De vrees voor een doofpot bekruipt nabestaanden MH17

Het was een Boek-raket die in 2014 vlucht MH17 neerhaalde. Dat is nu duidelijk. Maar waarom blijven radarbeelden buiten beeld? En satellietfoto’s? Families worden wantrouwend.

Rutte tekent condoleanceregister MH17. Foto ANP

Rutte tekent condoleanceregister MH17.

Sommige nabestaanden van rampvlucht MH17 hebben de indruk dat onderzoekers en kabinet „bewust mist optrekken” om niet te hoeven vertellen wat er precies is gebeurd op 17 juli 2014 boven het oostelijk deel van Oekraïne. „Het begint op een doofpot te lijken”, zegt Thomas Schansman, vader van de omgekomen Quinn, en woordvoerder van pakweg twintig families die regelmatig brieven schrijven aan politiek in binnen- en buitenland „om de waarheid boven tafel te krijgen”.

Nederlandse parlementariërs vertolken graag de gevoelens van deze nabestaanden. In achtereenvolgende debatten hebben zij het kabinet opgeroepen te doen wat premier Rutte kort na de ramp aankondigde: „De onderste steen boven halen.” Vandaag spreekt de Tweede Kamer opnieuw over de kwestie.

De grootste opwinding bij sommige nabestaanden en politici betreft ontbrekende radargegevens uit Rusland en Oekraïne en satellietbeelden van de Verenigde Staten. Schansman: „Hoe is het mogelijk dat wij negentien maanden na de ramp nog moeten discussiëren over de vraag of bepaalde foto’s wel of niet echt zijn, terwijl er zó ontzettend veel technologie beschikbaar is met beelden waarop te zien moet zijn wat er is gebeurd?”

Over het belang van deze radarbeelden en satellietgegevens wordt geheel verschillend gedacht. De Onderzoeksraad voor Veiligheid kreeg vorig jaar van Rusland te horen dat dit land de zogenoemde „primaire radarbeelden” niet had bewaard, maar alleen beschikte over de videobeelden waarmee de luchtverkeersleiders hadden gewerkt. Oekraïne beschikte er niet over omdat de radarinstallaties kapot zouden zijn geweest, in onderhoud, of onvoldoende bereik zouden hebben gehad. Radardeskundigen noemden dat eerder al „vreemd”. Juristen wezen op het belang van de gegevens als mogelijk bewijsmateriaal in een rechtszaak. Daarentegen vindt de Onderzoeksraad het ontbreken van de data niet verschrikkelijk. Het is „zeer onwaarschijnlijk” dat op deze beelden een raket te zien zou zijn, liet de Raad vorige week weten. En overigens zouden de beelden „niets veranderd” hebben aan de conclusie: een Boek-raket van Russische makelij heeft het toestel neergehaald.

Ook justitie is van het ontbreken van radargegevens niet ondersteboven, schreef het internationale onderzoeksteam tien dagen geleden in een brief aan de nabestaanden. Radarbeelden en Amerikaanse geheime informatie „zijn slechts twee bronnen van informatie voor de bepaling van de lanceerlocatie” van de raket. „Er is nog veel meer.” Zoals „afgeluisterde telefoongesprekken, locatiegegevens van bepaalde telefoons, beeldmateriaal, getuigenverklaringen en technische berekeningen van de raketbaan”. Voor het onderzoek naar de daders worden bovendien „meer dan vijf miljard webpagina’s en meer dan een half miljoen foto-, audio- en videobestanden onderzocht”. En wat Amerikaanse satellietbeelden van de raketlancering betreft: die zijn „vanwege bewolking” niet bruikbaar.

Dat mag allemaal waar zijn, stelt de groep nabestaanden, maar dat is nog geen reden Rusland, Oekraïne en de VS niet veel dringender te vragen naar méér informatie. Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) is daar duidelijk over: het Openbaar Ministerie heeft daar nu eenmaal geen behoefte aan. En: „Het is aan het OM om te beoordelen hoe het onderzoek het beste verder kan worden uitgevoerd en welke informatie daarvoor nodig is”, schreef het kabinet vorige week. Nabestaande Thomas Schansman sluit niet uit dat „geopolitieke” overwegingen, bijvoorbeeld de terughoudendheid om Rusland hard aan te spreken, ten grondslag liggen aan het achterwege blijven van meer informatie. Schansman: „Ik ben ervan overtuigd dat als er in het toestel geen 198 Nederlanders maar 198 Amerikanen hadden gezeten, we allang hadden geweten wat er precies is gebeurd.”