‘Not the Tommy Cooper Story’ ontvlamt te laat

Een toneelknecht verzeild in een louche bar waar mannen kwalijke grappen vertellen. Over vrouwen, seks in het huwelijk, over dokters. Mimespeler René van ’t Hof vertolkt in Not the Tommy Cooper Story de goudeerlijke, zoekende toneelknecht die een op de bühne achtergebleven rode fez met kwast wil teruggeven aan de rechtmatige eigenaar. Dat kan niemand anders zijn dan de Britse komiek Tommy Cooper. En zo begint een dwarrelige, ongecoördineerde zoektocht.

Cabaretier Jan Jaap van der Wal begeleidt de uitvoering met grappen-op-het-randje. In de geest van Cooper, ja, maar zonder de schim van Cooper op de achtergrond was het gewoon Van der Wal die daar staat. En Van ’t Hof heeft geen idool nodig: in de perfectie van zijn welbewuste onhandigheid is hij altijd de hulpeloos acterende Van ’t Hof, een droeve clown in het lichaam van een mimespeler.

Het muzikale aandeel van Vincent van Warmerdam en de zijnen heeft niets met comedy te maken, die is vooral melancholiek. En zo komen we terecht bij een hybridische voorstelling waarbij Cooper het vehikel is om het talent van de spelers alle kans te geven. Maar Cooper heeft bij geen van allen een nieuwe vonk doen ontvlammen. Dat is onbegrijpelijk. Iedereen is dezelfde die hij altijd is. Pas aan het slot, in een korte buiksprekersscène waarin Cooper als pop spreekt, komt er iets van subtiliteit en ontroering. Dat is te laat.