Geen theater voor een avondje uit

In het spartaanse theaterstuk De wereldverbeteraar is ruimte voor slechts een minuscuul beetje humor. Cabaretier Peter Pannekoek knalt daarentegen enkel met gisse grappen. Over de dood, racisme, geweld tegen vrouwen en homofobie, dat wel.

Is het imposant en belangwekkend wat regisseur Erik Whien en acteur Sanne den Hartogh klaarspelen met Thomas Bernhards De wereldverbeteraar (1978)? Voluit: ja. Zou ik de voorstelling aanraden aan vrienden of familie? Ernstige twijfel. Disclaimer: dit is geen theater voor een avondje uit. Deze tot monoloog teruggebrachte, uitgebeende versie is kernachtig, sober, spartaans, genadeloos.

De wereldverbeteraar gaat over een verongelijkte filosoof, ziek van haat en fysieke gebreken, die na jaren van miskenning vandaag een eredoctoraat krijgt uitgereikt. Ongemakkelijk gekromd, de schouders hoog opgetrokken, scheldt Sanne den Hartoghs misantroop onafgebroken op de wereld en zijn onzichtbare geliefde (die kleine rol van Suzan Boogaerdt werd uit de voorstelling geschrapt), terwijl hij stokstijf staat, in halfduister gehuld.

Whien eist daarmee opperste concentratie van zijn toeschouwer, gunt die geen afwisseling, nauwelijks dynamiek, en geen sprankje lucht of licht, tenzij de tekst dat even toelaat. Die tekst is kwaaiig, giftig en meedogenloos, en Den Hartoghs tekstbehandeling is al even strak en streng. Heel soms laat hij een minuscuul beetje humor toe, bijvoorbeeld in zijn uitspraak van het woord ‘macaroni’ – de wereldverbeteraar verheugt zich op dit feestkostje, maar dat maakt hem ook razend: zulk aards geluk staat hij zichzelf natuurlijk niet toe. Ook voert Den Hartogh een razend knappe dialoog met zichzelf, over een pak dat hij al dan niet eerder heeft aangehad.

Maar die bewonderenswaardige technische prestatie is te weinig om de voorstelling te dragen. Wat mist is contrast, een vleugje verleiding, een piepkleine variatie in de dosering, waardoor de woede en het leed meer effect hadden gehad. Misschien wreekt zich hier toch de afwezigheid van de vrouw. Wel is het prijzenswaardig dat Whien tegen de trend in durft te kiezen voor onverdund intellectueel en retorisch toneel.