Column

Laptop

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

Afgelopen zaterdag deed mijn laptop raar. Bij het opstarten bleken alle instellingen veranderd, de batterij was naar de filistijnen en het beeldscherm zwart-wit. Het was bovendien onmogelijk om online te komen. Omdat ik niet aan smartphones doe, was ik ook meteen mijn agenda, internet, tekstverwerker, televisie, fotoarchief en liefdesbrieven kwijt. Na zeven jaar was het misschien wel tijd om mijn computer te vervangen. 

Ik belde mijn afspraken af (iedereen begripvol, er volgden wat condoleances), trok mijn spaarrekening leeg en ging naar de laptopshop. Anderhalf uur later kon ik aan het werk op een nieuwe computer, alsof er niets was gebeurd.

Er was ook bijna niets gebeurd, behalve dat ik me van mezelf vervreemd voelde. Vijf jaar geleden kon ik hysterisch worden als de computer het niet deed. Ik heb mezelf weleens in het gezicht geslagen als hij vastliep (het is bij haperende techniek praktischer om jezelf mishandelen dan het desbetreffende apparaat).

Ik had, dacht ik althans, van nature de neiging om slecht voor mezelf te zorgen. Als er vroeger een probleem was, zoals een botbreuk, een financiële aderlating of een geknapte relatie, lag ik minstens een dag op bed voor ik weer tot actie in staat was. Die eerste 24 uur was ik vooral druk met iedere mogelijke oplossing de grond in te boren.

Pas als ik me kon voorstellen hoe erg mijn leven op elke mogelijke manier naar de knoppen was, kon ik aan de slag. Niet omdat alles dan opeens meeviel, maar omdat ik wist wat het ergst mogelijke was dat ik kon verwachten. De dichteres Vasalis zei altijd dat ze beter was in verdragen dan in veranderen. Ik had liever iets vreselijks dat ik zag aankomen, dan iets minder vreselijks dat zich onverwacht aandiende.

Maar nu mijn laptop knock-out voor me lag ging ik gewoon aan de slag. Misschien was dit wel de volwassenheid. Dat was dan nieuw. Ik bleek ook vorige week nog een back-up te hebben gemaakt van mijn harde schijf, dus er was niets verloren. Online vond ik ook al mijn schrijfwerk in Dropbox terug. Ik was dus ongemerkt vrij goed geworden in het op de rails houden van mijn leven. Maar er knaagde wel iets.

Die avond lag ik in bed. Eindelijk volwassen. Het voelde allesbehalve groots en meeslepend. Het was fantastisch en belachelijk tegelijkertijd. Na dertig jaar wist ik eindelijk hoe het in de praktijk moest, het leven enzo. Nog zestig jaar zo doorgaan. Ik voelde me afgestompt. Alsof ieder avontuur ten einde was. En dat alles omdat ik een kapotte computer had vervangen, en de wereld het nog steeds deed.