Twintig verdachte Syriërs onder vluchtelingen

De Syriërs, die verdacht worden van oorlogsmisdrijven, kunnen niet worden teruggestuurd, schrijft Dijkhoff aan Kamer.

In Nederland bevinden zich twintig Syriërs die worden verdacht van oorlogsmisdaden.
In Nederland bevinden zich twintig Syriërs die worden verdacht van oorlogsmisdaden. Foto AFP / Abdulmmonam Eassa

Twintig Syriërs kregen de afgelopen twee jaar in Nederland geen verblijfsvergunning omdat ze worden verdacht van oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel, VVD) maandag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De Syriërs kunnen niet worden teruggestuurd omdat het risico bestaat dat in hun herkomstland hun mensenrechten worden geschonden. Als gevolg hiervan verdwijnen de vreemdelingen in de illegaliteit. Van welke misdrijven de Syriërs precies worden verdacht kan een woordvoerder van Veiligheid en Justitie niet zeggen in verband met de privacy van de Syriërs.

Dijkhoff bracht op verzoek van de Kamer in kaart hoeveel onderzoeken de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de afgelopen jaren deed naar verdenkingen van oorlogsmisdrijven onder vreemdelingen. In 2015 deed de IND in totaal 170 onderzoeken, waarbij dertig verdenkingen zwaar genoeg werden bevonden voor het weigeren van een verblijfsvergunning. De groep bestaat behalve uit Syriërs uit Eritreeërs, Nigerianen, Soedanezen en Georgiërs.

Hoewel het voor Nederland niet mogelijk is de verdachte Syriërs gedwongen te laten terugkeren, voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) een keer in het half jaar een gesprek met de vreemdelingen in de hoop hen te bewegen tot een vrijwillig vertrek.