Meldpunt voor huiselijk geweld kampt met wachtlijst

Foto iStock

Ruim driekwart van de vestigingen van Veilig Thuis, het meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk geweld, kampt met een wachtlijst. Dat blijkt uit een rondgang door NRC.

Veilig Thuis neemt meldingen die zij ernstig genoeg achten voor grondig onderzoek daardoor pas na vertraging onder de loep. Wachttijden lopen uiteen van twee weken in Brabant-Noordoost tot enkele maanden in Leiden en omstreken.

Opstopping

Op de meest urgente meldingen – categorie acuut en zeer gewelddadig – onderneemt Veilig Thuis meteen actie. Denk aan kinderen die zien hoe hun vader hun moeder mishandelt. Veilig Thuis legt dan contact met politie, justitie, gemeente. De opstopping zit bij de zorgwekkende, minder acute zaken. Twintig van de 26 vestigingen van Veilig Thuis hebben een wachtlijst, blijkt uit de rondgang.

Gemiddeld staan er 56 zaken in de wacht. De aantallen per regio lopen echter sterk uiteen: 37 zaken in Zeeland, 49 in Zuid-Limburg, honderd in Flevoland. Directeuren van Veilig Thuis noemen de wachtlijsten „onacceptabel”, een „ongewenst afbreukrisico” en een „taboe”. De wijdverspreide, lange wachtlijsten zijn een nieuw fenomeen. Veilig Thuis is ontstaan uit een fusie op 1 januari vorig jaar van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Steunpunt Huiselijk Geweld. Wachtlijsten kwamen vóór 2015 alleen voor bij het AMK, op incidentele basis.

Wankel aanbod

Het aantal meldingen aan het adres van Veilig Thuis is onder meer toegenomen door een overheidscampagne die burgers met succes aanspoort vermoedens van geweld te melden. Tegenover die gestegen vraag staat een wankel aanbod. Veilig Thuis kampt met een krappe formatie. Geld krijgen zij van gemeenten, die de begroting voor jeugdzorg dit jaar met 5 procent hebben zien afnemen. Volgend jaar krimpt dat budget verder.

In theorie zou Veilig Thuis een deel van de zaken moeten kunnen overdragen aan de zogenoemde ‘lokale wijkteams’, bemenst met onder andere maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners. Maar die teams zijn volgens directeuren van Veilig Thuis vaak onvoldoende deskundig op het gebied van huiselijk geweld. Veilig Thuis ziet zich daardoor geregeld genoodzaakt de teams te blijven bijstaan. Dat kost tijd.

Onaanvaardbaar

Staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) noemt het in een reactie “onaanvaardbaar als mensen te lang moeten wachten terwijl er ondertussen onvoldoende zicht is op hun veiligheid. Dat moet zo snel mogelijk verholpen worden.” Van Rijn verwijst naar een “verbeterprogramma”, onlangs gelanceerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. “Lokale bestuurders en Veilig Thuis-organisaties gaan de kwaliteit van het hele netwerk naar een hoger niveau tillen.”

Lees morgen op nrc.nl en in nrc.next een achtergrondstuk over de wachtlijsten.