Verlof? Ik werk gewoon door

Als je zwanger wordt in loondienst, dan ga je met betaald verlof. Maar hoe zit dat bij zzp’ers?

Sabine Evers met zoontje Leonard

Het was even slikken toen Sabine Evers zich meldde voor een lesje Mom in Balance, een populair bootcamp voor zwangere vrouwen. Tijdens het voorstelrondje vertelde de ene na de andere aanstaande moeder hoezeer ze uitkeek naar haar verlof. Nog even aftellen en dan een paar maanden volop genieten van de baby.

Heerlijk!

Totdat zij aan de beurt was. Iedereen keek haar verwachtingsvol aan. En wanneer mag jij? „Verlof? Welk verlof?”, antwoordde Evers. „Ik werk gewoon door.” Verbazing op de gezichten. „Doorwerken? Wat erg! Daar zou je toch gillend gek van worden?”

Toch is Evers niet de enige die zzp-moeder wordt. In 2010 stonden 355.679 vrouwelijke ondernemers ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op 1 januari van dit jaar zijn dat er 519.613: een groei van 46 procent. Van hen zijn 289.000 zelfstandige zonder personeel, zegt het Centraal Bureau voor de Statistiek in zijn recentste telling eind 2014. Hoeveel van hen moeder zijn wordt niet bijgehouden, maar het UWV kan wel vertellen dat zij jaarlijks ongeveer 10.000 uitkeringen verstrekken aan zwangere zelfstandigen.

Hoe gaat de combinatie zzp’en en het moederschap in de praktijk?

‘Twee weken na de bevalling zat ik weer te tikken’

Om te beginnen: terug naar Sabine Evers. Verlof opnemen was voor haar geen optie. Hoewel zwangere zelfstandigen zestien weken recht hebben op een zwangerschapsuitkering van het UWV, is het bedrag nooit hoger dan het wettelijk minimumloon: 1.524,60 euro bruto per maand. Evers kreeg netto 1.300 euro, een stuk minder dan wat zij normaal gesproken verdient.

Toen ze vorig jaar ontdekte dat ze zwanger was, liep haar parttime contract als online redacteur af, ze besloot fulltime te gaan werken als freelance tekstschrijver en communicatieadviseur. „Hoera zwanger, dacht ik, maar het was ook best een shock. Ik heb me drie slagen in de rondte gewerkt om een buffer op te bouwen, soms maakte ik zestig uur per week. Ik kreeg veel last van mijn bekken en van harde buiken, een soort voorweeën. Mijn verloskundige was onverbiddelijk: ‘Nu moet je echt stoppen.’ Maar dat ging niet. Ik zei overal ja tegen omdat ik de inkomsten goed kon gebruiken.”

Tot twee weken voor de bevalling heeft Evers nog doorgewerkt, een ingehuurde medewerker nam de lopende zaken waar. Tenminste, dat was de bedoeling. „Er bleven vragen binnenkomen, dan zat ik toch weer te mailen en te bellen.”

De bevalling duurde 48 uur. „Ik was gesloopt.” Twee weken na de bevalling zat Evers weer achter haar laptop, met één hand tikken, in haar andere arm zoontje Leonard. „Als zelfstandige wil je je klanten niet teleurstellen.” Maar Leonard sliep niet en de borstvoeding „liep voor geen meter”.

Toen Leonard twee maanden oud was ging het niet langer. „Ik zat tegen een burn-out aan. Ik herinner me een avond dat hij maar bleef huilen. Ik heb hem om 1.00 uur uit bed gehaald en tot 6.00 uur zitten werken. Een productieve nacht, maar ik dacht: ik ben gek dat ik dit doe.”

Haar vriend draagt ontzettend veel bij, zegt Evers. Toch is zij degene die inlevert: ze gaat het twee maanden wat rustiger aan doen. „Ik heb me verkeken op het slaaptekort, de hormonen, hoe zwaar het is. Zo’n verlofperiode is gewoon nodig. Ik wil nu even van mijn baby genieten. Oorspronkelijk zou Leonard met zes weken naar de crèche gaan. Daar hadden ze nog nooit zo’n jong kind gehad. Hij was nog echt zo’n resusaapje. Ik had het nooit gedacht, maar als moeder laat je je baby niet graag achter bij een ander. Dat is mijn taak.”

De komende tijd gebruikt Evers om na te denken over welke kant ze op wil met haar bedrijf. Het knaagde wel: zouden haar opdrachtgevers terugkomen? „Ik ben gestopt met mijn sociale mediaopdrachten. Het grappige is, mijn opdrachtgevers vonden dat juist stoer. Toch, eentje zei: geniet van het moederschap! Dat irriteerde mij. Alsof ik opeens fulltime zou moederen! Voor mij is mijn bedrijf óók mijn kindje.”

‘Vier weken na de bevalling deed ik alweer auditie’

De luxe van online werken had Margriet Kuiper-De Rijk (33) uit Rotterdam niet. Ze werkte als freelance danseres, dansdocent en choreograaf toen ze zwanger was van dochter Evy (5). Hondsberoerd was ze. „Ik heb negen maanden overgegeven. Ook als ik op de fiets onderweg was naar mijn danslessen. En dan gewoon weer doorfietsen. Voor het dansvak heb je nu eenmaal een bepaalde mentaliteit nodig.”

Met een zwangere buik van 36 weken gaf ze nog altijd dansles. „Ik had een goede conditie. Het seizoen liep op zijn einde en ik wilde voor die laatste weken geen vervanger zoeken. Bij de bevalling verloor ik anderhalve liter bloed, maar ik was zó fit, er zaten zo veel trainingsuren in mijn lijf, dat ik heel snel herstelde. Vier weken na de bevalling deed ik alweer auditie. Eenmaal aangenomen gaf ik tussen de aktes door borstvoeding.”

Toen Kuiper-De Rijk veertien weken zwanger was van zoon Denn (3) verloor haar man zijn baan. „We waren net verhuisd, hadden hogere maandlasten. Ik heb heel veel les gegeven, pakte alles aan. Het was een zware periode. Ik was twee weken over tijd, onze zoon was een negenponder. Het was een hele pittige bevalling. Vijf, zes weken later zat ik weer in de dansstudio. Achteraf gezien te vroeg, maar ik had geen keuze. Pas toen Denn vijf maanden was, vond mijn man weer werk.”

Tijdens haar derde zwangerschap, van zoon Sef (1), liet Kuiper-De Rijk zich omscholen tot holistisch coach, fysiek minder belastend. Nu heeft 40 procent van haar werk nog met dans te maken. „Na deze bevalling dacht ik: zo wil ik er nog wel tien.” Tegenwoordig heeft ze een coachpraktijk aan huis. Toch wordt thuiswerken met kinderen vaak onderschat denkt ze. „Soms zit ik aan de eettafel e-mails weg te werken met mijn zoon op schoot. Je moet je werk dus doen tussen het billen afvegen door.”