Column

Koele, zeg maar klinische aanpak van fouten

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.

Vorig jaar vertelde een anesthesist me een mop. Een soort wake-up call was het. Het ging over een man die ’s nachts wanhopig onder een lantarenpaal naar zijn sleutels zoekt. ‘Weet je zeker dat je ze hier bent kwijtgeraakt?’, vraagt een voorbijganger behulpzaam. ‘Nee’, zegt de man, ‘maar dit is de enige plek waar ik iets kan zien.’

Natuurlijk begrijp ik dat de mop metaforisch is; zo suf ben ik nu ook weer niet. Daarom loop ik sindsdien rond met het besef dat de mensheid in het pikkedonker opereert. Dat van alles wat er te weten valt, het grootste deel buiten ons gezichtsveld ligt. Een besef dat opgaat voor de wereld van de wetenschap in het algemeen en ook voor de medische wereld, waarin specialisten hun sleutels noodgedwongen alleen zoeken onder de lantarenpalen. Zolang ze niet meer pretenderen dan dat is zulk gehannes van artsen nuttig en sympathiek.

Vanzelfsprekend verloopt het werken onder lantarenpalen niet altijd gladjes. Voorzichtig gezegd: niet iedere patiënt geneest na een bezoek aan het ziekenhuis. De medische wetenschap mag in korte tijd verbluffende vooruitgang hebben geboekt, artsen kunnen onmogelijk alles voorzien en overzien. In Duitsland, om beleefdheidshalve eerst dat land te noemen, lopen jaarlijks 190.000 patiënten schade op door behandelfouten in ziekenhuizen. En ieder jaar overlijden daardoor 19.000 patiënten, rekenden Duitse ziekenfondsen in 2014 uit. Vorige week las ik een bericht dat gevoelig botste op deze wereldwijze inzichten in de beperkingen van de geneeskunde. Kinderartsen waarschuwden dat ouders soms een alternatieve behandeling kiezen voor hun kind. Zo’n behandeling kan tot schade leiden, en daarom hadden de kinderartsen hun collega’s opgeroepen incidenten te melden. So far so good. Er waren welgeteld negen meldingen van schade binnengekomen. En toen schakelde de berichtgeving opeens van die negen meldingen in één moeite door naar een mogelijk verbod op alternatieve geneeskunde. Hoho, dat ging wel heel erg snel. Misschien moeten we even een stap terug doen.

De verleiding is groot op dit punt de evangelist Mattheus te citeren. ‘Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?’ Waarom zou je je harder opwinden over schade door alternatieve genezers dan over ravage door reguliere? Moet je de gezondheidszorg dan maar niet liever helemaal verbieden? Maar nee, laten we Mattheus niet als jij-bak gebruiken. Het gaat er niet om welke van de twee benaderingen de schadelijkste is. Het gaat er ten eerste om hoe de baten van geneeskunde opwegen tegen de kosten. Wat is wenselijker? Geneeskunde, mét fouten? Of geen geneeskunde, zonder fouten?

Het gaat er ten tweede om te onderzoeken hoe je de schade voorkomt. Als artsen, of ze nu alternatief zijn of niet, ernstige schade aanrichten bij patiënten, moet je niet de gehele geneeskunde verbieden, maar je afvragen hoe behandeling de volgende keer beter kan.

Dat vraagt om een koele, redelijke aanpak van fouten. Een klinische benadering, zeg maar. Jammer genoeg praat de samenleving niet graag met sangfroid over dingen die mis gaan. Natuurlijk zijn de situaties zorgelijk. Een onbekend aantal Nederlandse kinderen is niet opgewekt op verjaardagsfeestjes omdat ze een vaag alternatief dieet volgen zonder suiker. En ieder jaar worden in Nederland 19.000 mensen in ziekenhuizen opgenomen met ‘geneesmiddelgerelateerde’ klachten, van wie meer dan duizend overlijden. Beide situaties zijn inderdaad ongewenst. Maar moet je dan suikervrije feestjes en geneesmiddelen verbieden? Of moet je je best doen om bij te sturen op het gebied van geneesmiddelen en suiker?

Er wordt wat afgeklungeld in het leven. Niet alleen met gluten en pillen. Niet alleen met diagnoses en ziektebeelden. Ook met de oordelen, rapportages en berichtgevingen daarover. Iedereen, zou je kunnen zeggen, zoekt zijn sleutels onder zijn eigen lamp. Volgens een ‘marktleider in letselschade’ sterven jaarlijks duizenden mensen door fouten van artsen. Het ANP heeft het in 2007 nog over 1.700 doden door ‘onnodige fouten’, maar noemt die onnodige fouten dan niet allemaal vermijdbaar, omdat soms iets fout gaat ‘zonder dat iemand daar iets aan kan doen’. In 2010 heten de fouten vermijdbaar en in 2012 blijkt de helft ervan vermeden.

Zo hangt het leven aan elkaar van misslagen en misverstanden. Daarom is het melden van problemen rondom alternatieve geneeswijzen een uitstekend idee, maar schept de suggestie ze te verbieden een gevaarlijk precedent. Voor je het weet is de hele gezondheidszorg wegens het maken van medische fouten verboden. En als er dan niets meer fout gaat, gaat er ook nooit meer toevallig iets goed.