Waken met WhatsApp rukt op in buurten

De burgerwacht beleeft een wedergeboorte. Door beroep op participatie en aandacht voor veiligheid. Via WhatsApp is het ook makkelijk.

Het aantal buurtwachten in Nederland neemt sterk toe. Dat blijkt uit De burger op wacht, een onderzoek van socioloog Vasco Lub, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Hij telde 661 buurtwachten. Dat is ruim vijf keer zoveel als in 2012, toen een onderzoeker 124 buurtwachten waarnam. „Buurtwachten bestaan al sinds de jaren tachtig, maar verreweg het grootste deel van die buurtwachten die wij telden zijn in de afgelopen vijf jaar opgericht.” Het onderzoek van Lub wordt donderdag gepresenteerd in Rotterdam.

Buurtwachten, ook wel burgerwachten of buurtpreventieteams genoemd, bestaan uit lokale vrijwilligers die bijdragen aan het veiligheidsgevoel door te patrouilleren of door elkaar in WhatsApp-groepen op de hoogte te stellen van verdachte zaken. 62 procent van de door Lub onderzochte buurtwachten patrouilleert regelmatig in eigen wijk en is daarnaast digitaal actief, de overige 38 procent houdt elkaar op de hoogte via Whatsapp en komt in actie als zich verdachte situaties voordoen.

Als verklaring voor de opkomst van buurtwachten wijst Lub op het samenkomen van twee trends. „Van de burger wordt in toenemende mate gevraagd dat hij participeert. Daarnaast is er in onze maatschappij veel aandacht voor veiligheid en preventie.”

Een medium als WhatsApp maakt het voor burgers simpel om zich te organiseren. Het aantal woninginbraken neemt in Nederland al jaren af, in 2015 daalde het aantal met 15 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Minder inbraken

Vasco Lub analyseerde zowel Nederlandse als internationale onderzoeken naar het onderwerp. Hij verrichtte veldwerk in Tilburg en Rotterdam en vroeg bij gemeenten informatie op over het bestaan van buurtwachten. In Nederland is alleen op zeer lokaal niveau onderzoek gedaan naar het effect van buurtwachten op criminaliteit. Daaruit blijkt vaak dat het aantal inbraken aanzienlijk afneemt. In De Reeshof in Tilburg nam het aantal inbraken vorig jaar af met 40 procent, constateerde de Universiteit van Tilburg al. „Buitenlandse onderzoeken onderstrepen dat beeld.” Soms neemt de criminaliteit in omliggende wijken juist licht toe. Lub noemt dat het „waterbedeffect”.

Het bestaan van een buurtwacht schrikt criminelen volgens Lub af, vooral als ze relatief vaak patrouilleren. Ze zorgen er ook voor dat mensen zich bewuster raken van onveilige situaties, waardoor ze bijvoorbeeld hun huis beter gaan beveiligen. „Heterdaadjes” maakt de buurtwacht niet vaak mee.

In 150 gemeenten, bijna 40 procent van het totaal, zijn met zekerheid buurtwachten actief. In de overige gemeenten zijn geen buurtwachten actief of zijn gemeenten niet op de hoogte van hun bestaan. Het werkelijke aantal buurtwachten in Nederland ligt waarschijnlijk dus hoger dan het geïnventariseerde aantal. De onderzoeker constateert dat de buurtpreventie in 70 procent van de gevallen door bewoners zelf wordt geïnitieerd, de rest wordt geopperd door de gemeente.

Wordt het geen knokploeg?

Vasco Lub signaleert dat buurtwachten slecht worden begeleid door de gemeente en noemt dat zorgelijk. „Gemeenten kopen opvallende buurtwachtjassen en faciliteren leuke bordjes, maar hebben vaak geen filosofie.” Gemeenten omarmen buurtwachten volgens Lub „gedachteloos”. „Als maatschappelijk fenomeen zitten er haken en ogen aan.” Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat een buurtwacht geen knokploeg wordt, dat ze binnen de grenzen van de wet blijven? De gemeente moet volgens Lub cursussen aanbieden waarin buurtwachten leren hoe ze op verdachte situaties moeten reageren. „En wanneer iets écht verdacht is. Er zijn verschillende voorbeelden te noemen van buurtbewoners die onschuldige voorbijgangers achtervolgden. Vaak blijken bepaalde meldingen later vals alarm.”

    • Kim Bos