Veel meer dan folklore

De Nat. Opera bracht zaterdag de scenische Nederlandse première van Moessorgski’s opera Chovansjtsjina.

Scène uit de opera Chovansjtsjina van Moessorgski. Foto Monika Rittershaus

De stemmen zijn haast te groot voor de repetitieruimte van De Nationale Opera. Anita Rachvelishvili (Marfa) vult moeiteloos de ruimte met een schaterlach van veel vlees en bloed. „Zij is een Glücksfall in de casting”, wijst dirigent Ingo Metzmacher. Regisseur Christof Loy: „Marfa in Chovansjtsjina is berucht moeilijk te bezetten. Ze moet drama hebben, fijntekening, én charisma.”

De roem van componist Modest Moessorgski (1839-1881) hangt aan een klein oeuvre. Eén opera voltooide hij, Boris Godoenov. Chovansjtsjina bleef onaf en wordt bij De Nat. Opera uitgevoerd in de orkestratie van Sjostakovitsj. In de Annalen van de operagezelschappen in Nederland 1886-1995 komt Chovansjtsjina niet voor, deze reeks is de eerste in Nederland.

„De plot is ook wel weinig aansprekend”, zegt regisseur Loy. „Veel politiek, geen duidelijke liefdesgeschiedenis.”

„En Chovansjtsjina is lastig te produceren”, beaamt dirigent Metzmacher. „Er zijn veel hoofdrollen, die alle excellente Russische zangers eisen. Want de klank van het Russisch is van wezensbelang voor de sfeer van de muziek.”

Metzmacher wilde Chovansjtsjina al lang dolgraag doen, zegt hij – een droom die stamt uit de tijd (2005-2008) dat hij zelf chef was van De Nationale Opera. „Toen leerde ik de kwaliteit van het koor hier kennen, en Chovansjtsjina is een echte kooropera”, zegt Metzmacher. „Ten opzichte van Boris Godoenov doet de muziek wel iets archaïscher aan, meer tableauachtig en fragmentarisch in elk geval. Maar minder? Nee. Statisch? Nee! De intrige stuwt je juist vanaf de eerste maat met onstuitbare kracht richting de catastrofe.”

Veel regisseurs vinden kooropera’s als Chovansjtsjina wél onaantrekkelijk, vanwege de grootschalige choreografieën die dan vereist zijn. Regisseur Loy denkt daar anders over. „Hoezo, groepsverplaatsingen kun je toch gewoon instuderen? De kunst is meer de koorzangers te motiveren die basisstructuur zelf invulling te geven. Maar dat gaat vooralsnog erg goed.”

Ingo Metzmacher: „Ja, die haben Lust! En dat moet ook, want het is koor dat in uiteenlopende rollen kleur, breedte en massa geeft aan de muziek.”

Chovansjtsjina ontstond in een tijd dat veel Russische kunstenaars zich bezighielden met de nationale geschiedenis. Moessorgski raapt historische gebeurtenissen samen uit de crisisperiode voor de alleenheerschappij van tsaar Peter de Grote (ca. 1680-1700) en richtte zich op de schaduwzijde van de vernieuwing. De strelitsen en Chovanski, reformpoliticus Golitsyn, de Oudgelovigen en hun leider Dosifej – met allen loopt het slecht af.

Regisseur Loy koos het beroemde schilderij De executie van de strelitsen (1878-1881) van Moessorgski’s tijdgenoot Soerikov als inspiratiebron. „Ik moest een historisch verhaal vertellen, maar wilde geen exotisch plaatjesboek voorschotelen”, zegt hij. „Op deze manier lukt dat. Ik toon de historie, maar trek langzaam het folkloristische tapijt onder de handeling vandaan, doordat op mensen wordt ingezoomd, en zij zo in al hun tijdloze menselijke strubbelingen tot leven komen. Want de plot van Chovansjtsjina is van alle tijden. Maar zomaar actualiseren is te makkelijk. Wie mensen van nu wil zien, kan de tv aanzetten. Ik respecteer de traditie, maar voeg een laag toe.”

Zijn er ook muzikale valkuilen? „De flow”, zegt Metzmacher meteen. „Je moet een spanningsboog bouwen over vijf aktes. Daarom werk ik graag met Loy. Hij laat veel vrij, zodat ik waar nodig cesuren en fermates kan inbouwen.”

Loy: „Chovansjtsjina is fragmentarisch, maar komt juist daardoor zo ‘echt’ over. Dat geldt ook voor veel van de personages. Die zijn allen heel dubbelzinnig eigenlijk, en daarom echt en herkenbaar.”

Metzmacher: „Moessorgski heeft zijn opera nooit gehoord. Maar de voltooiing van Sjostakovitsj waarvoor we kozen, werkt mede vanuit dat realisme erg goed. De opera eindigt nu cyclisch: na de collectieve zelfmoord van de oud-gelovigen wordt teruggegrepen op het begin: een zonsopgang boven de rivier de Moskwa. Dat is bitter – om het cyclische verloop van de geschiedenis – maar ook hoopvol, door het begin van de zonsopgang.”