiesgerechtigden.

Zij horen momenteel argumenten aan en bepalen mede aan de hand daarvan hun keuze. Voorstanders van het verdrag proberen burgers te bewegen voor de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst te stemmen aan de hand van vier dominante overwegingen. Zij wijzen erop dat het vooral een handelsverdrag betreft en dat er voor Nederland economische voordelen te behalen zijn. Zij menen dat het verdrag een bijdrage levert aan de verbreiding van Europese waarden. Zij stellen dat de gecompliceerde, gespannen geopolitieke situatie aan de buitengrenzen van de EU gebaat is bij een verdrag – pas op voor Poetin. En tot slot hameren zij op een negatief argument: het verdrag is niet de eerste stap op weg naar het lidmaatschap van Oekraïne van de EU.

Dat voorstanders niet heen kunnen om de lidmaatschapskwestie, is bovenal omdat de tegenstanders dit aspect zo prominent naar voren brengen. In hun vier voornaamste argumenten lijkt het EU-lidmaatschap van Oekraïne een kwestie van (korte) tijd. Het verdrag zou trouwens kosten met zich brengen, natuurlijk ten laste van de Nederlandse belastingbetaler. De tegenstanders kijken ten derde over de grenzen heen en wijzen op geopolitieke risico’s van het verdrag – blijf weg van dat wespennest. In hun laatste punt wijzen ze , in algemene zin, op kwalijke kanten van de EU en het weinig democratische proces van integratie. De partijen nemen elkaar bovendien de maat en proberen aannemelijk te maken dat sommige argumenten niet kloppen. Wat de tegenstander zegt, daar gaat het verdrag niet over! Het is echter niet zo relevant wat partijen van elkaars argumenten vinden. Als puntje bij paaltje komt, is van belang hoe argumenten onder kiezers resoneren.

Het lidmaatschapsargument en de geopolitieke overwegingen tekenen het debat. Het eerste argument werkt voor de tegenstanders: in een opiniepeiling van EenVandaag van december 2015 onder 27.000 deelnemers gaf een meerderheid van ruim zestig procent aan te denken dat de associatieovereenkomst een eerste stap is op weg naar het lidmaatschap van Oekraïne van de EU. Ongeveer een kwart dacht dat dit niet het geval is, bijna vijftien procent had geen mening.

Het lidmaatschapsargument resoneert niet alleen, het mobiliseert ook. Van degenen die het verdrag als opmaat naar EU-lidmaatschap zien, gaf een groter deel aan te gaan stemmen dan van degenen die dit ontkennen. De kwestie werkt door in de keuze, op een manier die tegenstanders van het verdrag zal plezieren. Van de eventuele stemmers die denken dat het een eerste stap naar lidmaatschap is, zegt de helft zeker tegen te stemmen, en geeft minder dan tien procent aan voor te stemmen. Onder degenen die er geen eerste stap in zien, geeft een kwart aan zeker voor en eveneens een kwart zeker tegen te stemmen. Het lidmaatschapsargument speelt de tegenstanders dus in de kaart.

Voorstanders moeten het duidelijk niet hebben van de lidmaatschapsvraag, maar wellicht dat de geopolitieke argumentatie hun een kans biedt. De helft van de ondervraagden was het oneens met de stelling dat het verdrag een belangrijk middel zou zijn om vrede en stabiliteit op internationaal en regionaal niveau te bevorderen. Maar ruim een kwart stemde daar mee in, en bijna een kwart wist het niet. Zij die dit middel niet in het verdrag zien, zeiden vaker zeker te zijn te gaan stemmen en stemmen in meerderheid tegen het verdrag. Als het verdrag wel gezien wordt als positief geopolitiek instrument, is de kans op een voorstem disproportioneel groot.

Uiteraard komen combinaties van de twee hoofdargumenten voor. Dan is begrijpelijk dat tweederde van de mensen die een EU-lidmaatschap zien aankomen en geen geopolitiek heil zien in het verdrag in ruime meerderheid zegt zeker tegen te stemmen en dat de helft met de tegengestelde argumentatie zegt zeker voor te stemmen.

Maar wat bij botsende argumenten? Dan lijkt het geopolitieke aspect tegen het lidmaatschapsargument op te kunnen. Een positieve geopolitieke inschatting plus een eerste stap naar EU-lidmaatschap resulteert namelijk vaker (35 procent) in een voorstem dan een tegenstem (6 procent). Een EU-lidmaatschap van Oekraïne is erg, zo lijkt het, maar misschien toch minder erg dan risico’s nemen met de internationale vrede en regionale stabiliteit.

    • Joop van Holsteyn