Hoeveel gebeurt er wat journalisten niet zien?

Oscarwinnaar Spotlight is de nieuwste in een reeks indrukwekkende films over journalistiek. Het is ook een les in waakzaamheid.

Michael Keaton als Robby Robinson in Spotlight.

Ik was een jaar of zestien toen ik, in een bioscoop in Brugge, All The President’s Men zag. Ik ben drie keer naar de film gaan kijken. Zo erg was ik onder de indruk van Robert Redford en Dustin Hoffman die de rollen speelden van de twee meest gerenommeerde onderzoeksjournalisten uit de 20ste eeuw: Bob Woodward en Carl Bernstein van The Washington Post, die geholpen door hun geheime bron ‘Deep Throat’, het Watergateschandaal aan het licht brachten en daarmee de Amerikaanse president Richard Nixon op de knieën dwongen. Dat ik jaren later journalist ben geworden heeft veel te maken met wat ik toen, begin 1977, in de Brugse bioscoop voelde: hoe belangrijk journalistiek is voor een democratische samenleving.

Journalistiek gaat in essentie om het controleren van de macht. Of het nu de macht is van een president, een financiële instelling, van voetbalmagnaten of van een gemeentebestuur. En dat deden Woodward en Bernstein.

Intussen ben ik een verzamelaar van films of series waarin journalisten centraal staan. Ik ben oud genoeg om Lou Grant te kennen, de soms roepende chef van de (in het echte leven onbestaande) krant The Los Angeles Tribune. Met zijn te grote stropdas en opgestroopte mouwen boetseerde acteur Ed Asner in die rol in de jaren zeventig en tachtig voor een hele generatie wereldwijd het beeld van de wat morsige en norse hoofdredacteur. Voor een andere generatie werd dat de heerlijk onuitstaanbare magazinehoofdredacteur Meryl Streep in The Devil Wears Prada (2006).

Journalisten hebben de kijker in films meegenomen naar zowat elk conflict ter wereld. De journalist Donald Woods (Kevin Kline) deed dat in 1987 in Richard Attenboroughs Cry Freedom, een film over de moord op Steve Biko (Denzel Washington) in Zuid-Afrika. Het jaar daarvoor liep Oliver Stone in het voetspoor van journalist Richard Boyle (James Woods) in zijn film Salvador en bracht de kijker naar het El Salvador van begin jaren zeventig. En kent u nog de journalist Sydney Schanberg (Sam Waterston) die voor The New York Times in Cambodja werkte (The Killing Fields, 1984)?

George Clooney vertelde met het prachtige Good Night, and Good Luck (2005) het verhaal van de strijd van Edward Murrow, een van Amerika’s legendarische anchormen, met Joseph McCarthy, een van ’s lands meest beruchte senatoren. De beste film aller tijden over journalistiek blijft natuurlijk Citizen Kane (1941) van en met Orson Welles, wiens rol is geïnspireerd op William Randolph Hearst, de machtige krantenmagnaat uit de eerste helft van de vorige eeuw.

Controle

De laatste aanwinst in mijn collectie is nu dus Spotlight. We gingen enkele weken geleden met de hele redactie van NRC naar de film kijken. En in die bioscoopzaal in het centrum van Amsterdam, zittend tussen meer dan honderd collega’s, kwam weer die zestienjarige jongen in mij naar boven. Want veertig jaar later vertelt Spotlight in essentie hetzelfde verhaal als dat van All The President’s Men. Namelijk het verhaal van de controle van de macht.

Dit keer gaat het om de controle van de Kerk, die in Boston, en naar later zou blijken wereldwijd, decennia lang het seksuele misbruik door geestelijken toedekte. Het was enkel omdat een krant als The Boston Globe, onder leiding van een hoofdredacteur die intussen The Washington Post leidt, zich vastbeet in de tientallen dossiers van misbruikte kinderen, dat het schandaal aan het licht kwam. In andere landen volgden andere media dat voorbeeld. Joep Dohmen, een van de onderzoeksjournalisten van NRC, werd in 2010 samen met Robert Chesal van de Wereldomroep, terecht bekroond tot onderzoeksjournalist van het jaar in Nederland nadat hij in Nederland had gedaan wat The Globe in Boston deed.

De lijst van schandalen in de kerk in de VS en wereldwijd rolt op het einde van de film over het scherm. Het is een aanklacht tegen de kerk. En een klein monument voor de media die die schandalen blootlegden.

Bescheidenheid

Maar weet u wat ons, journalisten van NRC, het meest opviel bij Spotlight? Dat het misbruik zo lang kon plaatsvinden onder de neus van de journalisten zelf. Dat ze eerdere dossiers over het misbruik van kinderen door geestelijken niet hadden uitgespit, dat ze alarmbellen niet hadden horen luiden.

Die wetenschap knaagt ook in de film aan het geweten van de journalisten zelf. Na de film vroeg mijn collega Herman Staal, een van de senior eindredacteuren bij NRC: „Hoeveel gebeurt er nu hier, onder onze neus, terwijl wij het niet zien?” Dat is inderdaad dé vraag die ook bij mij na de film bleef hangen. De vraag spoort aan tot grote bescheidenheid. Maar ook tot vastberadenheid. Ik kan alleen maar hopen dat er veel jonge mensen naar de film gaan. En dat ze besluiten om de journalistiek in te gaan. Omdat een gezonde democratie een sterke journalistiek nodig heeft.

    • Peter Vandermeersch