‘Ontslagwet ligt als een grauwsluier op de arbeidsmarkt’

Michaël van Straalen van MKB-Nederland verklaart de nieuwe ontslagwet tot een mislukking. Ook al hielpen de werkgeversorganisaties mee bij het bedenken ervan. De ontslagwet doet „het tegenovergestelde van wat de bedoeling was”.

Van Straalen: „Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We moeten weer met de vakbeweging om de tafel gaan zitten en de ongerechtigheden uit de wet halen.” Foto David van Dam

Ze hebben ooit samen de nieuwe ontslag- en flexwet bedacht: de vakbonden, de werkgevers en PvdA-minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. En tot nu toe hielden ze samen vol dat die Wet werk en zekerheid, die geldt sinds 1 juli vorig jaar en al flink wat problemen veroorzaakt, tijd nodig had. Het doel kon nog steeds worden bereikt: vast werk minder ‘vast’ maken en flexibel werk minder ‘los’.

De ondernemers doen daar niet meer aan mee. In de Haagse Malietoren, het hoofdkantoor van de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland, verklaart MKB-voorzitter Michaël van Straalen de wet tot een mislukking. „Die doet”, zegt hij, „het tegenovergestelde van wat de bedoeling was en legt een grauwsluier over de arbeidsmarkt.”

Door de Wet werk en zekerheid zou ontslag eenvoudiger en goedkoper worden, een wens van de werkgevers. En er zou, zoals de vakbonden graag willen, een eind komen aan de mogelijkheid om mensen eindeloos op tijdelijke contracten te laten werken. Het resultaat moest zijn: een fatsoenlijke arbeidsmarkt, de droom van Asscher. Het werd in 2013 afgesproken in het sociaal akkoord van werknemers, werkgevers en het kabinet Rutte II.

„De intenties zijn nog altijd goed, maar we zien er niets van terug in de praktijk”, zegt Van Straalen nu. „Vooral de kleinere werkgevers kunnen de kosten en risico’s die de wet met zich meebrengt niet dragen. Ze kiezen ervoor om mensen niet of minder vaak in vaste dienst te nemen. Vast werk wordt vaster en je ziet een enorme toename van flexibele contracten.”

Wat is er misgegaan?

„Stel dat je bijna 65 bent en je wilt je bedrijf beëindigen omdat er geen opvolger is. In de oude situatie kon je alles netjes afwikkelen, maar nu moet je je personeel een transitievergoeding betalen en als je een kleine ondernemer bent, is je pensioen daardoor helemaal weg. Ik hoorde zo’n verhaal van de eigenaar van een modezaak, heel schrijnend.

„Werknemers zijn een risico geworden. Ondernemers moeten zieke medewerkers twee jaar lang doorbetalen en daarna met een transitievergoeding laten vertrekken. Je ziet steeds meer slapende contracten: de zieken blijven in dienst en dat is niet goed. Ook in sectoren met seizoenswerk zijn er problemen omdat er nu langere tijd moet zitten tussen korte contracten.”

De werkgevers waren er toch zelf bij toen dit allemaal werd bedacht?

„Bij het sociaal akkoord was het idee dat je, door de verandering van het ontslagrecht, snel en eenvoudig van je mensen afscheid zou kunnen nemen. Maar zo is het niet. Vroeger kreeg je ontslag bij de kantonrechter bijna altijd wel voor elkaar, in zo’n 10 procent van de gevallen werd een ontslagaanvraag afgewezen. Nu is dat zo in 30 tot 40 procent van de gevallen. Dat is fenomenaal méér. Die intentie is dus ook al niet gerealiseerd.”

De kantonrechters wijzen die ontslagaanvragen af omdat ze personeelsdossiers niet overtuigend vinden. Moeten werkgevers niet gewoon zorgvuldig zijn?

„Ja, maar in het verleden was dat niet anders. De kantonrechter had toen nog wel de vrijheid om te beoordelen of er genoeg elementen waren voor een ontslag, zoals disfunctioneren en te laat komen, en dat leidde dan tot een ontslagvergoeding. Nu is een optelsom van factoren niet meer mogelijk. De rechter moet de aanvraag toetsen op één ontslaggrond en daarbij kijken of een werkgever genoeg heeft gedaan om het ontslag te voorkomen. Je moet periodiek om de tafel hebben gezeten voor gesprekken. In een bedrijf met drie of vier medewerkers heb je dan meteen trammelant. Je hebt een boze medewerker die niet meer te motiveren is. De wetgever hanteert een rigide systeem en de kantonrechters voeren het stipt uit.”

Dit was toch al voorspeld voordat de wet er was?

„Wij hoorden uiteraard de kritiek van arbeidsrechtdeskundigen: ‘Dit wordt een ramp’. Maar het was moeilijk in te schatten hoe het precies zou neerslaan. De wetgeving moest een kans krijgen. Nu zien we dat het niet werkt en zeg ik: laten we niet doormodderen en wachten op de evaluatie in 2020. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. We moeten weer met de vakbeweging om de tafel gaan zitten en de ongerechtigheden uit de wet halen. Voor werknemers is dit ook niet goed. Het leidt tot enorme spanningen in bedrijven en op de arbeidsmarkt. Weg met die grauwsluier.”

Weten de vakbonden en de minister al dat u de wet wilt veranderen?

„We praten steeds over van alles, maar deze uitgestoken hand doe ik nu via de krant.”

Zal het voor Asscher niet voelen als een afgang, als zijn wet voor een fatsoenlijke arbeidsmarkt heeft gefaald?

„Dat geldt dan voor ons allemaal: vakbonden, werkgevers, de minister. Maar het is zoals het is. En het is níet goed. Ik hoop dat Asscher nu souplesse laat zien en niet ijzerenheinig achter de wet blijft staan. Na acht maanden kun je niet meer zeggen: het moet nog even wennen.”

U wilt iedereen aan tafel hebben. Maar hoe effectief zijn de werkgevers nog in de politiek en het polderoverleg, nu VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer kritiek krijgt over het geld dat hij verdiende met de verkoop van een publiek gefinancierd onderwijsmodel?

„Ik ga daar inhoudelijk niets over zeggen. Maar ik denk niet dat mijn belangenbehartiging op sociaal terrein aan kracht heeft ingeboet.”

Er zijn werkgevers die denken dat het sociaal akkoord er vooral kwam om het kabinet Rutte II te redden. Is dat zo?

„De politieke situatie was in die tijd in de Tweede en de Eerste Kamer niet stabiel. Ook de grootste vakbond, de FNV, was in 2013 niet het toonbeeld van stabiliteit. Dat heeft bij onze overwegingen om het sociaal akkoord te tekenen zeker meegespeeld. Werkgevers houden van stabiliteit in de politiek en het polderoverleg en dit hielp.”

Is de Wet werk en zekerheid méér een probleem voor kleine ondernemers dan voor grote bedrijven, met afdelingen voor personeelszaken?

„Ja. Zeker voor werknemers die lang in dienst zijn geweest betalen mkb’ers nu een veel hogere ontslagvergoeding dan onder de oude regels. En ga maar eens langs bij de kantonrechter. Dat brengt juridische kosten met zich mee en veel spanningen, met ook nog eens een grote kans op afwijzing. Als het voortbestaan van je bedrijf is gevaar is, kun je mensen ontslaan via het UWV. Maar je moet dan bijna op het punt van surséance staan om een ontslagvergunning te krijgen. En die is juist bedoeld om een faillissement te voorkomen. Voor mkb’ers is het allemaal te veel van het goede.”

Bij de Europese Commissie zijn er zorgen over de Nederlandse arbeidsmarkt: met zoveel flexibele werknemers en zzp’ers. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) is er een banencrisis. Komt dat door de wet?

„De enorme toename van flex is van de laatste tijd. Vanaf 2008 waren er door de crisis veel problemen in het midden- en kleinbedrijf en als er dan werk was, is het lang niet altijd gelukt om werknemers in dienst te houden. Nu is er wel degelijk economische groei en de werkloosheid daalt langzaam. Maar die daalt door flex en dat is echt het gevolg van de Wet werk en zekerheid. We hadden afgesproken dat het vast zou zijn. Een gezonde arbeidsmarkt hebben we nu niet. Onze leden, mkb’ers met een paar medewerkers, geven die losse contracten met pijn in het hart. Zij willen met hun mensen het bedrijf opbouwen. De kracht in een bedrijf haal je vooral uit vaste werknemers. Ik maak geen bijeenkomst meer mee waarin onze mkb’ers daar níet over beginnen.”