Kleine film, grote prijs

The Revenant verloor van Spotlight, DiCaprio kreeg wel eindelijk zijn Oscar.

foto Pascal Le Segretain/Getty Images/AFP

De stemverhoudingen bij de Oscars zijn geheim, maar naar alle waarschijnlijkheid was de grote prijs een fotofinish tussen twee of zelfs drie films. De vakverenigingen waren met hun eigen prijzen eerder onderling verdeeld. De producenten kozen voor The Big Short, een komedie over de financiële crisis van 2008, de regisseurs gaven de voorkeur aan overlevingsdrama The Revenant, maar het gilde van de acteurs trok aan het langste eind en gaf de prijs voor beste film aan Spotlight.

Een tamelijk kleine film (geschat budget van 20 miljoen dollar, met een wereldwijde opbrengst die vooralsnog net boven de 60 miljoen dollar uitkomt) versloeg zo bij de Oscars een reus. Het visueel overweldigende spektakel The Revenant van regisseur Alejandro González Iñárritu, over de woeste overlevingstocht van pelshandelaar Hugh Glass (Leonardo DiCaprio) in de vroege negentiende eeuw, had de beschikking over een budget van 135 miljoen dollar.

De twee films zijn eigenlijk tegenpolen. The Revenant moet het hebben van verzengende ambitie en het grote gebaar. Spotlight is juist een nauwgezette en realistische film over het zwoegen en ploeteren van het onderzoeksteam van dagblad The Boston Globe, dat het grootschalig kindermisbruik door katholieke priesters in de stad blootlegde. De filmmakers zijn niet gezwicht voor glamour en houden emoties strak in de hand. Spotlight is niet gebaseerd op een boek, maar op knap eigen onderzoek van regisseur Tom McCarthy en scenarist Joss Singer, die daarvoor gezamenlijk de Oscar voor het beste oorspronkelijke scenario kregen.

Beste regisseur was Iñárritu voor The Revenant, zijn tweede Oscar, nadat hij dezelfde prijs vorig jaar in handen mocht houden voor Birdman. Zijn cameraman Emmanuel Lubezki kreeg zelfs voor de derde keer achter elkaar de Oscar voor beste fotografie, nadat hij die prijs had gewonnen voor Birdman en ruimtevaartdrama Gravity. Lubezki is de eerste cameraman die zo’n hattrick op zijn naam kan schrijven.

Hier en daar waren sceptische geluiden te horen over de Oscar voor Leonardo DiCaprio. Is het nu werkelijk zo moeilijk om een film lang vooral te grommen en gepijnigd te kijken, zonder al te veel tekst? Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Doorslaggevend is alleen of DiCaprio erin slaagt om de kijker in zijn rol te laten geloven, als een pelsjager die moet overleven in de meest barre omstandigheden. Dat hij een van grootste filmsterren op de planeet is, maakt die opgave eerder moeilijker dan makkelijker. Zijn Oscar is dus verdiend – en niet alleen omdat hij eindelijk aan de beurt was met zijn vijfde nominatie als beste acteur, of omdat hij voor de film een inmiddels veelbesproken hap uit een rauwe bizonlever nam.

De prijs voor beste actrice ging – eveneens naar verwachting – naar Brie Larson voor haar stoere, niet- sentimentele rol in Room, als een vrouw die is gekidnapt en met haar zoontje gevangen wordt gehouden in een garage. De film is geïnspireerd op de zaak van Natascha Kampusch. Room is vanaf komende week in de Nederlandse bioscopen te zien.

De grote verrassing was dat de prijs voor beste acteur in een bijrol toch niet naar Sylvester Stallone ging, die Rocky Balboa opnieuw uit de kast haalde in boksfilm Creed. De prijs ging naar Mark Rylance voor zijn rol als een sardonische, ijzig kalme sovjetspion in Bridge of Spies van Steven Spielberg. Beste actrice in een bijrol ging wel zoals verwacht naar Alicia Vikander, die haar tegenspeler Eddie Redmayne meer dan partij geeft in transgenderfilm The Danish Girl. Verder opmerkelijk: actiefilm Mad Max: Fury Road deed het zeer goed in de kleinere, technische categorieën zoals beste montage en geluid en was in totaal goed voor zes Oscars.

    • Peter de Bruijn