Deflatie eurozone is slecht nieuws voor ECB

In de eurolanden zijn de prijzen in februari gedaald met 0,2 procent. Dat is voor het eerst sinds september.

Foto ANP

In de achttien eurolanden zijn de prijzen in februari gedaald met 0,2 procent. De prijsdaling heeft voornamelijk te maken met de lage energieprijzen, maar ook zonder de lage energieprijzen neemt de inflatie af. Dat is slecht nieuws voor de Europese Centrale Bank (ECB).

Dat heeft Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie, maandagochtend bekendgemaakt. In januari stegen de prijzen nog met 0,2 procent.

Het is voor het eerst sinds vijf maanden dat er weer deflatie plaatsvindt. Deflatie wordt over het algemeen gezien als nadelig voor de economie. Het betekent dat de prijzen dalen, en als de prijzen dalen houden de meeste consumenten hun geld op zak, is de tendens onder economen. Ze wachten met hun aankoop totdat de producten of diensten nog goedkoper worden.

Lage energieprijzen

Volgens de cijfers van Eurostat heeft deze deflatie vooral te maken met de lage energieprijzen, die al sinds 2014 sterk in waarde dalen. Door onder meer overproductie op de wereldwijde oliemarkt, wordt de prijs ervan steeds goedkoper. Dit drukt op het inflatiecijfer van de gehele eurozone. Terwijl de prijzen voor diensten, voedingsmiddelen en industriële goederen in januari allemaal toenamen, daalde de prijs voor energie met een forse 8 procent.

Wat opvalt, is dat het inflatiecijfer zonder de lage energieprijzen - de zogeheten kerninflatie - uitkomt op een prijsstijging van 0,7 procent. In januari bedroeg dit nog  1 procent. Omdat de voedsel- en energieprijzen veel schommelen, wordt dit cijfer als veelzeggender gezien.

Grote tegenvaller

Deze daling is daardoor “een grote tegenvaller” voor de ECB, zegt NRC-redacteur Maarten Schinkel. De dalende energieprijzen kunnen nog als excuus gebruikt worden voor de deflatie, maar nu de inflatie ook lager is zonder de prijzen voor energie mee te rekenen lijkt er meer aan de hand.  

“Het lijkt alsof de aanhoudende deflatie in energieprijzen zich nestelt in de hoofden van consumenten en bedrijven. Dat is vrij ernstig.”

De ECB streeft een inflatie van 2 procent na. Dat proberen ze sinds maart 2015 te bereiken door staatsobligaties op te kopen, ook wel de ‘geldkraan’ open te zetten. Elke maand koopt de ECB 60 miljard euro aan obligaties van overheden in de Eurozone. Hierdoor hebben de Europese banken meer geld voor investeringen. Meer geld in de economie leidt doorgaans tot prijsstijgingen. Dit quantitative easing-beleid van de ECB loopt nog tot april 2017.

Donderdag 10 maart vergadert de ECB over zijn beleid. Doordat er nu weer deflatie plaatsvindt, wordt dat een interessante vergadering, zegt Schinkel.

“Het is nu speculeren: wat gaat de ECB nu doen? Worden de rentes nog negatiever, of gaan ze het beleid nog verder opvoeren?”