Helikoptergeld

Waarom in de media? Als mogelijk middel om een recessie te bezweren Waar komt het vandaan? Bedacht door econoom Milton Friedman (1912 - 2006)

In het Suske en Wiske-verhaal De Wilde Weldoener (1961) vindt Lambik een ring waarmee hij geld in zijn hand kan ‘maken’. Hij besluit het uit te delen aan jan en alleman, en om effectiever te kunnen strooien vliegt hij zelfs met helikoptervleugels door de stad.

Daar moest ik aan denken toen het woord ‘helikoptergeld’ afgelopen week weer in de kranten stond. De Standaard, FD en NRC schreven over de term, die min of meer inhoudt dat de Europese Centrale Bank doet wat Lambik deed: geld uitdelen aan de burgers.

Het is een financieel-economische term in opmars, vertelde LJS Nieuwsmonitor me. Vanaf 2012 (twee keer) kwam ‘helikoptergeld’ elk jaar vaker voor in de zes grootste Nederlandse kranten. Vorig jaar was het twintig keer te lezen – én haalde het de Van Dale.

Het idee komt Nobelprijswinnaar Milton Friedman. In zijn boek The Optimum Quantity of Money (1969) gebruikte hij het als gedachte-experiment: hoe zorg je ervoor dat mensen meer geld uitgeven, zodat je deflatie tegengaat? Zou het helpen om een helikopter briefjes van 1000 dollar te laten strooien?

In 2002 haalde de voormalige centrale bankier Ben Bernanke de econoom Friedman aan in een fameus geworden speech. Hij bepleitte een ‘helicopter drop of money’ boven Amerikaanse gezinnen. Het bezorgde hem de bijnaam ‘Helicopter Ben’ en trok de term ‘helicopter money’ deze eeuw binnen. Die wordt nu steeds meer gebruikt, omdat een nieuwe recessie lijkt te loeren en het als serieuze optie wordt overwogen. In werkelijkheid zou het uiteraard geen helikopter zijn, maar een met vers gedrukt geld gefinancierde loonsverhoging, belastingverlaging of bijstorting op elke bankrekening. Desondanks was die helikopter een welkome afwisseling voor de media, die doorgaans moeite hebben goed beeld te vinden bij financiële onderwerpen. Even geen foto van een stapeltje euro’s of winkelend publiek, maar een Chinook boven Londen (zakenkrant City AM) en vrolijk naar beneden dwarrelende flappen (De Standaard).

Ik pakte het Suske en Wiske-album erbij, om te lezen wat de inwoners van Willy Vandersteens wereld van het idee vonden. Op een van de plaatjes ziet een oudere man het tafereel van een afstandje aan. Hij houdt zijn kleinzoon erbij weg en zegt: „Blijf hier, jongen. Dat is niet pluis! Dat is een gek of een heilige!”

    • Peter Zantingh