Column

Onderlinge afstemming binnen de wereldeconomie is nu cruciaal

Wilde kapitaalstromen, geopolitieke spanningen, een mogelijke Britse uittocht uit de Europese Unie, vluchtelingenstromen en gekelderde grondstoffenprijzen: de problemen voor de wereldeconomie stapelen zich op. Niet voor niets riep het Internationale Monetaire Fonds vorige week op tot een gecoördineerde actie van de belangrijkste landen in de internationale economie. Er is geen sprake van crisis. Maar het gevoel dat de economie wereldwijd opnieuw aan vaart verliest is er wel.

Voor een deel is dat niet helemaal terecht. De huidige nervositeit op de financiële markten hoeft zich niet te vertalen in calamiteiten in de reële economie. Vooralsnog is er sprake van groei in het Westen – de Verenigde Staten schaalden hun cijfers voor het afgelopen kwartaal afgelopen vrijdag nog op.

Maar het Westen is niet langer de allesbepalende factor voor het internationale economische klimaat. Al bijna twee jaar waarschuwt het IMF voor een crisis, waarna Europese en Amerikaanse beleidsmakers telkens schouderophalend reageerden. Intussen heeft die crisis zich wel degelijk gemanifesteerd in veel opkomende landen. Dat de markten zo nerveus zijn, komt voor een deel door een gesignaleerd besmettingsgevaar. Dat China, inmiddels goed voor een zesde van het wereldwijde bruto binnenlands product, een groot statistisch raadsel is, helpt niet.

Los daarvan vindt de gematigde Westerse groei van heden plaats te midden van zeer stimulerende omstandigheden: een ongekend ruim monetair beleid en sterk gedaalde grondstoffenprijzen – met name olie. En, voor de eurozone, een uiterst gunstige wisselkoers. Dat zich in dit klimaat alsnog een vertrouwensverlies begint voor te doen bij consumenten en bedrijven, is zorgelijk.

De bijeenkomst van de twintig belangrijkste landen voor de wereldeconomie, de G20, in de Chinese stad Shanghai, riep op tot coördinatie. Dat kan makkelijk worden opgevat als een loos gebaar. Maar samenwerking is inderdaad de oplossing. Elk land kent zijn eigen beperkingen en heeft zijn eigen ruimte om te zorgen dat de economie niet wegzakt. Op centrale bankiers is al een groot, en in sommige gevallen veel te groot, beroep gedaan.

Communicatiefouten, met name van de kant van China, hebben het afgelopen jaar gezorgd voor onnodige stress op de kapitaalmarkten. Open lijnen tussen de belangrijkste actoren in de wereldeconomie zijn op dit moment van groot belang. Maatregelen hoeven niet alle dezelfde kant op te gaan, en kunnen dat ook vaak niet. Maar een open discours daarover, en onderlinge afstemming, zijn nu cruciaal.